De grote show van schuld en boete

AMSTERDAM. “Ik heb er intensief over nagedacht, en ik zie het als mijn lot”, zei Henk X., die in werkelijkheid anders heet. “Het heeft iets te maken met evenwicht in je leven. Ik heb vroeger veel geld verdiend in de misdaad en de heroïnehandel. Ik gebruikte toen zelf nog niet.

Maar die drugs kwamen hier en verwoestten levens, dankzij mensen als ik. En nu sta ik hier zelf op de brug te kleumen. Ik zie het als mijn karma, als een cirkelgang die ik zelf in gang heb gezet heb. Daarom hoor je mij niet zeuren.''

Drie dagen na het Hakkelaarvonnis werd mijn fiets gejat, mijn mooie, lichtgroene Sparta met trommelremmen, mijn trouwe kameraad in regen en wind, vele jaren lang, en ik besloot het er niet bij te laten zitten. Ik liep politiebureaus, markten en fietsenhandelaren af, en ten slotte daalde ik af naar de onderwereld van de fietsen, de plek waar de schimmen rondrijden van ooit fonkelend trotse Gazelles, Phoenixen, Fongersen en Sparta's: de brug bij de Oudemanhuispoort.

Zo kwam ik Henk tegen. Twee schreeuwerige Marokkaanse mannen liepen op dat moment de markt te verpesten door een oude rammelkast aan te bieden voor vijf gulden, twee anderen stonden te wachten met een wat beter exemplaar in de hand, en ik zag Henk een deal maken met de oude opkoper die er altijd rondscharrelt om een centje extra te verdienen. Henk had een basketbalpet op en een groen legerjack aan, zijn huid was bleek en zijn ogen verraadden een jarenlang straatleven. Had hij mijn groene Sparta te pakken gehad? Hij wist het niet meer. “Ik ben gespecialiseerd in voorwielen”, zei hij. “Ik ben een zoeker. Ik zoek eerst een fiets die alleen aan het voorwiel vaststaat. En dan zoek ik een fiets met dezelfde wielmaat, en daar pik ik het voorwiel van. Je hebt alleen maar sleutel vijftien nodig. Rustig, simpel werk.”

Hij vloog die ochtend af en aan naar de brug met telkens een andere fiets, als een spreeuw die een nest met hongerige jongen moest bedienen. Na een poosje raakten we aan de praat. Hij had vijf jaar gezeten, en sindsdien bivakkeerde hij op straat, nu al twee jaar lang. Vroeger deed hij grote zaken, maar daarvoor wordt hij nu niet meer gevraagd vanwege zijn verslaving. Bovendien is hij vrijwel zeker seropositief. “Ik ben absoluut niet trots op wat ik doe. Maar het is beter dan tasjes roven. Het is een relaxte business: vrij hard werken, maar als je met weinig tevreden bent, is het een goed bestaan. Veel oudere verslaafden gaan ertoe over. De gemiddelde leeftijd hier op de brug is ver boven de dertig.”

Volgens Henk zijn alleen al op deze plek zeker vijfentwintig jongens permanent bezig met het stelen en verhandelen van fietsen. “Als ik een slechte dag heb, verkoop ik er altijd nog wel vijf. Maar de jongens die met een betonschaar werken, pakken er wel tien of vijftien.” Fietssloten zijn doorgaans geen probleem. “De meeste kabel- en kettingsloten hebben we in tien seconden open. Beugelsloten zijn moeilijker. Alleen de Axa's zijn krengen om open te krijgen. Zoekt en gij zult vinden, dat geldt zeker voor dit werk.”

Justitie speelt in deze sector geen rol van betekenis. “Ik ben een paar keer goed afgetuigd. De politie is niet zo'n ramp. De enkele keer dat je gepakt wordt, sta je zo weer op straat. Een potige eigenaar is minder leuk.” Ook de afname van het produkt verloopt probleemloos. De standaardprijs is overal een geeltje, vijfentwintig gulden. “Meestal sta ik hooguit een kwartier op de brug. Degenen die me over tien jaar in de lik gooien kopen nu een fiets van me - want vaak zijn het van die rechtenstudentjes.”

Sommige potentiële kopers doen uit principe niet mee, anderen bezwijken als het om bijna nieuwe fietsen gaat, weer anderen wenken Henk in een hoekje en kopen gretig als maar niemand het ziet, nog weer anderen zijn keihard. “Je biedt een fiets van 250 gulden aan voor 25 gulden, maar sommigen scheppen er behagen in om nog eens af te dingen tot een tientje. En dat lukt ze ook, als je je maar ziek genoeg voelt.”

Andere afnemers zijn tweedehands-fietsenwinkels, die een kwitantie uitschrijven voor 75 gulden, maar in werkelijkheid maar 25 gulden betalen omdat ze heel goed weten dat het om een junkenfiets gaat. De verplichte registratie wordt zelden gecontroleerd, en de legitimatie is ook maar een formaliteit. Soms wordt er, zo vertelde Henk, ook voor de groothandel gewerkt. Dan wordt een paar dozijn gestolen fietsen uit Amsterdam bijvoorbeeld uitgewisseld met een paar dozijn uit Arnhem - waar ze weer veilig verkocht kunnen worden omdat de registratiesystemen doorgaans niet zover reiken. “Ik heb zo tweemaal een partij bij elkaar gehaald voor een opdrachtgever, mooie grote klussen, daar had ik zelfs een maat bij.”

Fietsendiefstal is in Amsterdam officieus geoorloofd, net als de handel in hash, maar omwille van de publiciteit en de buitenlandse politiek moet er soms toch een kop rollen. Henk sprak er, vanuit zijn ervaring in zijn vorige leven, laconiek over. “Als je kijkt wat je verdienste is, dan pak je zo'n vier jaar graag. Als je dertig jaar een klotebaan hebt gehad dan heb je ook tien jaar lang in een cel gezeten, denk ik altijd maar. Als je voor een respectabele zaak zit - ik zat bijvoorbeeld voor heroïnehandel en een bankoverval - en je kunt een beetje met mensen omgaan, dan is het in een Nederlandse lik goed uit te houden. Drank en drugs volop, en seks valt ook goed te versieren. Daarbij komt dat zo'n topfiguur natuurlijk een enorme status heeft, waarmee hij alles gedaan kan krijgen.”

Henk begon herinneringen op te halen aan die vreemde veilige orde van de gevangenis, toen hij voor andere topbazen de cel schoonmaakte, kinderverkrachters in elkaar sloeg en andere klusjes opknapte. “Ik had geen geld. Zij wel. Dus ik smokkelde coke en ecstasy voor ze, in een container in m'n hol. En als het misging hield ik m'n mond - dat werd ook beloond. Als ik deze man in de lik zou tegenkomen, ik zou hem ook mijn respect betonen. Als-ie straks weer een baantje te vergeven heeft, denkt-ie immers misschien wel aan mij. Hoewel nu - ik heb het gevoel dat de toekomst niet meer bestaat, en waarschijnlijk is dat wat mij betreft ook zo.”

Zo draaide de wereld door na de Grote Show van Schuld en Boete.