Carnaval laat geldmarkt onberoerd

AMSTERDAM, 12 FEBR. Sinds het begin van dit jaar geeft de Weekstaat, de verkorte balans van de Nederlandsche Bank, veelal een beduidend rustiger beeld van de geldmarkt dan voorheen het geval was.

De voornaamste oorzaak hiervan is het streven van de Agent van Financiën om het schatkistsaldo op een niveau van om en nabij de 50 miljoen gulden te stabiliseren.

Gevolg is dat de geldmarktpartijen, vooral de banken, thans de schommelingen in de kasstroom van het rijk moeten opvangen. Ofwel, alvorens het rijk kan overgaan tot betalingen, zal het deze middelen eerst aan de geldmarkt moeten onttrekken.

Omgekeerd zullen ontvangen gelden (bijvoorbeeld belastingontvangsten) meteen op de geldmarkt worden uitgezet. Betalingen van en aan het rijk - tot het begin van dit jaar de belangrijkste oorzaak van een veranderde geldmarktruimte - zijn tegenwoordig in het algemeen dus geldmarktneutraal.

Eventueel 'spektakel' in de Weekstaat zal derhalve moeten voortkomen uit flinke mutaties in de overige posten. Opmerkelijk genoeg heeft het carnavalsfeest niet geleid tot een aanzienlijke toename van de bankbiljetten in omloop. Wellicht is afgelopen maandag een deel van de bankbiljetten weer teruggestort of is er meer betaald met de chipkaart.

In de Weekstaat valt verder vooral de afname van de post Niet-ingezetenen met 503 miljoen gulden op. Deze mutatie hangt samen met een betaling van het rijk aan de EU, waarover vorige week reeds is bericht. Daarnaast blijkt DNB het bankwezen een 814 miljoen gulden ruimere speciale belening te hebben toegekend.

Tezamen met enkele geringe mutaties in de overige posten heeft dit geresulteerd in een afname van de post Voorschotten in rekening courant met 1,3 miljard gulden.

De besparing op het contingent liep in samenhang hiermee op van 1,3 procentpunt een week geleden tot 1,7 procentpunt afgelopen maandag. Nadat 27,5 procent van de contingentsperiode is verstreken, is 25,8 procent van het contingent verbruikt.

De rustige verhoudingen op de geldmarkt lijken ook terug te vinden in de ontwikkeling van de geldmarkttarieven.

De daggeldrente, het kortste geldmarkttarief, fluctueerde de afgelopen week tussen de 2 en 3 procent.

Ook de tarieven met een langere looptijd kwamen nauwelijks van hun plaats. De driemaands interbancaire rente, de 'benchmark' van de geldmarkt, bleef ongewijzigd 2,98 procent.

Bron: ING Economisch Bureau