Fabrikant geeft Japanners college over 'mysterieus' mechanisme; Rest van de wereld ontdekt de klapschaats

NAGANO, 12 FEBR. In de kolossale schaatstempel die de naam M-Wave draagt, kijkt Anton Geesink als lid van het Internationaal Olympisch Comité minzaam om zich heen.

Als hij tijdens de ochtendtraining niet even babbelt met Tonny de Jong, Henk Gemser of Ab Krook, verstaat hij zich wel met een Japanner. Sinds de Olympische Spelen van 1964 is Japan immers zijn tweede vaderland. Als Egbert van 't Oever voorbijschaatst, roept Geesink: “Egbert, maak nog eens een salto”. Het is een toespeling op een valpartij op het ijs eerder deze week waarbij de begeleider van Rintje Ritsma een paar forse bloeduitstortingen rond zijn ogen opliep. Van 't Oever weigert aan het verzoek te voldoen: “Dat doe ik alleen als er een bed onder ligt.”

De coördinator-planner van het Sanex-team maakte zijn buiteling terwijl hij klapschaatsen droeg. Hij had ze kort daarvoor uitgeleend aan een Japanner die ze waarschijnlijk had gedemonteerd om te zien hoe het mechanisme in elkaar steekt. Bij het in elkaar zetten van de schaatsen moet er iets mis zijn gegaan, was Van 't Oevers conclusie. De 69-jarige oud-schaatser die in 1952 en 1956 aan de Olympische Spelen deelnam, had zijn lesje geleerd.

In het indrukwekkende M-Wave-stadion, genoemd naar de M-vormige constructie van het schaatscomplex aan de rand van Nagano, worden de Nederlandse schaatsers en hun begeleiders om de haverklap lastiggevallen over de klapschaats. Vanochtend vroeg mocht vrouwencoach Aart van der Wulp langs het ijs opdraven voor een Japanse televisiecamera om uit te leggen hoe het mechanisme werkt en welke techniek vereist is om er maximaal rendement uit te halen. In slow-motion demonstreerde hij de langere glijbeweging die de klapschaats mogelijk maakt.

In Davos gaf directeur Jaap Havekotte van de Viking-schaatsenfabriek nog geen drie weken geleden met behulp van een tolk klapschaatscollege aan een grote groep Japanners. In Nagano blijkt dezer dagen dat hun honger naar informatie nog niet is gestild.

Hoewel de meeste schaatstoppers in koor roepen dat de klapschaats de schaats van de toekomst is, hebben nog lang niet alle Nederlandse deelnemers aan het wereldkampioenschap allround dat vrijdag in Nagano begint, hun oude schaatsen opgeruimd. Europees kampioene Tonny de Jong en Barbara de Loor zouden geen andere schaatsen meer willen, Annamarie Thomas, Rintje Ritsma, Ids Postma en Falko Zandstra gaan straks in de schaatshal van bijna 500 miljoen gulden de strijd aan op hun conventionele ijzers.

Bij de buitenlanders wint de klapschaats snel terrein. Wereldkampioene Gunda Niemann rijdt in het drie dagen lange WK-weekeinde alle vier de afstanden - 500, 1.500, 3.000 en 5.000 meter - op de klapschaats. Ruim twee weken geleden reed ze in Davos haar eerste wedstrijden op de klapschaats en tweemaal won ze. Het was de eerste keer sinds november dat de Duitse sneller was dan Tonny de Jong, die haar begin januari in Heerenveen als Europees kampioen onttroonde.

“Gunda heeft de techniek die nodig is voor het rijden met de klapschaats ook goed onder de knie”, aldus Ab Krook, topsportcoördinator van de schaatsbond en vrouwencoach. Op de langere afstanden heeft Niemann geen problemen, zei ze vanochtend in de M-Wave, een minpunt op de nieuwe schaatsen is de start op de 500 meter. Veel meer wilde de wereldkampioene niet kwijt over haar ervaringen met de klapschaats. Aangeven op welke punten ze haar techniek heeft veranderd zou neerkomen op een kijkje in de keuken en daarvan is Niemann niet gediend.

De klapschaats is voor Japanners vooral mysterieus omdat ze slechts de beschikking hebben over enkele exemplaren, geschonken door Havekotte. “Ik zou er graag op willen rijden”, liet allroundster Mie Uehara vanochtend op een persconferentie weten, “maar het is voor mij nog onmogelijk om ze te pakken te krijgen. Na het WK hoop ik dat dat verandert.” In Davos kreeg het Japanse team een klein aantal klapschaatsen mee, maar met experimenteren wordt nog even gewacht. Het risico om er zo kort voor het WK in eigen land mee aan de slag te gaan, was de Japanners te groot.

Kirstin Holum, de zestienjarige Amerikaanse die in Nagano debuteert op een WK allround, moest bekennen dat ze nog niet in de verleiding is geweest om de klapschaats uit te proberen. Ze heeft goeie schaatsen en daarop gaat ze het hele seizoen al erg hard. Zo hard zelfs dat de Amerikaanse titelhoudster op de 5.000 meter een serieuze kanshebster is voor een podiumplaats.

De kwaliteit van het ijs in het schaatsstadion heeft op de meeste schaatsers diepe indruk gemaakt. Bart Veldkamp, Nederlander in Belgische dienst, trainde tot vandaag op de buitenbaan van Karuizawa. Op deze supersnelle piste werd in de jaren tachtig een WK sprint gehouden. Vanochtend ging Veldkamp voor het eerst het ijs op in de M-Wave, die op 14 december in gebruik werd genomen. “De conditie van het ijs heeft me verrast”, zei Veldkamp. “Hier kunnen hele snelle tijden gereden worden.”