DJ's: Een zenuwslopende dagtaak

Een vertrouwensband met platenzaken opbouwen, trends voorblijven en aan de greep van de commercie proberen te ontsnappen. Dj's doen zoveel meer dan muziek draaien.

Een door Eddy de Clercq samengestelde box van drie cd's met klassiekers uit de eerste jaren van de house verschijnt op 18 februari bij maatschappij Mecado Music.

NADAT DE OBSCURE undergroundsfeer rondom house was opgetrokken, rook de commercie geld en zorgde er voor dat de muziek ook bovengronds prima kon gedijen. De produktie van enkele honderden nieuwe platen per week en de snelheid waarmee nieuwe stromingen zich aandienen, duiden erop dat het om een gezonde industrie gaat. Discjockeys hebben een dagtaak aan het op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen om een voorsprong op trends te houden. Bijblijven is noodzakelijk en soms zenuwslopend.

“Nee, het is niet zo dat ik iedere donderdag en zaterdag, als de nieuwe importplaten binnenkomen, zwetend van ongeduld naar de platenzaak ren”, zegt dj Mark Stolk (31). Hij zit al twaalf jaar in het vak en sinds de zomer draait hij als dj Mark Vibe iedere donderdagavond in het Luxor Theater in Arnhem, en daarnaast ook op feesten elders in het land.

“Ik heb een vertrouwensband opgebouwd met de zaken waar ik kom en daar houden ze vaak platen voor me achter. Ik hou erg van Amerikaanse import. Een plaat is denk ik goed als je kunt horen dat de maker zijn ziel erin heeft gelegd. Er komen nogal wat platen uit waarvan ik na tien seconden denk: was maar een paar dagen langer in de studio blijven zitten. Mijn favoriete label, Guidance uit Chicago, levert volle produkties: niet een enkel nootje maar akkoorden en zang waar een visie achter zit.

“Als ik het geld had, zou ik net als de grotere dj's eens in de twee maanden naar New York of Londen gaan om platen in te slaan. Maar ik kan wel wachten totdat ze het grote water oversteken. Ik heb niet het idee dat ik hier in het oosten iets mis. Het is echt niet alleen de Randstad waar het altijd gebeurt.” Als voorbeeld haalt Stolk drum 'n' bass aan, de uit Engeland afkomstige stroming die het eerst werd opgepikt in het oosten en het zuiden van Nederland.

Wat is modern en wie is er hip? Daar lijkt het bij house om te draaien. Maar volgens dj Eddy de Clercq (41) is 'trenddenken' iets wat tot het verleden behoort, omdat je eigenlijk alleen nog maar kunt spreken van wat goed is en wat slecht. De uit België afkomstige dj raakte bekend als eerste house-dj van Nederland en was mede-oprichter van club RoXY in Amsterdam. De Clercq: “Je probeert als dj steeds opnieuw je positie te bepalen, maar je hobbelt altijd achter de feiten aan. Als ik een nieuwe ontwikkeling begrijp, dan is die alweer achterhaald. Op de plek waar die muziek is gemaakt, zijn ze dan allang weer met iets nieuws bezig.

“Muziek is taal die door mensen wordt geïnterpreteerd en daardoor altijd in beweging is. Drum 'n' bass bijvoorbeeld werd vanuit een groep in Londen ontwikkeld, bereikte een verzadigingspunt, waarna het werd geëxporteerd naar het buitenland. Dit soort golven komen en gaan steeds sneller. Tien maanden, dat is al lang.”

Zowel Stolk als De Clercq zegt “niet trendsettend” bezig te willen zijn. Stolk: “Ik probeer bij te blijven, maar zeker nu ik ouder word, merk ik dat ik durf te kiezen voor muziek die ik zelf mooi vind. Ik houd me niet krampachtig vast aan de smaak van de massa. Toch draai ik net zo makkelijk eerst een paar grote hits om de zaak op gang te krijgen. Dj's die dat zien als een zwaktebod, draaien met oogkleppen op.”

Ook De Clercq heeft andere motieven voor zijn drang bij te willen blijven. “Ik kies steeds nieuwe invalshoeken om de motor gaande te houden. Noem dat mijn pioniersgeest. Als ik een snob was geweest, dan was ik ermee opgehouden op het moment dat house-muziek doorbrak en de massa het met een beangstigende gretigheid overnam.” Terugkijkend op deze ontwikkeling zegt De Clercq: “House was als een steen in een doodstille vijver. De laatste ringen bereiken nu de rand van de vijver en in het midden is het water alweer rimpelloos. Van revolutie tot evolutie.”

Aïda Spaninks werkt als dj onder de naam Lady Aïda en schrijft voor het blad Update over house-muziek. “Ik plan mijn buitenlandse optredens steevast zo dat ik in Helsinki of Berlijn tijd overhoud voor een bezoek aan een platenzaak, hoewel dat een gepruts is met de aankomsttijden. Ik steek veel tijd in het onderhouden van contacten met platenlabels. Ook probeer ik naar platen van alle stromingen te luisteren, maar hiphop heb ik bijvoorbeeld uit tijdgebrek laten gaan. Verder lees ik alle muziekbladen. Het Engelse tijdschrift Muzik is goed. Maar het is ondoenlijk alle veranderingen bij te houden, ook al is het je vak. Collega's die dat wel proberen, kweken een maagzweer.”

Is haar collega Mark Stolk nog somber over de hokjesgeest die de verschillende stromingen teweeg hebben gebracht, Aïda Spaninks verheugt zich op de toekomst die house-muziek tegemoetgaat. Volgens haar groeien alle stromingen uiteindelijk naar elkaar toe. “Je merkt dat alle stijlen elkaar weer gaan respecteren. Ze vervormen tot een groot muziekverhaal. Drum 'n' bass, techno, gabber, het wordt een totaalpakket waarin ook plaats is voor bijvoorbeeld gitaarrock, in geremixte vorm. Het wordt er voor ons dan makkelijker op, omdat we niet meer hoeven te kiezen voor een stroming.”

Spaninks roemt de smeltkroes van de gabbers, die nochtans worden gezien als een gesloten groep. “Gabberparty's waren de eerste waar in verscheidene zalen verschillende muziek werd gedraaid. De eerste breakbeats van jungle klonken in de gabbermuziek.”

Alle drie zijn ze het erover eens dat de stevige commerciële omhelzing van de house-industrie geen houdgreep is. De Clercq: “Het is een kwestie van zin en onzin scheiden. Het publiek is nog steeds vatbaar voor waar het eigenlijk om begonnen is: het pure gevoel dat je krijgt van dansen op oeroude ritmes. Van welk label dan ook.”