Elektronica; Zingende zaag, puffende locs

De makers van house-muziek grijpen vaak terug op de verworvenheden van de pioniers van de elektronische muziek. Over concrete en abstracte elektronische klanken.

Nieuwe muziek van Scanner wordt onder meer uitgebracht door Staalplaat, (020) 6 25 41 76.

ZEKER TWEEHONDERD ton woog de kolos. Het eerste elektronische muziekinstrument, telharmonium of dynamophon genoemd, zag er uit als een machinekamer. Voor het genereren van boventonen waren in 1906 honderden dynamo's nodig; de sinustonen (zuivere tonen die in hoogte gelijk blijven) werden opgewekt met behulp van twaalf generatoren die in verbinding stonden met een polyfoon toetsenbord.

De geestelijke vader van het telharmonium, de Amerikaan Thaddeus Cahill, had de pech dat toen hij zijn instrumentarium aan de praktijk wilde toetsen, de versterker nog niet was uitgevonden. Hij zocht zijn toevlucht tot telefoonontvangers met speciaal ontwikkelde akoestische hoorns. Dit had een overstelpende hoeveelheid klachten tot gevolg omdat het telefoonnet voortdurend werd lamgelegd door het elektronenorgel, waardoor de experimenten voortijdig moesten worden beëindigd.

De werking van het telharmonium was weliswaar niet optimaal gebleken en de toepassing uiterst onpraktisch, maar dat Cahill op eigen houtje de problemen rondom de elektronische opwekking van geluid had opgelost, bleek een cruciale stap in de richting van de elektronische muziek. Componist en pianist Ferruccio Busoni onderkende, zelfs zonder het apparaat te hebben aanschouwd, meteen het belang ervan en roemde de mogelijkheden in zijn Entwurf einer neuen Ästhetik der Tonkunst (1907).

Een van de eerste elektronische instrumenten waarvoor daadwerkelijk muziek werd gecomponeerd, was de omstreeks 1920 door fysicus en cellist Lev Thérémin ontwikkelde thérémin, een instrument met twee bewegende antennes, die worden aangestuurd door in de nabijheid ervan met de handen op en neer te bewegen. Het zingende-zaaggeluid van de thérémin werd decennia later herontdekt door The Beach Boys, die hiermee hun Good vibrations daadwerkelijk konden laten horen. Tegenwoordig is zangeres Fay Lovsky een van de weinigen die zich nog oefenen in het bespelen van dit primitieve elektronische instrument.

Tal van lumineuze vindingen volgden op de thérémin, waarvan de ondes martenot, die verantwoordelijk is voor de etherische glissandi in veel muziek van Olivier Messiaen, zonder twijfel de meest succesvolle was. Dichter bij het traditionele instrumentarium bleven het hammondorgel, de elektrische piano en de elektrische gitaar. Maar het arsenaal aan elektronische instrumenten dat gaandeweg was ontstaan, bleef een randverschijnsel, een extra kleur op het palet van de componist, zolang niet ook het muzikale idioom en het compositieproces fundamenteel wijzigden. Dat gebeurde pas na de Tweede Wereldoorlog, toen de technologie een sturende invloed kreeg op de klankproduktie. De pioniers van de elektronische muziek zouden met sinusgeneratoren, frequentiefilters, echokamers en meerkoppige bandopname-apparatuur een volledig nieuwe klankwereld weten te exploreren.

In Parijs ontdekte Pierre Schaeffer dat klanken die met behulp van een microfoon op gesloten platengroeven werden opgenomen, onbeperkt herhaald, gekopieerd en bewerkt konden worden. Samen met componist Pierre Henry verzorgde hij radio-uitzendingen met Musique concrète, zo genoemd omdat zij concrete klanken uit de buitenwereld verwerkten tot geluidskunstwerken. Schaeffer maakte bijvoorbeeld opnamen van fluitende en rangerende stoomtreinen en monteerde deze nadien tot zijn Étude aux chemins de fer.

In technisch en esthetisch opzicht staat de Musique concrète haaks op de werkwijze die vanaf het begin van de jaren vijftig in Keulen werd gevolgd. Met op magnetofoonband geregistreerde klanken, uitsluitend afkomstig van elektronische generatoren, realiseerden Karel Goeyvaerts en Karlheinz Stockhausen hier zuiver elektronische muziek. Met een knipoog naar Nietzsche beschreef Stockhausen in zijn artikel Die Geburt der elektronischen Musik aus dem Geist der synthetischen Zahl het ontstaan van de elektronische muziek, dat hij zag als een logisch gevolg van het seriële denken.

In het serialisme worden toonhoogte, toonduur, articulatie en dergelijke onderworpen aan een dwingende, reeksmatige ordening. Door gebruikmaking van elektronische generatoren kon dit procédé in zijn uiterste consequentie worden doorgevoerd en geperfectioneerd. Met een nagenoeg volledige uitsluiting van de musicus als intermediair tussen componist en luisteraar zou de controle van de componist op het muzikale eindprodukt vrijwel compleet zijn.

De beide stromingen bestreden elkaar aanvankelijk te vuur en te zwaard, maar allengs kwam het tot een synthese. Stockhausen zou in zijn Gesang der Jünglinge een elektronisch gemutileerde kinderstem laten klinken te midden van een raamwerk van elektronisch opgewekte geluiden. In de praktijk zouden tal van mengvormen ontstaan tussen instrumentale, vocale, concrete en elektronische muziek.

Om antwoord te geven op de bescheiden ogende vraag Was ist elektronische Musik had de Zwitserse componist Werner Kaegi in 1967 al een heel boek nodig. Nu, dertig jaar later, is de wereld van de elektronische muziek er bepaald niet overzichtelijker op geworden. Concerten met louter in compositielaboratoria gegenereerde klanklandschappen beginnen meer en meer tot het verleden te behoren. De elektronische muziek neemt een steeds bescheidener plaats in te midden van het veel omvangrijker gebied van de computermuziek, waarbij de interactieve manipulatie van het geluid een sleutelbegrip is.

In navolging van Michel Waisvisz ontwikkelen steeds meer jonge componisten hun eigen instrumentarium, waarmee zij ook live optreden. Daarbij heeft de digitale revolutie vérstrekkende gevolgen gehad. Waar tot voor kort onbetaalbare opnamestudio's met hermetische apparatuur nodig waren, zijn tegenwoordig, voor weinig geld, eenvoudig hanteerbare home-tapers verkrijgbaar. De house-muziek kon in die zin ontstaan bij de gratie van de democratisering van de studio-apparatuur.

De makers van innovatieve house-muziek grijpen intussen vaak terug op de verworvenheden van de pioniers van de concrete en elektronische muziek. Je hoeft niet in bezit te zijn van zevenmijlslaarzen om van Robin Rimbaud - alias Scanner - de stap terug te maken naar Stockhausen. Scanner voorzag - met toestemming van de componist, wat een unicum mag heten - muziek van Stockhausen van een hedendaags commentaar vol stemmen, slagwerksamples en drijvende klanklagen.

In de kern verschilt datgene wat Scanner tegenwoordig doet niet zo gek veel van wat Pierre Schaeffer een halve eeuw eerder al deed. Want een essentieel onderscheid tussen het opnemen van stoomtreinen en het scannen van telefoongesprekken is er niet. Als voorbeeldige leerlingen van Marcel Duchamp abstraheren beiden alledaagse voorwerpen in een kunstzinnig kader. Dat Scanner zijn materiaal mixt met ambient en techno, en dat de resultaten bij Scanner zonder twijfel saillanter zijn (zo scande hij voor een live BBC-optreden een telefoongesprek van drugsdealers: “We've got like 20K of heroin to get rid off.”) dan de puffende locs bij Schaeffer, doet daar weinig aan af.

    • Emile Wennekes