Zweden neemt afscheid van kernenergie

ROTTERDAM, 12 FEBR. Vorige week werd bekend dat Zweden na 17 jaar uitvoering gaat geven aan de uitslag van een referendum over kernenergie dat al in 1980 werd gehouden.

Volgend jaar zal de eerste Zweedse kernreactor, een kokendwaterreactor van 600 megawatt bij Barsebäck, worden gesloten. De tweede reactor van Barsebäck gaat na de verkiezingen van 2001 dicht. Het zijn niet de oudste reactoren van Zweden, maar wel de twee waartegen de meeste buitenlandse bezwaren bestonden. De reactoren van Barsebäck staan aan de Zweedse kust, pal tegenover Kopenhagen. De Denen zijn verklaarde tegenstanders van kernenergie.

Voor de sluiting van de overige tien Zweedse reactoren is geen tijdschema bekendgemaakt. In het referendum van 1980 is uitgesproken dat ze voor 2010 dicht moeten, maar het is de vraag of zal gebeuren. Al sinds begin jaren zeventig is kernergie een speelbal van de Zweedse politiek en aan het recente besluit liggen eerder tactische overwegingen ten gronde dan dat het een uitdrukking is van de volkswil. Uit enquêtes blijkt dat de meerderheid van de Zweden geen bezwaar heeft tegen kernenergie.

Toch is de Zweedse stap interessant. Met een elektriciteitsproduktie die voor 45 procent steunt op uranium behoort Zweden tot de landen die zich sterk afhankelijk hebben gemaakt van kernenergie. Binnen West-Europa wordt het wat dat betreft alleen voorbijgestreefd door Frankrijk (75 procent) en België (60 procent). Verder in de wereld zijn Hongarije en Zuid-Korea met Zweden te vergelijken.

Zweden behoort met de VS, Engeland, Frankrijk en België ook tot de eerste landen die nucleaire vermogensreactoren installeerden. Al in 1957 begon Zweden met de bouw van een kleine, zelf ontwikkelde testreactor van 12 MW die alleen warmte produceerde. De reactor is in 1974 gesloten.

Toen in 1956 kwam vast te staan dat Zweden eigen winbare uraniumvoorraden had werd besloten een geheel nationale uraniumkringloop op te zetten: met ertswinning, zuivering en verrrijking, fabricage van splijtstofstaven en eenzogeheten 'opwerking': terugwinning van uranium en plutonium uit opgebrande splijtstofstaven. (In werkelijkheid is het nooit tot verrijking en opwerking gekomen). In 1966 ging de eerste reactor van de serie van 12 die nog steeds stroom leveren in aanbouw, verzameld in vier centrales.

Het Zweedse publieke verzet tegen kernenergie staat vrijwel los van de grote ongelukken die zich in het buitenland hebben voorgedaan. In 1970 weigerde de gemeente Sanß8as de plaatsing van een opwerkingsfabriek. Enige jaren later zouden twee andere gemeenten de sluiting van de Ranstad-uraniummijn afdwingen. In 1973, een jaar nadat de eerste volwaardige kernreactor (Oskarshamn-1) in gebruik ging en op het moment dat er maar liefst acht tegelijk in aanbouw waren, eiste het Zweedse parlement een moratorium op verdere bouw om de gevolgen van het gebruik van kernenergie te kunnen onderzoeken. Het luidde een periode van fel politiek debat in. Maar de eerste mondiale oliecrisis deed de olieprijzen eind '73 zo sterk stijgen dat premier Olof Palme al in 1975 besloot tot een formidabele uitbreiding van het nucleair vermogen. Hij kreeg het door sociaal-democraten gedomineerde parlement achter zich. Nog hetzelfde jaar ging de schop in de grond voor een nieuwe reactor en later, in '79 en '80, zijn er opnieuw twee in aanbouw genomen. Maar daar is het bij gebleven.

In 1976 kwam een eind aan 44 jaar ononderbroken sociaal-democratisch bewind. De nieuwe regering was verdeeld over kernenergie: de agrarisch-ecologische Centrum Partij tegen, de liberale volkspartij en de conservatieven voor. Kernenergie werd een voorwerp van politieke koehandel. Al in 1978 viel de regering over de kwestie van het nucleaire afval en de volgende minderheidsregering, geleid door de liberalen, besloot tot een adviserend volksreferendum. Het ongeluk in 1979 met de kerncentrale van Harrisburg heeft daarop zijn stempel gedrukt. Toen het referendum in maart 1980 uiteindelijk plaatshad, bleek dat slechts 19 procent van de stemmers kernergie als blijvende energiebron zag. De overgrote meerderheid wilde geen enkele uitbreiding van het nucleaire vermogen en koos ofwel voor een geleidelijk uitfasering tot aan 2010 ofwel voor een versnelde uitfasering tot aan 1990. Later besloot het Zweedse parlement dat er geen nieuwbouw zou komen en dat de bestaande reactoren na 25 dienstjaren uit bedrijf gingen. De eerste in 1995-1996, de laatste in 2010.

Tot aan 1988 is onverkort vastgehouden aan de referendumuitslag, maar naarmate de eerste sluitingsdatum dichterbij kwam nam de aarzeling toe. Sinds 1990 wordt op uitstel aangedrongen en in 1993 noemde premier Carl Bildt de limiet 2010 'kunstmatig'. Dat nu toch een reactor wordt gesloten hangt samen met het feit dat de minderheidsregering van sociaal-democraten (die ten aanzien van kernenergie verdeeld zijn) is aangewezen op gedoogsteun van een aantal kleine partijen die fel tegen kernenergie zijn.

Zweden bezit geen helder scenario voor de opvang van het vermogensverlies. Op korte termijn kan moeiteloos elektriciteit uit het buitenland worden geïmporteerd zoals duidelijk werd toen in 1992 vijf reactoren tegelijk uit veiligheidsoverwegingen werden stilgelegd. Omdat de elektriciteitsvraag in Zweden al decennia gestaag stijgt, zal niet aan de plaatsing van vervangend vermogen kunnen worden ontkomen. Waterkracht (de energiebron van alle niet-nucleaire centrales in het land) kan daarin geen rol meer spelen. Er komt een gascentrale die Noors of Russisch aardgas verstookt of misschien een centrale die hout verwerkt. Dat laatste zou voorkomen dat de Zweedse CO2-uitstoot groter wordt dan in internationaal verband is overeengekomen.

Zeven van de twaalf Zweedse reactoren zijn eigendom van het staatselektriciteitsbedrijf Vattenfall, maar de twee van Barsebäck zijn van het onafhankelijke Sydkraft waarin Electricité de France en PreussenElektra participeren. Zeker zullen die een zware compensatie eisen. Zweden heeft drie reactoren van het Amerikaanse Westinghouse. De overige reactoren zijn alle van het Zweedse Asea dat later opging in het Zweeds-Zwitserse ABB. Voor het ABB-concern is het wegvallen van de Zweedse thuismarkt net zo erg als voor Siemens/KWU de Duitse kernstop is. Asea wist begin jaren '70 twee reactoren te leveren aan Finland maar heeft sinds 1980 geen enkele reactor meer verkocht.

De ontwikkelingen in Zweden maken zichtbaar dat Europa langzaam afscheid neemt van kernenergie als elektriciteitsbron. Alleen Frankrijk heeft nog diverse reactoren in aanbouw. Engeland voltooide de reactor Sizewell-B maar zal, na de privatisering van de kerncentrales, waarschijnlijk geen nieuwe reactoren plaatsen. Ook Duitsland bouwt geen nieuwe reactoren, integendeel: het heeft alle reactoren in de voormalige DDR gesloten en moeten aanzien hoe drie prestigieuze projecten werden afgebroken: Kalkar (snelle kweekreactor), Wackersdorf (opwerkingsfabriek) en Hamm-Uentropp (hoge temperatuur gasgekoelde reactor). In alle andere landen van West-Europa bestaat officieel of de facto en kernstop. In Oost-Europa voltooien Slovakije en Roemenië centrales die al ver voor 'Tsjernobyl' in aanbouw gingen.