Hogere eigen bijdrage leidt niet tot besparing

ROTTERDAM, 12 FEBR. Hogere eigen bijdragen in de gezondheidszorg leiden in de lagere inkomensgroepen, die het meeste gebruik maken van de zorg, nauwelijks tot een lagere consumptie. Een eigen bijdrage tot bijvoorbeeld maximaal één procent van het inkomen leidt uiteindelijk dan ook tot een relatief kleine besparing op gebruik van huisarts, fysiotherapeut, tandarts, medisch-specialist, medicijnen of ziekenhuis: minder dan honderd miljoen gulden op een totale omzet van rond de dertig miljard gulden.

Dit is een van de uitkomsten van het onderzoek dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed naar de gevolgen van een aantal veranderingen in het ziekenfonds die in de afgelopen jaren in politieke discussies aan de orde zijn geweest. De resultaten, die vandaag zijn gepubliceerd in het rapport Het ziekenfonds, waar ligt de grens?, hebben vrijwel geen invloed meer op het kabinetsbeleid. Kabinet en Tweede Kamer hebben besloten voor de verkiezingen niet meer in het ziekenfonds in te grijpen. Alleen over de eigen bijdrage heeft nog discussie plaats.

Sinds 1 januari geldt voor ziekenfondsverzekerden een eigen bijdrage van in totaal tweehonderd gulden per jaar bij gebruik van fysiotherapeut, medisch specialist, medicijnen en ziekenhuis. Maar al geruime tijd is een meerderheid in de Kamer er voorstander van de hoogte van de eigen bijdrage afhankelijk te maken van het inkomen van de verzekerde. Dat zou dan vanaf 1 januari 1998 kunnen, maar minister Borst (Volksgezondheid) is daar geen voorstander van. Zij wil ook die wijziging doorschuiven naar het volgende kabinet.

Het SCP heeft onderzocht wat er gebeurt als zo'n inkomensafhankelijke bijdrage, inclusief die op het gebruik van de huisarts, met een maximum van één procent van het inkomen, wordt ingevoerd. Daaruit blijkt dat de uitgaven van het ziekenfonds zelf met vijfhonderd miljoen dalen, maar dat daarvan vervolgens door de ziekenfondsverzekerden vierhonderd miljoen toch moeten worden betaald - als eigen bijdrage. Bovendien: de Tweede Kamer heeft een eigen bijdrage bij het bezoek aan de huisarts afgewezen.

Voor de hogere inkomensgroepen onder de ziekenfondsverzekerden zou zo'n eigen bijdrage wel aan het doel - afremmen van het gebruik van gezondheidszorg -voldoen. Bij de lagere inkomensgroepen, die in het algemeen de grootste gebruikers zijn, heeft deze echter nauwelijks invloed op de consumptie. Uiteindelijk resteert een besparing van zo'n honderd miljoen gulden op het gebruik van huisarts, fysiotherapeut, medisch-specialist, tandarts, medicijnen en ziekenhuis en een iets lagere ziekenfondspremie.

Een zelfde besparing op het gebruik (honderd miljoen gulden) berekent het SCP ook als resultaat van een verlaging van de ziekenfondsgrens naar 40.000 gulden (op dit moment 60.750 gulden). Daardoor moeten 3,5 miljoen verzekerden dan overstappen naar particuliere ziektekostenverzekeringen. Door het eigen risico dat daar wordt gehanteerd ontstaat die besparing. De meeste betrokkenen zullen het ook in hun portemonnee merken: volgens het SCP betekent die overstap voor hen een koopkrachtverlies van minimaal 2 procent.

Het SCP berekende ook wat de gevolgen zijn als wordt besloten ambtenaren onder dezelfde voorwaarden als werknemers in het ziekenfonds onder te brengen. Dat levert voor de ambtenaren geen voordeel op. Door de gunstige arbeidsvoorwaarden, waaronder een vergoeding voor de ziektekostenverzekering, betaalt de particulier verzekerde ambtenaar minder (3,6 procent van zijn inkomen) dan de bij het ziekenfonds aangesloten werknemer, die gemiddeld zo'n 5,4 procent van zijn inkomen voor de verzekering van zijn gezin tegen ziektekosten kwijt is. Het SCP gaat dan ook uit van een koopkrachtverlies van minimaal 2 procent voor ambtenaren als ze tot het ziekenfonds toetreden. De uitgaven van de fondsen stijgen dan wel, maar minder dan de extra uitgaven zodat de premie iets kan dalen: in de berekening van het SCP met 0,1 procent. Het onderzoek van het SCP strekte zich ook uit tot de toelating van meer ouderen tot het ziekenfonds. Maar de uitkomsten daarvan zijn verouderd omdat geen rekening is gehouden met de veranderingen in de afgelopen maanden bij de verzekering van een groep 65-plussers. Ook bekeek het de mogelijkheid om het inkomen van een huishouden als maat voor de toegang van het ziekenfonds te nemen. Daardoor zouden onder meer ook zelfstandigen tot het ziekenfonds kunnen toetreden. Maar het SCP verwacht daar weinig heil van: er verandert voor de uitgaven van het ziekenfonds vrijwel niets en het is technisch erg moeilijk uit te voeren.