Lauren Bacall

In een serie profielen van gezichtsbepalende filmsterren deze week Lauren Bacall, de sarcastische schoonheid die gisteren voor haar bijrol in 'The Mirror Has Two Faces' genomineerd werd voor een Oscar.

Het mooiste debuut uit de filmgeschiedenis is het misschien niet - er is altijd nog Dietrichs nachtclubact in Der blaue Engel, of Valentino's tango in The Four Horseman of the Apocalypse. Maar de manier waarop Lauren Bacall, geboren Betty Joan Perske, haar entree maakt in To Have and Have Not (1944) is subliem. In de deuropening van een Caraïbisch hotel, waar zich onder anderen een door Humphrey Bogart gespeelde smokkelschipper bevindt, richt ze ieders aandacht op zich met een broeierig zinnetje ('Anybody got a match') en een blik die even uitdagend als deemoedig als jongemeisjesachtig is.

Als we Bacall, een voormalig model van Harper's Bazaar, mogen geloven was haar oogopslag geboren uit plankenkoorts: om het trillen van haar hoofd tegen te gaan, hield ze haar kin zo laag mogelijk, zodat ze wel op moest kijken naar haar beroemde en 24 jaar oudere tegenspeler. Het kon de sterrenmakers van Hollywood niet schelen; 'The Look' werd Bacalls officiële bijnaam na haar eerste film, ook al had ze heel wat meer dat haar onvergetelijk maakte: een sensueel gezicht, met haar als een waterval en wenkbrauwen als circonflexen, een verleidelijke manier van lopen, een overbloezend gevoel voor humor, en een diepe, zwoele stem die gemaakt leek voor de dialogen in een film noir of een Casablanca-achtige romance als To Have and Have Not ('If you want anything, all you have to do is whistle').

De filmcarrière van de door Howard Hawks ontdekte Bacall (The Bronx, 16 september 1924) is sterk verbonden met die van Bogart, de man die ze kort na de première van To Have and Have Not trouwde en met wie ze eind jaren veertig speelde in drie superieure misdaadfilms: The Big Sleep, Dark Passage en Key Largo. Bacalls ideale personage was de sarcastische maar gevoelige vrouw van de wereld, een tough talking dame die tegelijkertijd one of the boys was. Hoewel ze ook speelde in komedies (How to Marry a Millionaire, 1953, Sex and the Single Girl, 1965), leek ze daarin altijd een beetje ontheemd.

Echt grootse films heeft Bacall na de jaren veertig niet meer gemaakt, al zullen velen goede herinneringen bewaren aan haar rollen in Harper (1966) en The Shootist (1974). De afgelopen dertig jaar heeft ze Hollywood zelfs niet meer dan glimpjes van zichzelf getoond; haar interesse verschoof naar Broadway, waar ze triomfen vierde in musicals. Zo werd Bacall het prototype van de filmster die heel kort heel fel heeft gestraald, maar voorgoed op het netvlies is ingebrand. Het zou een daad van gerechtigheid zijn als ze - voor het eerst van haar leven - volgende maand een Oscar zou krijgen. Niet omdat de bijrol waarvoor ze werd genomineerd (de flirtende dominante moeder in The Mirror Has Two Faces) de beste van het jaar is. Maar omdat zonder Lauren Bacall de erehemel van de Academy een klein zwart gaatje vertoont.

    • Pieter Steinz