Omwille van onze kinderen?

Een dezer dagen sprak ik een zeer bekende Nederlander.

“Al bezig met je coming out?” vroeg ik.

Hij keek me bezorgd aan. “Ik durf niet.”

“Hoezo niet? Iedereen doet het toch?”

“Daarom juist. Ik zou zo graag willen uitroepen dat ik nooit gebruikt heb, maar daar kun je dezer dagen toch niet meer mee aankomen?”

“Waarom niet? Dat is toch ook een vorm van coming out?”

“Maar het klinkt zo achterlijk, zo provinciaals. Ik kan dat omwille van mijn kinderen gewoon niet maken.”

Ik had nog gehoopt dat hij gisteravond bij Sonja Barend zou zitten, maar hij was in geen velden of wegen te bekennen. In plaats daarvan zat een groepje (ex)hobbygebruikers uit de hoofdstad fanatiek te kakelen over de wenselijkheid van legalisering van harddrugs. Eén van hen, Erik van Ree, heeft met dat doel een petitie opgesteld die door ruim veertig mensen uit de wereld van de kunst, wetenschap en media is ondertekend.

“Omwille van onze kinderen” stond gisteravond in Het Parool boven deze petitie. De vader van een drugsgebruiker bleek bij Sonja nog niet helemaal van zijn verbijstering bekomen. “Ik dacht eerst dat het een grap was”, zei hij. Ook publicist Jan Kuitenbrouwer, die driftig de trom roerde, had het een walgelijke publicatie gevonden, de hele petitie deugde volgens hem niet.

Initiatiefnemer Van Ree konden we nu voor het eerst horen uitleggen wat voor hem de verrijkende effecten waren van harddrugsgebruik. Hij hield er “herinneringen aan zijn identiteit” aan over, en bovendien kreeg hij “visioenen van een samenzijn met zijn vader en een broer als holenmensen op een vlakte.”

Ik stond net, enthousiast geraakt door de tekst van de petitie, op het punt mijn eerste LSD-trip te maken, maar hoe graag ik ook mijn vader en mijn broer terugzie, liever niet als holenmensen. En aan mijn identiteit heb ik al sowieso mijn handen vol, laat staan aan de herinneringen eraan. Dus hield ik het maar bij mijn dagelijkse portie lachgas - ook leuk.

We hebben nu in een paar dagen twee discussies op de tv over de legalisering van drugs gehad. In de kranten mochten we uitgebreid lezen wat Hanneke Groenteman en Adelheid Roosen ervan vinden. Interessant allemaal, maar zouden nu eens de mensen aan het woord mogen komen die er écht verstand van hebben? De deskundigen uit de praktijk van het dagelijkse drugsgebruik bijvoorbeeld?

Uit hun spaarzame reacties heb ik nog weinig enthousiasme voor de petitie kunnen destilleren. Bij Sonja zat, verstopt in het publiek, Peter Hanneman, psychiater bij de Riagg. Hij zei dat hij niet blij zou zijn met de legalisering, maar hij kwam verder niet aan bod. Eerder begreep ik uit de publiciteit dat ook Van Bussel van de GG en GD tegen is.

Zelf moest ik vooral denken aan Hans Visser, die - ook na zijn Perron Nul - als dominee van de Pauluskerk in Rotterdam nog dagelijks met de drugsscene in aanraking komt. Wat zou hij van legalisering vinden?

Opeens schoot me te binnen dat ik het hem zélf gevraagd had, in een interview in maart 1996. Hij gaf toen het volgende genuanceerde antwoord.

“Het verbod (van hard- en softdrugs) is een ramp, maar vrije verstrekking is dat ook. De overheid zal daar tussenin een smal pad moeten ontwerpen, een apart beleid voor iedere drug. Cannabis niet verbieden, maar wél het aantal coffeeshops limiteren: zoveel inwoners, zoveel coffeeshops. (....) Heroïne moet je medicaliseren: alleen via de arts op recept verkrijgbaar. Cocaïne is een grensgeval: misschien medicaliseren, misschien - onder strenge condities - bij een slijterij verkrijgbaar laten zijn. Base-coke gewoon verbieden. De handel moeten we reguleren. Waar zitten de dealers, wie zijn het, betalen ze belasting, wordt hun stof gecontroleerd.”

Zó denkt Visser er nog steeds over. “Nee, ik zou zo'n petitie niet ondertekenen”, zei hij me vanmorgen. “Tien jaar geleden had ik dezelfde mening als die ondertekenaars, maar ik geloof nu meer in mijn smalle pad.”