Estse premier Tiit Vähi uitgediend

ROTTERDAM, 13 FEBR. Premier Tiit Vähi van Estland houdt het voor gezien: zodra er een opvolger is gevonden die in staat is een stabiele regering te vormen, stapt hij op, zo liet hij gisteren weten.

Vähi leidt sinds eind 1995 een coalitieregering die sinds het weglopen van de Hervormingspartij, in november vorig jaar, geen meerderheid meer heeft in het Estse parlement, de Riigikogu: Vähi kon met zijn overgebleven coalitiepartner, de Boerenunie, nog maar rekenen op 41 van de 101 leden van het parlement. Maandag overleefde hij op het nippertje een motie van wantrouwen die met 46 tegen 45 stemmen werd afgewezen. Het werd gisteren de aanleiding tot zijn opstappen.

In wezen echter stond dat vertrek al langer voor de deur. Vähi is niet erg populair en zijn regering genoot nauwelijks nog krediet. De leider van de Coalitiepartij is bijna anderhalf jaar lang van de ene bijna-crisis naar de volgende gehobbeld. Vanaf het begin boterde het slecht tussen Vähi - een man die voortkomt uit de oude communistische nomenklatoera - en zijn coalitiepartner Siim Kallas, de leider van de Hervormingspartij en 'de vader van de Estse kroon'. Kallas, een radicale hervormer, is als directeur van de centrale bank een van de sleutelfiguren geweest in het uiterst succesvolle hervormingsproces in Estland. Het is in hoge mate dankzij zijn beleid dat Estland van alle ex-Sovjet-republieken op het gebied van de transformatie van de economie, haar groei en haar stabiliteit met grote voorsprong als eerste uit de bus is gekomen.

Al spoedig na de installatie van de regering-Vähi kwam het tot moeilijkheden tussen Kallas' Hervormingspartij en Vähi's Coalitiepartij. Bij de gemeenteraadsverkiezingen traden de twee partijen tegen elkaar in het krijt, en werd er over en weer flink gescholden. Dat zette de toon voor de verdere samenwerking - of beter: het gebrek daaraan. Afgelopen november klapte de coalitie uit elkaar, toen Vähi achter de rug van Kallas om een akkoord sloot met de Centrumpartij van ex-premier Edgar Savisaar, met de uitdrukkelijke - en ook schriftelijk vastgelegde - belofte de Centrumpartij op termijn bij de regeringscoalitie te betrekken.

Dat betekende eerherstel voor Savisaar, die zich een jaar eerder politiek onmogelijk had gemaakt. Toen was bekend geworden dat hij in het geheim gesprekken met andere politici op de band had vastgelegd. Dat Estse Watergate dwong Savisaar met zijn Centrumparti uit de regeringscoalitie te stappen en algemeen werd zijn politieke carrière als beëindigd beschouwd. Het akkoord met Vähi bood echter de meest controversiële figuur in de Estse politiek weer een opstapje. Kallas was daarover zo kwaad dat hij uit de regering stapte, en sindsdien heeft Vähi een minderheidskabinet geleid.

Het begin van het eind kwam maandag, toen de Riigikogu over de motie van wantrouwen tegen de premier stemde. Die motie werd ingediend nadat Vähi was beschuldigd van corruptie: hij zou tussen 1993 en 1995 als voorzitter van de gemeenteraad van Tallinn veel woningen voor spotprijzen en met ontduiking van de privatiseringswetten hebben verkocht aan de huurders. Bij die transacties zouden behalve zijn eigen dochter veel leden van zijn Coalitiepartij betrokken zijn geweest.

Vähi ontkende, maar de oppositionele Vaderland Unie besloot in het parlement toch de vertrouwenskwestie te stellen, een initiatief waarbij diverse andere oppositiepartijen (waaronder de Hervormingspartij van Kallas) zich aansloten. Zelfs de Centrumpartij drong aan op Vähi's aftreden.

Dat vertrek kan, maar hoeft niet tot nieuwe verkiezingen te leiden. De Hervormingspartij heeft laten weten bereid te zijn weer aan een regeringscoalitie met de Coalitiepartij en de Boerenunie deel te nemen als die wordt geleid door een ander dan Vähi. Het aftreden zou dus tot de vorming van een meerderheidsregering kunnen leiden.

Aan de andere kant wordt in Estland al langer gepleit voor verkiezingen. Estland mag - vooral door de vrijwel volledige consensus bij de politieke partijen over het hervormingsbeleid - economisch een showcase zijn, met mooie groeicijfers en een stabiele munt, politiek is het land al sinds zijn losmaking uti de Sovjet-Unie instabiel. Vrijwel alle leidende politici hebben de afgelopen jaren aangetoond niet of maar heel moeizaam te kunnen samenwerken en velen hopen dat nieuwe verkiezingen een parlement met veel nieuwe gezichten kunnen opleveren.