Door griep verzwakte Ids Postma moest van bondscoach thuis aansterken; Gemser: Ritsma is nog niet verslagen

Bondscoach Henk Gemser won met zijn schaatser Ids Postma het EK. Vanaf morgen jaagt hij in het Japanse Nagano op de wereldtitel. “Maar Ritsma is nog lang niet verslagen.”

NAGANO / ROTTERDAM, 13 FEBR. Het vertrek van Henk Gemser en Ids Postma naar Japan werd op initiatief van de bondscoach uitgesteld. “Ids moest nog een week thuis achter de boerenkool zitten, gewoon bij moeder. Zodat hij met de voeten op tafel alle post van het EK nog eens rustig kon doorlezen.”

Postma onttroonde vorige maand Ritsma als Europees kampioen, afgeschreven is Ritsma allerminst, zegt Gemser. “Als Ids zo sterk is als bij het EK, is Ritsma te verslaan. En dan ga ik ervan uit dat Ritsma in Japan twee keer zo goed is als op het EK. Maar of Postma weer die superprestaties levert, is nog maar de vraag. Rintje is ziek geweest, Ids is ziek geweest: het wordt leuk hoor!”

“Ids heeft natuurlijk een uitstekend EK gereden, maar Rintje presteerde echt beneden zijn niveau. Ritsma is nog lang niet verslagen, we rekenen ons niet rijk. Het resultaat van Rintje op het EK verraste me natuurlijk aangenaam. Maar als je weet wat voor een kanjer hij is, kan je geen genoegen beleven aan zijn ondergang. Ik vroeg me af waar het aan lag. Na het EK las ik in de kranten dat Rintje ons in de weken voor het EK heeft gevolgd en commentaar heeft op onze trainingswijze. Goh, denk ik dan, daar ligt je kwetsbaarheid.

“De onzekerheid bij Rintje was er niet pas tijdens het schaatsen, maar al in de week ervoor. Hij was toen kennelijk minder groot dan hij zich voordeed. Wij letten bij de training nooit op Rintje, en ook niet op Falko Zandstra. We zeggen elkaar goeiendag, maar het zal me een zorg zijn wat ze doen, hoe hard of hoe langzaam ze gaan. Ik volg mijn eigen traject, let op onze sterke en zwakke punten en doe daar wat mee.”

Sinds de door griep verzwakte Postma na het wereldbeker-weekeinde in Davos terugkeerde in Nederland, week Gemser geen training van zijn zijde. Zeer tegen zijn gewoonte in. “Want ik delegeer verantwoordelijkheid naar de schaatsers: ze moeten luisteren, hebben een stukje trainingsleer gehad en weten nauwkeurig op welke doseringen ze hun werk moeten doen. Maar ik heb een uitzondering gemaakt. Want in de behoefte aan compensatie doen schaatsers altijd te veel, ook Postma. Vlak voordat we naar Japan vertrokken wilde Postma plotseling geen drie keer een kwartier, maar vier keer een kwartier op de fiets stappen voor een intensieve duurtraining. En dat mocht niet. Ook bij het duurwerk op het ijs moest hij van mij langzamer. Maar dan leer ik nooit hard schaatsen, klaagde Postma. Mijn antwoord was: 'sodemieter op, nog langzamer'. Nogmaals, nog geen vier weken geleden mocht Postma voor het eerst weer uit bed om wat kniebuigingen te doen. Het was niks met hem, helemaal niks. Hij had griep, vier dagen 39,5 graden koorts. Hij was echt een natte meelzak.”

In de strijd om de wereldtitel zal er bij de mannen, in tegenstelling tot bij de vrouwen, door de toppers niet op klapschaatsen worden gereden. Coach Gemser is een groot voorstander van de klapschaats. “In de tijd van Hein Vergeer, Leo Visser, Gerard Kemkers was ik al in voor de klapschaats. Maar de mannen zijn altijd erg wantrouwend geweest over het materiaal. Ids heeft vorig jaar een zware uitvoering geprobeerd. Met die ervaring is hij nu nog niet bereid om zijn schaatsen te vervangen. Hij denkt dat hij met name op de 500 en 1.500 meter in het eerste deel van het traject zoveel moet inleveren dat hij in het tweede deel wel heel hard moet gaan om nog winst te boeken ten opzichte van zijn traditionele materiaal.”

De vraag of Postma volgend jaar bij de Olympische Spelen in Nagano op klapschaatsen zal rijden, wil Gemser niet met ja of nee beantwoorden. “Dat is een proces bij die jongen in zijn bovenkamer. Het draait allemaal om zekerheid. Sporters die aan de top staan - Ids zette op traditioneel materiaal zeer nadrukkelijk de concurrentie op zijn plaats zet - experimenteren niet.”

Op weg naar de Spelen heeft Gemser voor ieder van zijn schaatsers een ander recept. Een paar voorbeelden: “Bob de Jong mag dit seizoen plezier maken. Hij hoeft geen wereldrecords te rijden. Hij mag kijken hoe deze winkel hem bevalt, hij krijgt geen gerichte opdrachten. Voor Gianni Romme is het allroundschaatsen nu voorbij. Hij specialiseert zich op de vijf en de tien kilometer. Op de 1.500 meter doet hij nog mee omwille van de basissnelheid. Ids Postma heeft tot dit WK geen tien kilometer-trainingen meer gedaan. Die moet hij straks maar door zien te komen. In die zin ben ik wel wat meer met specialismen bezig, ook vorig jaar al, dan dat ik naar buiten toe laat blijken.”

Na de Olympische Spelen lopen de contracten van de kernploegleden met de KNSB af. Gemser verwacht dat zij het commerciële avontuur van Ritsma niet zullen kunnen kopiëren. Hij heeft die behoefte bij de schaatsers nog niet bespeurd en meent dat de professionale aanpak van het Sanex-team moeilijk te herhalen is. Falko Zandstra, die vorig jaar de kernploeg moest verlaten en een privé-sponsor vond, beschouwt Gemser niet als voorbeeld van een geslaagd ondernemer. “Zijn aanpak is niet met die van Rintje te vergelijken. Falko had in Italië nog wat nodig uit onze huisapotheek. Als dat nou het niveau is. Je moet je eigen broek kunnen ophouden.”

De noodzaak uit de kernploeg te stappen is een stuk minder sinds de bond en hoofdsponsor Aegon in het najaar een aantrekkelijker premiesysteem lanceerden, nadat Romme, Straathof en Hersman hadden gedreigd uit de kernploeg te stappen. Op betere betaling van topschaatsers had vooral Gemser aangedrongen. “Sporters worden nu op basis van hun kwaliteit gehonoreerd.” Gemser is er trots op dat hij dat mede voor elkaar heeft gebokst. “Toen Ab Krook en Wopke de Vegt de collega-kernploegtrainers waren, werd dit soort signalen niet gehonoreerd. De sporters leefden toen al in grote onvrede, maar niemand nam voor hen het woord. Bart Veldkamp werd twee jaar geleden bij het EK in Heerenveen ter verantwoording geroepen over een krantenartikel waarin hij voor zijn eigen belangen opkwam. De Vegt noemde dat een zwarte bladzijde in het toernooi. Dat vind ik ongelofelijk. Wat is er onbehoorlijk aan dat een sporter voor zijn belangen opkomt en ten einde raad de publiciteit gebruikt om zijn onmin te uiten.”

Het bevreemdt Gemser dat er nog steeds geen organisatie is die de belangen van de schaatsers behartigt. “En als ik dat dan doe, als een soort vakbondsvertegenwoordiger, wordt me dat niet in dank afgenomen. De schaatsers kunnen heel goed rondjes rijden, maar verbaal zijn ze niet opgewassen tegen mensen die juist op basis van die kwaliteit een functie hebben. Omdat de schaatsers niet als gelijken zijn behandeld en hun signalen werden ontkend, zijn Veldkamp en Ritsma opgestapt. Ik heb hetzelfde gedaan in 1980 met sprinter Jos Valentijn, ik was net zo opstandig. Jos had 7.500 gulden van zijn ouders gekregen, ik legde uit mijn salaris van gymnastiekleraar 7.500 gulden op tafel. Een jaar lang zijn we solo de competitie met de ploeg van Jorrit Jorritsma aangegaan. Tot mijn accountant waarschuwde: Henk, stop, het kost je je brood. Vanuit het historisch perspectief laat het zich allemaal uitstekend verklaren dat het in het schaatsen is zoals het is.”