O.J. en de NAVO

NEW YORK. In Amerika valt het drama waarvan O.J. Simpson de held, de schurk of het slachtoffer is, niet te ontlopen. Het toont op zijn scherpst de problemen tussen blank en zwart, het is een demonstratie van de raadsels en gebreken in het Amerikaanse rechtssysteem, het is verbluffend door de twee, naar Europese maatstaven gemeten radicaal tegengestelde vonnissen en het brengt ook de Amerikanen in verbazing door de 33,5 miljoen dollar die de veroordeelde nu zou moeten betalen.

Dit alles maakt het al tot een uitzonderlijk proces.

Maar zijn uitzonderlijke kwaliteit heeft het pas gekregen doordat de publiciteit nu al tweeënhalf jaar alle variatie en rijkdom aan feiten, theorieën, dramatische tonelen, nobel en verachtelijk gedrag tot de laatste seconde, het kleinste gebaar heeft uitgebuit. Het geheel kan niet meer worden beschreven als een groot drama dat daardoor uitzonderlijke publiciteit heeft gekregen. Het drama is publiciteit. Daardoor is alles wat met 'O.J.' wordt samengevat tot een perpetuum mobile van publiciteit geworden, een niet eindigende voorstelling waarin alle spelers vervuld zijn van felle partijdigheid, verontwaardiging, leedvermaak of haat. In de niet aflatende publiciteit heeft ook het publiek zich zijn rollen toegeëigend. Zo kan niemand zich aan dit openbare drama 'O.J.' onttrekken.

Maar het is geen crisis. In het uitgebreid zelfonderzoek (dat volgens de Amerikaanse methode genadeloze vormen kan aannemen) komt men wel, zoals meestal, tot de slotsom dat er veel moet worden verbeterd, maar in geen geval dat het land op een dieptepunt is aangeland. In dit opzicht vertoont het geheel van 'O.J.' overeenkomst met allerlei andere nationale zaken die het publiek bezighouden. Daar is de twijfelachtige herkomst van vele miljoenen die ten behoeve van de verkiezingscampagnes in de partijkassen zijn gestort. Daar zijn de niet aflatende seksschandalen in de strijdkrachten. Dan is het aftands lijkende Whitewater-schandaal misschien nieuw leven ingeblazen, nu een der betrokkenen de president ervan heeft beschuldigd destijd een verhouding met diens vrouw te hebben gehad. Veel hooggeplaatsten hebben ten onrechte veel geld in hun zak gestoken. De commissies die op het ethisch gedrag in het openbare leven letten, maken overuren. Maar is dat een crisis? Niets wijst erop dat de natie hierover in zak en as zit.

Een land en zijn politiek zijn onderhevig aan stemmingen die niet exact kunnen worden gepeild, maar toch overal en duurzaam merkbaar zijn. In de jaren van Jimmy Carter was Amerika een humeurig land dat aan zichzelf twijfelde. Ronald Reagan heeft met een aantal bekwaam uitgevoerde kunstgrepen het optimisme teruggebracht, maar behalve mooie herinneringen heeft hij ook een gespleten samenleving achtergelaten. Reeksen boeken zijn verschenen waarin werd aangetoond dat Amerika op zijn retour was. In Paul Kennedy's The Rise and Fall of the Great Powers is deze stemming van de natie beredeneerd beschreven en het best samengevat. Achteraf bezien is het bewind van George Bush in dit opzicht een interregnum. In de jaren van Clinton is het vervolgens steeds beter gegaan. Niet dat hij zo'n krachtige of geniale president is. Hij is begonnen met de goede wil van de gematigde vooruitstrevendheid te tonen. Toen dat na een paar jaar mislukt was, heeft hij zich geruisloos in het politieke midden gerangeerd. Het geruis werd en wordt vooral veroorzaakt door de schandalen die zijn bewind zonder ophouden begeleiden.

Maar inmiddels bloeit de economie, de werkgelegenheid neemt toe, de dollar is hard en stabiel, het verschil tussen arm en rijk wordt kleiner en de misdaad vermindert. Gevreesde concurrenten van vroeger raken als vanzelf in het ongerede. Japan, waaraan men een jaar of vier geleden nog een voorbeeld wilde nemen, wordt gekweld door economische en ethische problemen, in Duitsland is de werkloosheid sinds de oorlog nog niet zo groot geweest en met de Fransen is het in alle opzichten treurig gesteld. Nadat de Koude Oorlog was gewonnen wordt hij in hoog tempo vergeten. China is voornamelijk een vraagstuk van de mensenrechten; Rusland dat van zijn zieke president. Amerika is weer het voorbeeld voor de wereld. Dat, dunkt mij, bepaalt op het ogenblik de overheersende stemming.

Dit wil niet zeggen dat daarmee het oude isolationisme terugkeert of dat een 'neo-isolationisme' de toon zet. Deze beide zijn vormen van een doctrine. Maar er is geen doctrine voor een buitenlandse politiek, niet negatief noch positief. De natie is zonder een daartoe strekkend programma op zichzelf geconcentreerd, wat iets anders is dan in zichzelf gekeerd. Ze is daartoe voornamelijk in staat gesteld door een nieuwe economische voorspoed, waarin lang niet alleen de bovenste lagen meedelen. Grote nationale problemen van ethische aard hoeven miljoenen niet te verhinderen zich zeer tevreden te voelen. O.J. en Whitewater horen tot een andere orde dan de economie.

Aan dit in zijn eigen herwonnen optimisme verdiept publiek moet een buitenlandse politiek worden verkocht. Zo zal bijvoorbeeld op de topconferentie van de NAVO, in juni, de uitbreiding van de NAVO in oostelijke richting aan de orde komen. Theoretisch valt er van alles voor en tegen te zeggen. De regering wil doorzetten; George F. Kennan en andere deskundigen vinden het een 'fatale vergissing'. Maar wat is van welk formeel bondgenootschap dan ook op het ogenblik de materiële inhoud? Europa voor de Europeanen: dat is na de voorlopig goed afgelopen interventie in Bosnië de boodschap van de Amerikanen. Dat blijft de boodschap, of de NAVO nu wel of niet zal worden uitgebreid. Uitbreiding van de NAVO zal dus in de praktijk betekenen dat het Europese deel van het bondgenootschap meer verplichtingen zal aangaan terwijl dit Moskou geen plezier doet.

Samengevat: 'O.J.' en de florissante economie laten de praktijk van Amerika zien; de uitbreiding van de NAVO is een controversiële theorie die voornamelijk voor de Europeanen praktische consequenties zou hebben. Zouden ze daartegen zijn opgewassen? Nog minder dan tegen Bosnië. Dus niet.