Geheim graf besmette varkens

PADERBORN, 13 FEBR. Overal in Duitsland wordt op het land opvallend veel gier uitgereden, maar in de omgeving rond de stadjes Delbrück en Büren in de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen stinken de akkers niet. Nabij Paderborn zijn afgelopen maand ruim 12.000 varkens geslacht na een uitbraak van varkenspest.

Hoewel officieel pas op 3 januari varkenspest werd vastgesteld bij Paderborn, neemt men aan dat de haard al half december ontstond op een boerderij nabij Delbrück. Een boer voerde niet-gesteriliseerd veevoer (swill) aan zijn varkens, dat hij had betrokken van de bevriende handelaar Benedikt K. (55). Het ene na het andere varken kreeg koorts en stierf. De Delbrücker boer (54) haalde zijn dierenarts erbij, die bloed afnam bij alle dieren en sectie deed op enkele gestorven varkens. Hij constateerde geen varkenspest.

In een week tijd werden bijna alle 140 dieren van de boer ziek of stierven. Hij voelde nattigheid. Uit handboeken maakte hij zelf op dat zijn dieren varkenspest hadden. Omdat hij ongesteriliseerde swill had gevoerd wist hij dat hem een boete van 300.000 mark boven het hoofd hing. In de week voor Kerstmis waren 115 van zijn varkens dood. Hij besloot ze in het geniep te begraven, op het land van de voerhandelaar, acht kilometer verderop.

Met Kerstmis had hij de klus bijna geklaard, toen hij door de vorst werd overvallen. Het vroor zo hard dat er in de grond niet meer te graven viel. Toch had hij al 110 dode varkens begraven. Hij wist niet wat hij met de laatste vijf dode varkens aanmoest. Hij parkeerde zijn aanhangwagen met de laatste varkens in een bosje vijf kilometer van zijn boerderij vandaan, in de hoop dat hij na de vorst gelegenheid zou hebben ze te begraven.

Maar het liep anders af. Zijn buurman had inmiddels ook zieke dieren gekregen. Deze had dezelfde dierenarts erbij geroepen die weer niets geconstateerd had. Maar de buurman vertrouwde het niet en liet met Kerstmis een andere dierenarts komen. Deze constateerde 'Schweinepest-Verdacht' en er werd in de omgeving van Delbrück onmiddellijk groot alarm geslagen.

Vanaf dat moment ging het volgens het draaiboek. De veterinair inspecteur dr. Klaus Bornhorst liet onmiddellijk in een straal van drie kilometer alle varkensboeren weten dat hun dieren geslacht zouden moeten worden. In een straal van tien kilometer was veetransport verboden en mocht geen gier over het land verspreid worden. De slachtingen gaan volgens de Europese richtlijnen rond de haard vanaf de buitenste cirkel naar binnen, zodat de ratten - die aan een warme stal met levende varkens de voorkeur geven - naar binnen gedreven worden. Varkenspest wordt vaak door ratten van bedrijf op bedrijf overgedragen. Inspecteur Bornhorst werd er door een dierenarts op geattendeerd dat bij één boer, de buurman van de boer waarbij als eerste officieel varkenspest was geconstateerd, 26 apathische varkens stonden in een vrijwel lege stal. Ze waren kennelijk net hersteld van een ziekte.

Pagina 18: Padervirus lijkt Aziatische variant te zijn

Bornhorst ging op 9 januari naar de boer en onderwierp hem aan een kruisverhoor. De 26 varkens hadden, zo bleek uit bloedonderzoek, varkenspest achter de rug, en omdat vier van de vijf varkens aan pest bezwijken, moesten nog ergens zeker honderd dode varkens verborgen zijn. Na twee uur sloeg de boer door en biechtte alles op: het ongesteriliseerde voer, de ziekte, het bezoek van de dierenarts, het snelle sterven van 115 dieren, het massagraf dat hij gedolven had, en de aanhanger die nog met vijf dode varkens ergens stond. Na zijn verhoor stortte de boer, die al wekenlang niet meer geslapen had van angst en ellende, volledig in. Hij werd na een proces-verbaal en een korte medische behandeling naar een ziekenhuis gebracht, waar hij nog steeds verblijft. Op zijn bedrijf werd beslag gelegd.

Tegen de voerhandelaar werd eveneens onmiddellijk opgetreden. In de nacht van 10 januari werd het massagraf op zijn terrein gedolven. De varkens waren in twee lagen begraven, slechts dertig centimeter onder de aarde. Als het niet zo hard gevroren had, zouden aaseters ze ongetwijfeld hebben gevonden. Dierkundig inspecteur dr. Marlies Bölling knipte bij het licht van de brandweer de kadavers de oren af met daarin het Europese merkteken. De kadavers werden in lekvrije containers afgevoerd naar een destructiebedrijf. Een deel van de omliggende grond werd ook afgegraven en afgevoerd. De kuil werd met 1,5 kubieke meter gebluste kalk ontsmet.

De aanhanger met de vijf niet begraven kadavers was zo gevonden. Deze ging ook naar het destructiebedrijf. Tegen de voerhandelaar werd proces-verbaal opgemaakt. Op het voerbedrijf, ter waarde van 2,3 miljoen mark, werd beslag gelegd. Het bedrag zal gebruikt worden om gedupeerde boeren schadeloos te stellen.

In de bossen rond Delbrück werden in de weken daarna door jagers op twee plaatsen dode biggen gevonden, alle met afgeknipte oren, zodat ze niet aan hun merktekens geïdentificeerd konden worden. Op 23 januari bleek dat de ziekte niet alleen tot de omgeving van Delbrück, maar ook naar Steinhausen, een 'varkensdorp' nabij Büren, was overgeslagen. Steinhausen ligt 30 kilometer ten zuiden van Delbrück. In de tijd dat de varkenspest nog niet was vastgesteld, waren 20 biggen uit de omgeving van Delbrück naar Steinhausen gebracht. In een straal van drie kilometer werden onmiddellijk alle varkens geslacht. Hoewel slechts één boerderij pest had, moesten er in de omliggende bedrijven 8000 varkens worden geslacht, waarmee het totale aantal geslachte varkens op 12.000 kwam. Bij Delbrück was bij tien bedrijven pest vastgesteld, goed voor 4000 noodslachtingen.

In tegenstelling tot Oost-Brabant liggen rond Paderborn de meeste boerderijen gescheiden van elkaar door kleine bosjes. Ook is de gemiddelde bedrijfsgrootte veel geringer: 60 tot 2000 varkens, terwijl in Brabant 4000 niet ongewoon is. Dat maakt dat binnen dezelfde straal als in Nederland veel minder dieren geslacht hoeven worden.

Delbrück en Büren liggen niet ver van de voormalige grens met Oost-Duitsland. De provinciehoofdstad Paderborn is vanouds bekend om zijn Paderborner Schinken (ham) en in de wijde omgeving liggen dan ook boerderijen met varkensstallen. Paderborn werd een maand eerder dan Nederland getroffen door een nieuwe, virulente vorm van varkenspest, inmiddels het Padervirus genoemd.

Anders dan in Nederland is in Duitsland bij varkens het zogenaamde 'kliekjesmesten' nog toegestaan - het voeren met keukenresten en ander eetbaar afval. Deze zogeheten 'swill' moet in een hogedrukinstallatie tot 130 graden Celsius verhit worden om bacteriën te doden en virussen te inactiveren. Omdat controle moeilijk is als de installaties bij boeren en voerhandelaren zelf staan opgesteld, is in Nederland het kliekjesmesten afgeschaft. Waarschijnlijk terecht, want in Duitsland kampt men voortdurend met kleine uitbraken van varkenspest, meestal van een niet al te virulente vorm.

Zo heerst er in Brandenburg en Mecklenburg-Vorpommern, twee voormalige Oostduitse deelstaten, afgelopen jaar een hardnekkige varkenspest die hier en daar ook westelijker opduikt. De ziekte doet zich ook voor bij wilde zwijnen. In december werd de varkenspest in Nieder-Sachsen geconstateerd en sinds kort ook in Nordrhein-Westfalen. Maar nabij Paderborn ging het duidelijk om een veel virulenter vorm van het virus.

De vraag is gerezen waar deze ziekte vandaan komt. Het Padervirus lijkt volgens Duitse virologen op een variant die vooral van Zuidoost-Azië bekend is, die daar vooral onder allerlei wilde zwijnen-soorten inheems is.

De voerhandelaar betrok zijn keukenresten ondermeer uit een Britse kazerne nabij Delbrück. Een van de hypothesen is dat een Britse militair Aziatisch varkensvlees heeft meegenomen. Een deel zou in het keukenafval terecht zijn gekomen en zo bij de voerhandelaar. Of in Nederland eveneens het Padervirus verantwoordelijk is voor de varkenspest, is nog niet ondubbelzinnig aangetoond, maar het ziekteverloop in Oost-Brabant is wel grotendeels identiek.

Tegen de dierenarts Karl-Heinz Schmack, die bloed had afgenomen bij de 54-jarige boer, is een onderzoek ingesteld. Hij had de gewoonte om tijdens de bloedafname de varkens vast te zetten met een staaldraad in de bek. De staaldraad gebruikte hij overal opnieuw zonder behoorlijk ontsmetting. Hem zijn onhygiënische praktijken verweten. Schmack is inmiddels ondergedoken en heeft een advocaat in de arm genomen om zich te verdedigen.

De varkensboeren rond Paderborn bij wie de varkens niet geslacht zijn, wachten nu gespannen af of dit weekeinde het sein gegeven wordt dat de varkenspest onder controle is. Zo ja, dan kan het blijven bij een noodslachting van 12.000 varkens en is geen verdere isolatie van omliggende bedrijven nodig. De schade wordt tot dusverre geschat op 7 miljoen mark. Zo nee, dan zullen op last van de EU verdere 'tief eingreifende Massnahmen' volgen met noodslachtingen die de Nederlandse maatregelen waarschijnlijk in omvang zullen overtreffen.