Een golf van geld spoelt naar de beurs

DEN HAAG, 13 FEBR. “Het is snel gegaan. Wat ik eind 1996 verwachtte voor de koerstijgingen dit jaar op de aandelenmarkt is na anderhalve maand al bereikt.” De grootste belegger in aandelen van Nederlandse bedrijven, drs. G. Heida van ING Investment Management, velt geen oordeel over de markt, hij meldt een feit.

De Amsterdamse beursindex sloot gisteren voor het eerst boven de 'magische' 700 punten. Drie maanden geleden was het nog 600. Dertien maanden terug 500.

De beurshausse is goud voor beleggers. Gisteren meldde ING een stijging van het beheerde vermogen in Europa met 20 procent tot 117,3 miljard gulden. Heida is primair verantwoordelijk voor die beleggingen en medeverantwoordelijk voor een gelijk bedrag dat ING in andere regio's en in de vorm van andere beleggingen (zoals vastgoed) beheert. ING heeft aandelenbelangen in meer dan zestig grote Nederlandse ondernemingen, van beurstoppers als Koninklijke Olie en Unilever tot en met NRC-uitgever PCM Holding.

“Wat mij als aandelenbelegger op de been houdt is dat fundamenteel geen sprake is van een euforie op de financiële markten”, zegt Heida. “Euforie is wanneer iedereen nog maar één weg ziet: omhoog. Zo'n hosanna-stemming is er niet.”

In de de VS stroomt per dag een miljhard dollar naar beleggingsfondsen in aandelen, in Nederland zoekt het kapitaal van doe-het-zelvende particuliere beleggers, beleggingsfondsen en van pensioenfondsen zijn weg naar het hogere rendement dat de effectenbeurs biedt. Beleggers als Heida hebben de taak de keuzes te maken: “Op aandelengebied is bijna alles populair”, constateert ING's topbelegger.

Pagina 20: Informatietechnologie attractief

Aan de hand van de razendsnelle koerswinsten de laatste zes maanden bij de vastgoedfondsen illustreert hij een uitspraak van een voorganger: ,Je moet kopen wanneer niemand het wil hebben.” Zulke ongeliefde, maar veelbelovende bedrijven vinden is nu moeilijker dan ooit. Aan concrete tips over fondsen waagt Heida zich niet. “Een sector als informatietechnologie vinden wij wel aantrekkelijk, gezien het werk dat de omschakeling van systemen voor het jaar 2000 en de invoering van de euro oplevert.”

Al weet de koerstoename van geen ophouden, Heida voorziet geen rentestijging die de beurzen een forse tik - “tien procent of meer” - uitdeelt. Wat hem betreft is het dubbeltje-op-zijn-kant scenario voor de economie nog steeds actueel. In Amerika, “de moeder aller aandelenmarkten”, lijkt geen sprake van uitbundige economische groei, maar evenmin van een terugslag of inflatiedreiging.

Als professionele belegger weet Heida drommels goed dat je niet zomaar moet denken dat de drie drijvende krachten achter de beurskoersen (de economie, de rente en de bedrijfswinsten) zich nu opeens anders zullen gedragen dan in het verleden, omdat de koersen almaar stijgen. “De gedachte this time it's different zet je gemakkelijk op het verkeerde been, maar het is wel goed jezelf af te vragen: waarom kan het nu wel anders uitpakken dan in het verleden?” Hij somt de argumenten op: de overheid bezuinigt, zodat de inflatiedreiging wegvalt, bedrijven doen hetzelfde en noemt dat herstructureringen en creatie van waarde voor aandeelhouders. En de druk op de lonen is laag of non-existent wegens de hoge werkloosheid. “De herstructureringen beginnen over te waaien. In Amerika is het tien jaar geleden begonnen, nu gebeurt het in Europa. Nederland loopt er voorop, maar ook Duitse en Franse bedrijven beginnen nu ernst te maken.” Heida's conclusie: heb geen zorg om de winstgroei van bedrijven, al “komt het eerder uit kostenbesparingen dan uit grote omzetstijgingen”.

Als voorzitter van de vermogensbeheeractiviteiten van ING etaleert hij een doe-maar-gewoon mentaliteit die naadloos aansluit op die van zijn voorgangers drs. L. van Zwol (met pensioen) en drs. A. Jacobs (nu voorzitter ING Groep) die verzekeraar Nationale-Nederlanden op de kaart hebben gezet als de onbetwiste nummer één aandelenbelegger in Nederland. Oude liefde roest niet. Soms vindt Heida nog een kattebelletje van zijn voorganger op zijn bureau, zo vertelde hij vorig jaar in een interview: waarom die en die belegging zo geweldig is? “Een paar keer per jaar moet ik bij de raad van bestuur uitleggen hoe briljant ik ben”, zegt hij met gevoel voor understatement. Waar zijn voorgangers bij Nationale-Nederlanden zich beperkten tot de beleggingen voor de verzekaar en diens pensioenklanten moet Heida de rol van superbelegger combineren met die van ondernemer. De fusie van Nationale-Nederlanden met NMB Postbank in 1991 heeft een financieel conglomeraat opgeleverd dat, naast bankieren en verzekeren, vermogensbeheer als aparte activiteit heeft gelanceerd. Die ommezwaai sloegen grote concurrenten als Robeco met angst gade. Sinds 1993 zoekt ING actief klanten onder pensioenfondsen en verzekeraars om vermogensbeheer te verkopen. ING Investment Management heeft sindsdien ook het beheer van de eigen beleggingsfondsen van ING Bank, Postbank en Nationale-Nederlanden overgenomen. Vermogensbeheer is geen verdringingsmarkt maar een authentieke groeimarkt, nationaal en internationaal. Het beeld van wat ingedutte vermogensbeheerders heeft in luttele jaren plaatsgemaakt voor dat van de wereld van snel geld, waarin schaalvergroting en overnames, zoals die van Robeco door de Rabobank, de modewoorden zijn.

“Groot moet je zijn om internationaal mee te komen”, bevestigt Heida. Alleen grote partijen kunnen de oplopende kosten voor (internationale) marketing en automatisering dragen. En ING is groot genoeg om internationaal mee te doen, vindt Heida: van oudsher in Nederland, sinds de overname van de Britse elitebank Barings in 1995 ook in het Verenigd Koninkrijk. En dat zijn de twee grootste markten in Europa. ING zal zeker kapitaal op tafel leggen als een interessante overname zich aandient - “wat heb je aan een speerpunt zonder geld” - maar waarschijnlijker is dat de groei zich geleidelijk zal voltrekken, zo valt uit Heida's woorden op te maken. Al was het maar omdat de overnamepremies voor vermogensbeheerfirma's hoog zijn, en ING zuinig is.

De favoriete methode van ING om internationaal te expanderen is eigen vestigingen op te zetten die hun zaken van de grond af opbouwen (“greenfields”). De aanzwellende kracht van deze greenfields kan Investment Management gebruiken om lokaal vermogensbeheer te ontwikkelen. “Je staat er verbaasd van wat je aan vermogen uit die markten, zoals in Oost-Europa, kunt halen.”