DE TRUC MET DE APPELTAART

Haar huis rook heerlijk naar appeltaart. Ken jij de appeltaarttruc, vroeg de buurvrouw. En zij verhaalde een voorval uit de tijd toen de rente nog hoog was. Kennissen raakten hun huis niet kwijt, tot ze ervoor zorgden dat er een dampende appeltaart geurend naar kaneel in de oven stond toen de volgende kijkers zich aandienden. Diezelfde dag was de koop gesloten.

Voor een springvorm van 24 centimeter:

300 gram bloem

150 gram basterdsuiker

175 gram boter

snufje zout

1 ei, 1 eetlepel melk

1 theelepel kaneel

75 gram rozijnen

3 eetlepels rum (of calvados, notenlikeur, sinaasappellikeur of appelsap)

1 1/4 kilo goudreinetten

1 eetlepel citroensap

1-2 eetlepels suiker

2 eetlepels paneermeel

Kneed een soepel deeg van de bloem, de basterdsuiker, de boter, het zout, een mespunt kaneel en een half ei. Laat het een half uur in de koelkast rusten. Wel de rozijnen in de rum of ander geurig vocht. Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd het vruchtvlees in blokjes. Meng ze met citroensap, suiker naar smaak, kaneel en de rozijnen met het vocht. Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius. Vet de bakvorm in en bekleed bodem en wand met 2/3 deel van het deeg. Strooi paneermeel over de deegbodem en verdeel er de appelvulling over. Rol de rest van het deeg uit, snijd het in smalle repen en maak een vlechtwerk op de appelvulling. Klop de rest van het ei met de melk los en bestrijk hiermee het deegdeksel. Strooi korreltjes suiker op het deeg. Bak de taart op een rooster in het midden van de oven in ongeveer 55 minuten bruin en gaar.