Michael Jordan coacht Bugs Bunny en Sylvester

Space Jam. Regie: Joe Pytka. Met: Bugs Bunny, Michael Jordan, Bill Murray, Wayne Knight, Theresa Randle. In 79 theaters.

Op papier lijkt Space Jam meer een produkt van handige marketing dan een uit creativiteit geboren speelfilm. Onder regie van een van de bekendste Amerikaanse makers van reclamespots, Joe Pytka, ontmoeten de sterren van de National Basketball Association, aangevoerd door supervedette Michael Jordan, de tekenfilmhelden uit de Looney Tunes van Warner Bros., onder leiding van Bugs Bunny. Het resultaat valt echter mee; Pytka heeft er een geoliede, af en toe zelfs geestige komedie van gemaakt, die het best valt te vergelijken met de anarchie van Who Framed Roger Rabbit? Die film had een beter scenario, maar de digitale techniek staat negen jaar later een veel gecompliceerder interactie toe tussen levende en getekende figuren.

Een basketbalwedstrijd, waarin Jordan en enkele van zijn collega's de bal overspelen naar Bugs Bunny en een handvol buitenaardse monsters, moet een heidense klus zijn, al kijkt tegenwoordig bijna niemand daar meer van op. Het verhaal wil dat op aarde gelande marsmannetjes, op zoek naar nieuwe attracties voor een verlopen pretparkplaneet, Bugs en zijn compagnons trachten te ontvoeren. Het eigenwijze konijn weet met een list te bewerkstelligen dat die euveldaad de inzet wordt van een partijtje basketbal. De monsters slurpen het talent op van enkele NBA-helden, die vervolgens geen bal meer kunnen raken. Jordan houdt zich inmiddels met zeer matig succes bezig met honkbal en golf, maar wil wel als spelende coach voor het Tunes-team optreden.

Scherpzinnig is de humor van Space Jam nooit, maar een glimlach weet Pytka af en toe wel af te dwingen, evenals het inzicht dat Bugs Bunny, Daffy Duck en de kat Sylvester met hun elastische, oneerbiedige motoriek en brutale levenshouding beter in een speelfilm van de jaren negentig passen dan hun klassieke tegenhangers bij Disney. Goofy of Mickey Mouse zouden een modderfiguur slaan tegenover Michael Jordan.

    • Hans Beerekamp