Boerenbedrog naar hartelust

Als Tijl Uilenspiegel weer eens geldgebrek heeft, krijgt hij bij het passeren van een knekelhuis een geniale inval. Hij raapt een schedel op en trekt vermomd als boeteprediker verder. Aan goedgelovigen vertelt hij dat het een doodshoofd van een heilige is, en dat er wondere krachten vanuit gaan.

Die oude truc gebruikt ook de afdeling marketing van de KPN. Onder het denkbeeldige stof van eeuwen heeft ze een wonderbaarlijke goedheilig man opgeduikeld. Zijn naam: Valentijn. Iedereen die ook maar iets om zijn naaste geeft, moet deze in elk geval een hartewenskaartje sturen en wel op 14 februari.

De actie is net zo onmogelijk als het velletje kraszegels, dat speciaal voor deze gelegenheid is uitgebracht. Een kaartje naar je (geheime) geliefde stuurde je in ons deel van Europa op 5 of 24 december. 'Valentine' was een bedenksel van de Engelsen.

Als liefdesbodes fungeerden de Sint - het was zelfs zijn oorspronkelijke rol - en de kerstman. Vaak werden de kaartjes anoniem verzonden, maar ook wel openlijk tussen verloofden als verwijzing naar het toekomstige huwelijksgeluk. Aan duidelijkheid laten ze niets te wensen over. Een geliefde afbeelding was een versierd hart van peperkoek; in Duitsland nog steeds een gangbaar artikel. De kaartjes dienden ook wel als aansporing voor 'aarzelende' heren om kleur te bekennen. En natuurlijk werden ze ook gebruikt om vrienden, vriendinnen, broers en zusters te pesten. (En maar raden van wie het kaartje kon zijn.)

Het hoogtepunt van het gebruik lag tussen 1900 en het einde van de Eerste Wereldoorlog. Daarna stierf het, althans op het continent, een zachte dood. Logisch. Vrouwen waren geëmancipeerd en via het sportveld (korfbal), vereniging (toneel, muziek), het werk, dancing of recreatie in de openlucht gemakkelijk benaderbaar geworden.

De verhoging per 1 januari van het posttarief van 70 naar 80 cent voor een kaartje wordt nu ook duidelijk. Met dat dubbeltje betaalt de KPN de reclamecampagne rond die Valentijn-onzin.