Minister Z-Korea weg om schandaal rond staalfabriek

SEOUL, 12 FEBR. De Zuidkoreaanse minister van Binnenlandse Zaken, Kim Woo-Suk, is vandaag afgetreden na beschuldigingen dat hij is betrokken bij het financiële schandaal rond de Hanbo-staalindustrie.

Kim wordt ervan verdacht in 1993-'94 als minister van Constructie steekpenningen te hebben aangenomen in ruil voor leningen aan Hanbo-staal, dat drie weken geleden failliet ging, in een kettingreactie gevolgd door drie ander Hanbo-ondernemingen. Ook premier Lee Soo-Sung is volgens een medewerker bereid af te treden. “Ik denk niet dat hij dat zal doen, maar hij heeft gezegd dat hij als premier de verantwoordelijkheid op zich zou moeten nemen.”

Kim bood zijn ontslag aan nadat hij door openbare aanklagers voor ondervraging was ontboden. Ook de voorzitter van de financiële commissie van het Zuidkoreaanse parlement, Hwang Byung-Tae, moet zich vandaag voor ondervraging melden. “Ze worden als verdachten onderzocht”, aldus hoofdaanklager Choi Byung-Koog. Kim en Hwang zijn naaste medestanders van president Kim Young-Sam, die vorige maand opdracht gaf tot een grondig onderzoek naar het faillissement van Hanbo-staal, paradepaard van de Hanbo-groep, dat al met al voor 5,3 miljard dollar leningen had gekregen. Gisteren werden al twee parlementariërs van de regerende Nieuw Korea Partij en twee bankiers gearresteerd.

Volgens Zuidkoreaanse kranten en politieke analisten is het onderzoek tot dusverre nog aan de oppervlakte van het schandaal gebleven. De krant Hankook Ilbo schreef in een commentaar dat de kernvraag blijft wie druk hebben uitgeoefend op de banken om de enorme leningen te geven.

President Kim heeft het schandaal omschreven als een typisch voorbeeld van corruptie, die nog steeds wijd-verbreid is ondanks een campagne die hij na zijn ambtsaanvaarding in 1993 heeft gelanceerd. Zowel de anti-corruptiecampagne als Kims eigen reputatie heeft het afgelopen jaar schade opgelopen door de arrestatie van verscheidene van zijn eigen topmedewerkers, onder wie een minister van defensie, op beschuldiging van corruptie. (Reuter, AFP, AP)