Cor Boonstra laat zich niet over toekomst uit

EINDHOVEN, 13 FEBR. Wie vanmorgen naar Eindhoven was gekomen om te horen welke koers de nieuwe Philips-president Cor Boonstra nu eigenlijk wil inslaan met het elektronicaconcern kwam bedrogen uit. Boonstra onthield zich van uitspraken over de lange termijnstrategie. De Philips-topman wil eerst de winstgevendheid van het concern herstellen en de organisatie stroomlijnen. Op zijn vroegst denkt hij eind dit jaar iets meer over de richting van het concern te zeggen.

“Een uitermate teleurstellend jaar”. Zo kwalificeerde Boonstra vanochtend het resultaat van Philips over 1996. Philips leed afgelopen jaar, voor een belangrijk deel als gevolg van voorzieningen voor herstructurering, een verlies van 590 miljoen gulden, een enorme tegenvaller na de record nettowinst van 2,5 miljard gulden over 1995.

Met het oog op intussen in gang gezette reorganisaties is een eenmalig bedrag van bijna 2,6 miljard gulden ten laste van het resultaat '96 gebracht. Daarvan komt 725 miljoen ten laste van het bedrijfsresultaat en is 1,8 miljard geboekt als buitengewone last. In het voorafgaande jaar beliepen Philips' buitengewone lasten slechts 366 miljoen, een niveau waarnaar Boonstra dit jaar denkt al te kunnen terugkeren.

Ondanks het verlies keert Philips aandeelhouders over '96 een gelijk dividend (ƒ 1,60) uit als het jaar ervoor. “We doen dat omdat we dit jaar een resultaat verwachten dat in lijn is met het normale verwachtingspatroon”, zei Boonstra vanochtend.

De Philips-president herhaalde met nadruk dat de realisering van de financiële doelstellingen die hij enkele maanden geleden heeft vastgesteld voor hem prioriteit hebben. Zo stelt Philips zich ten doel dit jaar een positieve kasstroom van één miljard gulden te behalen.“En we zullen niet van dit doel afwijken”, benadrukte Boonstra.

De Philips-president sprak na het onverwachte vertrek van zijn voorganger J. Timmer deze week als commissaris geruchten tegen dat er ook binnen de raad van bestuur spanningen zouden bestaan. “Vanaf het begin staat de raad van bestuur duidelijk en vastbesloten achter onze poging om het concern op het goede spoor te zetten. Van onrust is geen sprake,” aldus Boonstra.

De speculaties over onrust werden vanmorgen aangewakkerd door het aangekondigde vertrek van vice-president Frank Carubba (59), verantwoordelijk voor research. Boonstra legde uit dat Carubba's vertrek niets te maken heeft met conflicten binnen het Philips bestuur maar dat de Amerikaan, in 1991 overgekomen van Hewlett-Packard, contractueel al in september jongstleden had moeten vertrekken. Carubba keert terug naar Amerika maar zal Philips als consultant van advies blijven dienen.

Ondanks herhaald aandringen weigerde Boonstra een duidelijke verklaring af te leggen over de richting waarin hij met Philips denkt te koersen op de langere termijn. “Ik ga geen verklaring afleggen over zaken waarover in het bestuur niet eerst uitputtend is gediscussieerd”. Boonstra denkt dat binnenkort de eerste fase van zijn plan tot winstverbetering - het afstoten van activiteiten die niet tot de kernvaardigheden behoren of niet voldoende winst opleveren - kan worden afgesloten. Daarna volgt een fase waarin voor alle afdelingen zeer strakke budgetten worden vastgesteld. Pas daarna wordt op het niveau van de produkt-divisies het beleid uitgestippeld hoe Philips het best kan inspelen op de ontwikkelingen in de consumentenelektronica.

Niet voor eind dit jaar, begin volgend jaar, denkt Boonstra dan wat meer te kunnen zeggen over de concern-strategie. Op de vraag naar een mogelijke opsplitsing van het concern zei de Philips-topman: “Wat mij persoonlijk betreft zijn dat soort portefeuille-ingrijpen niet uitgesloten.”

Over het huidige beleid om het concern weer gezond te maken zei Boonstra: “We zijn nu op een meer vastbesloten manier bezig om weer concurrerender te worden dan in de afgelopen jaren wellicht het geval is geweest. De resultaten van alle maatregelen die nu in gang zijn gezet moeten volgens hem in de loop van 1998 zichtbaar worden. We zijn ons bewust dat de weg om van Philips een stabiele winstgevende onderneming te maken geen gemakkelijke is, betoogde Boonstra.

De Philips-topman maakte een duidelijk onderscheid tussen het aanpassen van de organisatie en de strategie. Bij de organisatie gaat het vooral over het instellen van circa 100 bedrijfseenheden met duidelijke verantwoordelijkheden. En ook het wegsnijden van wat hij noemt de kleilagen van Philips, de managementlagen bij divisies en landenorganisaties, staat los van de strategie.

Het totaal van maatregelen en plannen ligt volgens Boonstra goed op koers maar hij voegde er aan toe dat “we nog maar net zijn begonnen”. Het teleurstellende resultaat over 1996 is behalve door eenmalige kosten veroorzaakt door een veel minder sterke stijging van de omzet en door kosten die juist sneller stegen dan de omzet die uitkwam op ruim 69 miljard gulden.

Philips nettoresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening verslechterde afgelopen jaar fors, het ging terug van ƒ 2,7 miljard naar slechts 723 miljoen gulden.

Het was vanmorgen niet alleen kommer en kwel. Boonstra en financieel bestuurder D. Eustace toonden zich tevreden over het herstel van de activiteiten in Beeld en Geluid. De winstgevendheid van de chipdivisie viel weliswaar tegen maar is in vergelijking met andere divisies natuurlijk uitstekend, constateerder Eustace. Boonstra toonde zich content met de prestaties van Polygrams filmdivisie.