Openhartigheid loont het OM in veel drugszaken

ROTTERDAM, 12 FEBR. Het openbaar ministerie heeft voor de tweede keer in korte tijd het groene licht gekregen om verregaande afspraken te maken met zware criminelen.

De rechtbank van Amsterdam accepteerde vorige week de 'deals' die het openbaar ministerie heeft gesloten met de criminelen Ad Karman en Fouad Abbas, respectievelijk oud-medewerker en zakenpartner van Johan V. (de 'Hakkelaar'). V. werd voor grootschalige handel in Pakistaanse hasj veroordeeld mede op grond van de verklaringen van zijn voormalige collega's in het kwaad. Zijn oud-collega's werden dan niet helemaal gevrijwaard van vervolging, maar kwamen er zeer genadig af.

Gisteren beloonde het hof van Den Haag het gebruik van verklaringen afgelegd door wijlen Helio Stewart, ex-bodyguard van drugshandelaar Kobus L., bijgenaamd 'de zigeuner'. L. werd tot vijftien jaar veroordeeld. Stewart werd vermoord voordat hij kon genieten van de mogelijke vruchten van zijn samenwerking met het OM.

In beide zaken honoreerden de zittende magistraten de openheid waarmee het OM afspraken heeft gemaakt met criminelen. Het OM heeft nu meer zekerheid over het gebruik van 'deals' met leden van een criminele organisatie. Onduidelijkheid bestaat nog steeds over een ander type afspraken met criminelen: de criminele informanten en infiltranten. De transparantie die de afspraken in de zaken V. en L. kenmerkte biedt mogelijk ook een leidraad voor afspraken met infiltranten en informanten.

De ene na de andere grote drugszaak liep tot voor kort voor de rechtbank of in hoger beroep uit op een mislukking voor het opsporingsapparaat. De achilleshiel van het openbaar ministerie bleek de heimelijke inzet te zijn van criminelen als informant of infiltrant.

De informant is vaak een crimineel die zonder tegenverzoek bij de politie komt met inlichtingen. Soms vraagt de politie aan zo'n informant of hij moeite wil doen om aan bepaalde informatie te komen, de 'gestuurde informant'. Laat de politie een informant meedoen aan het plegen van strafbare feiten, dan spreken we van een 'infiltrant'. Bij de zogeheten Delta-methode probeerde de politie criminele infiltranten carrière te laten maken in een misdadige organisatie. De politie is er alles aan gelegen de inzet van informant of infiltrant te verheimelijken. Wanneer blijkt dat de rechter de wetenschap over deze inzet wordt onthouden volgt vaak de zwaarste sanctie: niet-ontvankelijkheid. Het OM heeft nu een duidelijke handreiking gekregen: wees openhartig voor de rechter over de afspraken die je maakt met criminelen.

Begin deze maand wees de Hoge Raad arrest in een geruchtmakende drugszaak. Twee hoofdverdachten die door rechtbank en hof in eerste aanleg waren veroordeeld voor de invoer van 1.100 kilo cocaine werden in vrijheid gesteld. Politiemensen, die als getuige waren opgeroepen, hadden een opsporingsmethode voor de rechter verborgen gehouden. Naar alle waarschijnlijkheid betrof het de inzet van een criminele groei-infiltrant. Omdat de opsporingsambtenaren met medeweten van het OM voor de rechter hadden gelogen sprak het gerechtshof in tweede instantie de niet-ontvankelijkheid van het OM uit. De Hoge Raad bekrachtigde deze uitspraak.

In 1996 werd door de rechtbank van Almelo de niet-ontvankelijkheid van het OM uitgesproken in de zogeheten “Geesterse-zaak”. In deze zaak was onder meer sprake van mensensmokkel en de invoer van zo'n 14.000 softdrugs. De rechtbank ging mee met de eis van de verdediging aan het openbaar ministerie om opening van zaken te geven. Het vermoeden bestond dat er tegen de verdachten een infiltrant was ingezet. Het openbaar ministerie wilde de mogelijke infiltrant niet oproepen voor verhoor en werd niet-ontvankelijk verklaard.

In Amsterdam heeft het gerechtshof deze maand voor de vierde keer de zogeheten Rabarber-zaak naar de rechter-commissaris terugverwezen voor verder onderzoek. In afwachting van de afloop van dit onderzoek werden de twee hoofdverdachten uit voorlopige hechtenis ontslagen. Tijdens het proces was aan het licht gekomen dat tegen de hasjorganisatie door de politie een infiltrant was ingezet. Deze bleek verantwoordelijk voor de invoer van circa tienduizend kilo hasj. Onder regie van de politie zou hij nog een container invoeren.

Tot dusver heeft de advocatuur met wisselend succes het gebrek aan openheid van het openbaar ministerie in het geding kunnen brengen. Het OM heeft blijkbaar lering getrokken en gekozen voor zo transparant mogelijke afspraken met criminelen. De rechter heeft deze openheid gehonoreerd.

Een nieuw probleem dient zich echter al aan. Advocaten maken melding van cliënten die preliminair advies inwinnen over mogelijke deals met het openbaar ministerie: de calculerende crimineel is opgestaan.