De pest in

MINISTER VAN AARTSEN van Landbouw had gehoopt samen met de varkensmesters de dans van een Europees exportverbod te kunnen ontspringen. Enkele uren voor de Europese Commissie, op advies van het permanent comité van veterinaire deskundigen, het exportverbod voor levende varkens oplegde, meende hij nog dat Nederland al het mogelijke had gedaan en dat dit genoeg was.

Nu de hardheid die de Commissie tegen de Britten met hun gekkekoeienziekte aan de dag heeft gelegd Nederland treft, toont de bewindsman zich verbijsterd.

Er staat veel op het spel. Anders dan bij de gekkekoeienziekte gaat het niet om de gezondheid van de consument. Maar de gevolgen in geld van een grensoverschrijdende epidemie onder de Europese varkensstapel rechtvaardigen de grootst mogelijke voorzichtigheid. Daarnaast spelen binnen de EU nog nationale belangen. Als een exportverbod een veel producerend en exporterend land treft, kan de eigen concurrentiepositie worden verbeterd. Toch zou op termijn ook de vaderlandse varkensexport meer te lijden hebben van een niet meer te beteugelen verspreiding van de pest dan van een tijdelijk exportverbod. Nederland voert jaarlijks voor meer dan vijf miljard gulden aan varkens en varkensvlees uit. In heel Europa bestaan grote vleesstromen.

HET GEVAAR voor verspreiding van besmettelijke infectieziekten is groot. Inperking van de ziekte, en beter nog uitroeiing van de ziekte die de veestapel bedreigt, is noodzakelijk. Bij varkenspest is ervoor gekozen om een al jaren bestaand en betrouwbaar vaccin tegen de ziekte in de Europese Unie niet te gebruiken. Tot 1983 was vaccinatie van alle varkens in België bijvoorbeeld nog verplicht. Maar om economische en handelsredenen heeft men de vaccinatie van de EU-varkensstapel inmiddels verboden. Vaccinatie maskeert namelijk het virus, waardoor niet meer snel te achterhalen is of geëxporteerde varkens besmet zijn met het varkenspestvirus.

Vaccinatie van alle Nederlandse varkens zou jaarlijks tientallen miljoenen guldens kosten. De ziekte bestrijden met uitroeiing van besmette en zieke dieren en de varkens in de omgeving, gevolgd door schadeloosstelling van de getroffen boeren, is goedkoper zolang het uitbreken van de ziekte beperkt blijft in frequentie en omvang. Over een reeks van jaren gemeten slaat in Nederland de balans ruim door ten gunste van het nu gevolgde ruimingsbeleid.

De consequentie is dat we nu en dan beelden zien van 'geruimde' varkens die door grijpers in containers worden geworpen. Maar het aantal van 30.000 dieren die voorlopig worden afgemaakt is nog niet de helft van de ongeveer 70.000 varkens die iedere werkdag in Nederlandse slachthuizen worden geslacht. Ruim 18 miljoen varkensslachtingen telde het CBS in 1995 in Nederland, op een populatie van ongeveer 14 miljoen dieren, waarvan er ook nog eens 2,7 miljoen levend worden geëxporteerd. Dat kan omdat de meeste dieren ruim voor hun eerste verjaardag worden gedood of uitgevoerd. Hun plaats in de stal wordt snel door een ander ingenomen. De schadevergoeding wordt betaald uit een fonds dat voor de helft door de belastingbetaler en voor de helft door de branche wordt gevuld.

HET NIET-VACCINATIEBELEID is vastgelegd in EU-richtlijnen. Het ingecalculeerde risico maakt de verantwoordelijkheid van de organen van de Europese Unie nog groter dan zij per definitie al zou zijn. Tegen die achtergrond moet dan ook het nu opgelegde exportverbod worden begrepen. De verbijstering over het exportverbod van de zijde van de Nederlandse overheid is begrijpelijk. Het ministerie van Landbouw deed meer dan Brussel voorschrijft. Het beschermingsgebied rond de varkensstal waar de ziekte begon is ruim gekozen. Er worden preventief 30.000 varkens van bedrijven rond de haard geslacht, terwijl de EU daartoe niet verplicht. Er is een groot epidemiologisch onderzoek opgezet naar contacten die de besmetting verder kunnen brengen.

Maar intussen is de besmetting buiten het quarantainegebied gekomen. De minister kon dat niet voorkomen, maar enkele boeren misschien wel. De verplaatsingen van varkens vlak voor het vervoerverbod werd ingesteld, de vastgestelde ontduiking van het verbod en het feit dat nog steeds varkens uit het quarantainegebied zoek zijn, vormden voor de EU aanleiding genoeg tot een exportverbod. In een land waar veel boeren de overheid, bezig met noodzakelijke inperkingen van de milieuoverlast die de intensieve veeteelt veroorzaakt, als vijand beschouwen, bleek het moeilijk om tot een aanpak te komen waarin alle betrokkenen het collectieve boven het individuele belang stellen. Waarschijnlijk plukken overheid en boeren daar met het Europese exportverbod nu de wrange vruchten van.