Rockgroep Tool imposant maar ook ijzig beheerst

Concert: Tool. Gehoord: 11/2 Paradiso, Amsterdam.

De kale zanger is van top tot teen Yves Klein-blauw geschminkt en de gitaristen modderkleurig. Het podium is duister, de verlichting komt voornamelijk van de twee immense schermen op de achterwand waarop filmpjes worden geprojecteerd. Wandelende skeletten, nagenoeg levensgrote copulerende olifanten, eindeloos rondcirkelende vormen; als de Amerikaanse groep Tool met deze elementen van haar show vervreemding wil uitdrukken, dan slaagde ze daar gisteravond in Paradiso uitstekend in.

Tool speelde in 1993 op het eerste Lowlands-festival en gold daar toen als een ontdekking. De groep bracht pas onlangs haar tweede cd uit, Aenima (1996), maar heeft in Nederland inmiddels een hartstochtelijke achterban opgebouwd. Zoals gisteravond in het uitverkochte Paradiso bleek, spreekt Tools muziek twee soorten publiek aan; er is de hardrock-aanhang die waarschijnlijk valt op de schorre gitaarriffs en de demagogische schreeuwstem van zanger Maynard Keenan, en er is het 'alternatieve' publiek dat zich aangetrokken voelt door de bizarre symboliek die de groep uitdraagt, en juist die elementen die niet standaard-hardrock of standaard-wat-voor- stroming-dan-ook zijn.

Want Tool heeft in de loop van haar twee cd's een ongewone stijl ontwikkeld, die bijna mathematisch te noemen is. Songs verlopen steeds anders dan je vermoedt. Een nummer dat rustig begint en een plotselinge uitbarsting doet verwachten, blíjft rustig. En als een nummer heftig is begonnen, wordt de energiestroom zonder problemen onderbroken voor muziektechnische uitstapjes van drummer Danny Carey en gitarist Adam Jones.

Die combinatie van hevigheid en 'controle' wekt bewondering; Tool behoudt bij alle uitspattingen toch steeds de beheersing om te allen tijde van sfeer te wisselen. Het publiek in Paradiso ging geheel op in de cadans die de blauw om zijn as tollende Keenan aangaf. Devoot met de handen geheven zong men de tekst mee van een nummer als Sober, en toen Keenan het laatste nummer aankondigde klonk er langdurig protest.

Maar toch, vervreemding en een ijzeren discipline zijn niet alles. Muzikaal was het imposant maar ook nogal ijzig. Pas tegen het eind, toen Keenan zijn blauwe verf goeddeels had afgezweet, kreeg het concert een menselijke dimensie.