Op de mond

Hoeveel, door wie en waar werd in het verleden gezoend? Vijftig, honderd jaar geleden? Zelfs bij zo'n klein stapje in het verleden tast je al gauw in het duister.

Manierenboeken van vóór de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld zwijgen in alle talen over zoenen, en zeker over het soort dat tegenwoordig het meeste voorkomt, de 'sociale zoen'. Mwàh rechts, mwàh links, en eventueel (zoals de laatste tien jaar gebruikelijk is geworden) weer rechts. Die oude boeken hebben het hoogstens over tederheden in het openbaar tussen 'verloofde paren', die natuurlijk hoogst ongepast zijn. Of over het zoenen van andermans baby's, heel verkeerd uit het oogpunt der hygiëne.

Wat zeker niet mocht (en dat schrijft Amy Groskamp-ten Have nog in de twaalfde druk van haar standaardwerk, die uit 1957) is babys en kleine kinderen op de mond zoenen.

Op de mond? Deed iemand dat dan?

Als er één ding uit etiquetteboekjes is af te leiden, dan is het dat dingen die worden verboden in elk geval moeten zijn voorgekomen, dingen zoals: eten met de ellebogen op tafel, poepen langs de openbare weg, enzovoort. Amy, die wel eens de indruk wekt haar boek met een zekere zorgeloosheid te hebben volgepend, voegt er gek genoeg nog iets anders aan toe. Zij zegt: Het kussen van dieren is onder alle omstandigheden af te keuren.

(Hierbij doemt die enge Duitser op, die onlangs op de televisie was in het kader van een avondje geweld. Hij hield wolven in een kennel. Soms begaf hij zich temidden van zijn dikbehaarde dieren, die hem dan enthousiast lebberend verwelkomden. En wat het ergste was: hij lebberde terug. Je zag de lange wolventongen naar zijn mond zoeken, hij hield die een beetje open, en even verscheen zijn mensentong tussen zijn tanden. Wolf met de wolven was de man, en niet weinig trots op zijn hoge status in de roedel.)

Maar al laten wij Amy's verbod op het zoenen van dieren buiten beschouwing, dan blijft nog dat babymondje te verklaren. Zoende men elkaar in het recente verleden wel vaker op de mond, los van enige seksuele context? Of alleen kinderen? Ik heb meer gelezen wat daarop wijst. Een intens brave roman uit 1888, Hollandsch Binnenhuisje van Johanna van Woude, bevat een passage waarin een jonge moeder dromerig wenst dat haar zoontje nooit een kerel met een knevel en een grove stem zal worden, maar altijd haar kleine lieveling blijft, '...zoo licht en mollig en teer, zijne schitterende oogen mij toelachend, zijn mondje, altijd willig mijne kussen te ontvangen...'

Vreemd. Ik heb altijd gedacht dat ijzeren conventies het op-de-mond-zoenen sinds jaar en dag verboden. Maar ook een vriendin roept, als ik over zoenen begin, meteen dat het ergste was dat je vroeger, in haar jeugd in de jaren vijftig, familieleden had die je pats, op de mond zoenden alsof het zo hoorde.

Andere, oudere zegslieden spreken dat weer tegen. Voor de oorlog zoende je natuurlijk minder, zeggen ze, alleen familie eigenlijk, meestal één keer, op de wang. Kennissen en vrienden gaf je een hand. En kussen op de mond? Nooit van gehoord.

Zo wordt opnieuw bewezen dat zulke intieme details, waarover haast nooit iemand iets opschreef, voor historici het moeilijkste te achterhalen zijn. En dat terwijl zij in het alledaagse leven toch echt een rol spelen. In onze tijd is dat anders, je hebt stukjesschrijvers genoeg die zich interesseren voor lichaamstaal en lifestyle: al menige krantenregel is gewijd aan de kwestie van het driewerf zoenen. (Ik aarzel zelf nog steeds tussen laffe aanpassing en aanstellerig verzet.)

Maar wat zou ik graag weten hoe het vroeger was. Zie je op oude schilderijen eigenlijk vaak mensen elkaar op de wang zoenen? Nooit genoeg op gelet, maar volgens mij zie je meer lippen die elkaar raken. Misschien, zo denk ik nu ik erbij stilsta, is dat hele wangengedoe van ons maar nieuwerwetse, preutse onzin. Niet zoenen is beter, en àls je zoent, dan ferm mond op mond. Maar Joost mag weten of dat is zoals het vroeger toeging.