Philips-dochter Origin lijdt miljoenenverlies

EINDHOVEN, 12 FEBR. Automatiseringsbedrijf Origin, dochter van het Philips-concern, heeft vorig jaar een verlies geleden van 108,2 miljoen gulden. Origin schrijft het verlies toe aan hoge kosten wegens de fusie tussen BSO/Origin en Philips Communication & Processing (C&P), waaruit het bedrijf in januari 1996 ontstond.

De omzet van Origin steeg vorig jaar naar 2,425 miljard gulden, 26 procent meer dan de 1,913 miljard BSO/Origin en C&P een jaar eerder samen boekten. Dat is vanochtend bekendgemaakt door Tom M. Butler, die de vorig jaar vertrokken Henk Cohen als bestuursvoorzitter opvolgde.

Butler maakte duidelijk dat fusielasten van 100 miljoen gulden en kosten van administratieve aanpassingen ter grootte van 27,6 miljoen gulden het bedrijf in de rode cijfers hebben gebracht. Ook werd in Brazilië, een belangrijke afzetmarkt, een niet gekwantificeerde strop geleden doordat enkele grote klanten niet betaalden.

Butler gaat ervan uit dat zijn bedrijf in 1997 quitte speelt. Volgens hem is vorig jaar al grote vooruitgang geboekt bij de integratie van BSO/Origin en C&P, “twee totaal verschillende, maar complementaire organisaties”. Origin heeft zich bij de fusie anderhalf jaar de tijd gegund om de integratie te voltooien. De onderneming - “een pareltje in de kroon van de Nederlandse economie” - is nu in termen van omzet nummer zes in de automatiseringswereld, zei hij. Ze is verreweg de grootste automatiseerder in Nederland, waar Origin 5500 mensen in dienst heeft, en nummer drie in Europa.

Het streven van Origin is gericht op een omzet van 4 miljard dollar in het jaar 2000, aldus Butler. Na afronding van de reorganisatie dit jaar zal in 1998 gewerkt moeten worden aan het bereiken van snelle groei, onder meer door diensten aan te bieden via Internet en door kleinere ondernemingen in nichemarkten over te nemen. Ook zal de marge aanzienlijk moeten verbeteren. Butler streeft naar een marge van 7 procent op de omzet. Nu ligt die nog aanzienlijk lager. Nederland scoort met een marge van 6,5 procent nu verreweg het best.

De bestuursvoorzitter zei veel te verwachten van een nieuwe organisatiestructuur bij zijn bedrijf, gericht op verbetering van het global account management (het werken voor grote, internationaal werkzame klanten) en versterking van de klantgerichtheid. Philips, in 1995 nog goed voor 45 procent van de Origin-omzet, zorgde in 1996 voor 40 procent van het werk. Het ligt in de bedoeling de afhankelijkheid van deze grote opdrachtgever, door uitbreiding van werkzaamheden voor andere concerns, terug te brengen naar 20 procent in 1998.

Butler zei vanmorgen te streven naar meer samenwerking met partners. Hij noemde de infrastructuur van Origin - 151 kantoren in 31 landen - “duur”. De regionale coördinatie en de internationale concurrentiepositie zouden moeten worden verbeterd door oprichting van servicecentra in Noord-Amerika, Azië en Europa.