'Lekken duidt niet op moreel verval van openbaar bestuur'

EDE, 13 FEBR. “Lekken behoren niet tot de heldendaden in het openbaar bestuur, maar zij zijn niet altijd moreel verwerpelijk, laat staan misdadig.” Dit zei J. van den Berg, hoofddirecteur VNG, aan het slot van een conferentie over bestuurlijke integriteit.

Daar werden onder meer de resultaten gepresenteerd van een onderzoek van de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit naar lokaal integriteitsbeleid onder alle gemeenten in Nederland. Over een jaar gemeten werden tussen de 450 en 650 'aantastingen van de integriteit' gemeld.

Daarbij zouden ambtenaren zich vaker schuldig maken aan diefstal, fraude en corruptie (12 procent van het aantal gevallen), terwijl bestuurders vaker informatie lekken (31 procent) of zich schuldig maken aan belangenverstrengeling (15 procent). Van den Berg vond de “totale cijfers rijkelijk dubieus”. “Wij weten niet of het laakbare gedrag ernstiger of minder ernstig is dan de cijfers suggereren.” Maar de “werkelijk waargenomen feiten” van diefstal of het verkopen van grond aan buren of familie, noemde hij belangrijk genoeg omdat zij het vertrouwen van de burger in het bestuur aantasten.

Maar van het weglekken van informatie staat de strafbaarheid niet vast, aldus Van den Berg. Hij pleitte ervoor waakzaam te blijven en eerst een goede diagnose te stellen om het kwaad des te beter te kunnen bestrijden. Zonder illusies, maar ook zonder meteen alarm te slaan. Niet elke handeling die voor discussie vatbaar is moet meteen gezien worden als “teken van corruptie en moreel verval.”

Volgens H. Lammers, oud-commissaris der koningin in Flevoland, die deelnam aan het forum, valt het beeld nogal mee. Vanuit zijn eigen 26-jarige ervaring in het openbaar bestuur waren gevallen van fraude “op de vingers van één hand” te tellen. “Ik heb slechts één echte deugniet meegemaakt, meestal betrof het een stommiteit”, aldus Lammers. Het toepassen van de BTW-constructie, waarbij openbare lichamen het betalen van BTW ontlopen, noemde hij niet toelaatbaar. Lammers: “Het openbaar bestuur hoort niet thuis op het kantoor belastingen. Het is op de rand van wat oirbaar is, en dus moet je het niet doen.” Aan het geroezemoes in de zaal te horen, leek niet iedereen hiermee in te stemmen.

W.J. Kuijken, secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken riep op tot een voortzetting van het debat over de integriteit van het openbaar bestuur, dat vijf jaar geleden op initiatief van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, I. Dales, is ingezet. Binnenlandse Zaken wil een “aanzet geven tot verdieping van de discussie” om de besturen beter toe te rusten een integraal integriteitsbeleid te voeren.

Het integriteitsbeleid van het ministerie was tot dusver vooral gericht op het functioneren van personen en procedures, nu zal de aandacht ook worden gericht op de zakelijke relaties van het bestuur. Zo zag onlangs het project Bevordering Integere Besluitvorming Openbaar Bestuur (BIBOB) het licht, als uitvloeisel van het onderzoek 'Gewapend bestuursrecht'. Hierin werd de mogelijkheid onderzocht om aan misdadige activiteiten van zakenrelaties van openbare instellingen weerstand te bieden met behulp van de regelgeving op het gebied van de bouwvergunning, de milieuvergunning en de aanbesteding. De huidige wetgeving blijkt het weigeren van opdrachten of vergunningen aan dubieuze bedrijven nagenoeg uit te sluiten.

Via BIBOB zou een integriteitsonderzoek geïntroduceerd kunnen worden, waarvan de uitkomst een rol kan spelen bij het doen van aanbestedingen en het verlenen van vergunningen “op kwetsbare terreinen als de bouw, het milieu en de horeca”. Het ministerie is samen met andere departementen en instellingen als de VNG bezig een verzamelwet voor te bereiden, waardoor onder meer de wet op het milieubeheer, het goederenvervoer en de drank- en horecawet in één keer kunnen worden aangepast. Het ministerie heeft overleg met “de partijen in de bouw” aangekondigd.

Volgens L.C. Brinkman, voormalig politiek leider van het CDA en nu voorzitter van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), wil het AVBB aan dit overleg deelnemen. Er moeten effectieve maatregelen komen die “de privacy van de in de onderneming werkzame personen niet onevenredig zwaar belasten”. Brinkman stemde in met een gerichte aanpak van “personen en bedrijven op wie een ernstige verdenking van strafbare feiten rust”, maar waarschuwde voor een “al te generiek overbelastend preventief optreden met een relatief geringe pakkans”. De branche-organisatie zal nagaan hoe het eigen verantwoordelijkheidsbesef, door zelfregulering, aangescherpt kan worden.

Volgens Lammers moeten gedragcodes voor ambtenaren niet te ingewikkeld worden. De norm ligt al besloten in het feit dat de ambtenaar een public servant is, dienaar van het publiek. Het openbaar gezag moet volgens Lammers streng zijn. “Als ambtenaar moet je weten waar je staat, daar mag je geen twijfel over open laten. Aan diens houding mag niet getwijfeld worden.” Vervalt hij dan een keer in slecht gedrag, zegt Lammers, dan is dat jammer.