Arnon Grunberg schrijft, schaakt en serveert

Schrijver Arnon Grunberg woont tegenwoordig in New York. De New York Times besprak zijn net verschenen debuut en vanaf deze week wordt hij vertegenwoordigd door Andrew Wylie, een van de meest vooraanstaande literaire agenten van de Verenigde Staten.

NEW YORK, 13 FEBR. Het zaaltje in Alphabet City puilt uit. Limbo, een cafeetje aan Avenue A op Manhattan, organiseerde eergisteren een literaire avond met Arnon Grunberg en Tom Kelly. Grunberg heeft zojuist zijn debuut gemaakt in de Verenigde Staten met Blue Mondays, de vertaling van zijn roman Blauwe maandagen. Hij wordt ingeleid door Paul Ely, zijn redacteur bij Farrar Strauss & Giroux.

Ely vertelt de toehoorders dat Grunberg in Nederland failliet is gegaan als uitgever. Voor dat faillissement had hij al een afspraak gemaakt met zijn huidige redacteur Vic van de Reijt van Nijgh & Van Ditmar om een roman te schrijven. “Die afspraak ontstond in Frankfurt tijdens de Buchmesse”, aldus Ely, “toen de twee na steeds meer drank elkaar steeds stelliger beloften deden. Zo is Blue Mondays begonnen.”

Grunberg bijt het spits af. Limbo heeft verdacht veel weg van een gemiddeld klaslokaal en de lampen die aan het plafond hangen lijken minstens dertig jaar oud. Een dikke man die met een koptelefoon op tegen een pilaar zit, onttrekt zich aan de drukte. De pilaar midden in de ruimte staat tussen hem en Grunberg in. Om in de stemming te komen begint Grunberg met een paragraaf in het Nederlands en vervolgt dan in het Engels. Hij kiest voor het hoofdstuk 'Walk like an Egyptian'. De ik-figuur Arnon gaat uit wandelen met zijn vader en keert weer terug. Een hulp komt langs om de vader te wassen, die onderwijl 'geil varkentje' roept naar de hulp en herhaalt dat hij naar het schijthuis moet. Terwijl Grunberg beeldend voorleest - en het publiek stilhoudt - begint in Limbo een hond te blaffen. De dikke man kijkt even op maar concentreert zich dan weer op zijn koptelefoon. Een korte pauze volgt op Grunbergs lezing, waarna Tom Kelly aan de beurt is. Hij debuteerde onlangs met Payback bij uitgeverij Knopf.

Vorige week werd Blue Mondays besproken in de New York Times. Dat Grunberg als niet-Amerikaans schrijver van slechts één roman, een recensie krijgt is opmerkelijk. De recensent is mild: “Meneer Grunbergs boek voelt aan als een eerste roman van een zeer jonge man en het lijkt erop dat hij dat zelf weet.” Een uitspraak van een personage in het boek parafraserend, zegt de recensent ook: “Je kunt eindeloos over seks praten en 'je krijgt nooit genoeg van het onderwerp' - en dat is Blue Mondays in een notedop.” Een bespreking in de gezaghebbende Times is vaak het sein voor andere bladen om ook aandacht aan het boek te besteden.

Grunberg is zeer tevreden met de publiciteit over Blue Mondays, dat een eerste druk heeft van 5.000 exemplaren. “Het boek ziet er mooi uit”, zegt hij, “eerlijk gezegd vind ik de omslag mooier dan die van de Nederlandse uitgave.” Grunberg is bij het verschijnen ook naar Vermont geweest om voor te lezen. Hij deelde daar het podium met een tiental andere debuterende schrijvers, van wie hij de enige niet-Amerikaan was en dat beviel goed. Inmiddels heeft de schrijver een contract getekend met het agentschap Andrew Wylie. Dit bureau vertegenwoordigt vanaf deze week alle internationale rechten van Grunbergs literaire werk. Wylie geldt als een van de meest vooraanstaande agentschappen van Amerika en vertegenwoordigt onder anderen Philip Roth, Salman Rushdie, Martin Amis en Saul Bellow.

Grunberg zit ondertussen in New York niet met de handen over elkaar. Hij laat honden uit en geeft schaakles. Sinds hij hier woont heeft hij ook zijn makelaarsdiploma gehaald, al kost het hem moeite om in die sector werk te vinden. De arbeidsvergunning die nodig is om in loondienst te werken speelt hem parten. Ook heeft hij een filmcursus gedaan van twee maanden, met drie korte films als resultaat. De opgedane kennis brengt hij niet in de praktijk door te filmen, wel is Grunberg een filmscript aan het schrijven.

Op dit moment werkt Grunberg als ober in een Italiaans restaurant in een populaire wijk op Manhattan. Het etablissement vertoont enige gelijkenis met dat van de Eccobelli Brothers, dat Grunberg elke week beschrijft in zijn feuilleton Elke dag zwaardvis in de vrijdagse 'Boeken'-bijlage van deze krant. Toen ik er vorige week at, had hij over klandizie niet te klagen. Aan tafeltjes zo groot als schaakborden plaatste de gerant met gemak drie gasten. “U zult zien dat er genoeg ruimte is.” Volgens een veelgeraadpleegde New-Yorkse restaurantgids is het restaurant geweldig “voor wie van kelders houdt”.

In de hoek van de kelderruimte staat een gitaar met drie snaren, ongetwijfeld bedoeld om wat sfeer op te roepen. De schrijver komt langs met een notitieblokje en vertelt wat de specials zijn. Hij draagt een smetteloos voorschoot dat tot net boven de knieën reikt. Geroutineerd ratelt hij de namen af (steamed artichokes, linguini vongole, risotto funghi en rigatoni) en beveelt het ene gerecht wat warmer aan dan het andere. “De linguini zijn erg goed vanavond, ik heb ze zelf geproefd.” Wijn kunnen we ook bestellen maar omdat het restaurant geen drankvergunning heeft moet daarvoor een naburige deli worden gealarmeerd. Als het eten wordt opgediend komt het bedienend personeel langs met de obligate pepermolen en de geraspte kaas. “Ik zou geen kaas op de 'vongole' nemen”, zegt de schrijver. “Dat hoort niet. In Italië doen ze dat ook niet.”

Bij de eerste de beste boekhandel in New York - Barnes & Noble op Fifth Avenue - blijkt Blue Mondays uit voorraad leverbaar. Grunberg is niet de enige Nederlandse schrijver die in New York de aandacht trekt. Nog geen drie meter verderop staat The Discovery of Heaven van Harry Mulisch, die het nog beter doet. Mulisch kreeg een lovende bespreking van John Updike in de New Yorker, werd elders vergeleken met Homerus, Dante, Dostojevski en Eco en is al aan een derde druk toe. “Mulisch is in de Verenigde Staten zo ongeveer de Olympus op geprezen”, aldus Suzanne Holtzer van de Bezige Bij. Alleen de New York Times waagde zich naast veel lof aan enkele kritische kanttekeningen. “Harry Mulisch is duizelingwekkend goed in het portretteren van intellectuele vriendschap... zijn roman is rijk en boeiend....” Maar, zo besluit de Times: “Meneer Mulisch weet niet van ophouden.”

Het enthousiasme bij Mulisch' Amerikaanse uitgever is inmiddels groot. “We hebben alle grote bladen gehad”, zegt Robert Dreesen, redacteur bij Viking/Penguin. “Washington Post, Philadelphia Inquirer, Boston Globe, Wall Street Journal. Dat is niet niks voor een vertaalde roman.” Dreesen denkt dat de recensies zullen blijven binnendruppelen omdat The Discovery of Heaven uitkwam in een tijd dat er veel boeken stonden te dringen om besprekingen. Hij verwacht dat binnenkort de New York Review of Books met een recensie komt.

Mulisch' lijvige roman had een eerste druk van 9.000, maar staat nu al aan de 15.000 exemplaren. Dreesen noemt dit “zeer, zeer goed” voor een boek van een dergelijke omvang. Het boek heeft in de Amerikaanse editie meer dan zevenhonderd bladzijden en kost ongeveer 34 dollar. Mulisch was hier op bezoek bij de presentatie en toen de publiciteit rondom The Discovery of Heaven op gang kwam. Dreesen overweegt een nieuwe promotietour in november, als de Amerikaanse paperback verschijnt.

    • Lucas Ligtenberg