Britten werkten in Nederland stiekem met drugsinfiltrant

ROTTERDAM, 12 FEBR. De Britse justitie heeft begin 1995 in Nederland een Engelse politieagent laten infiltreren in een drugsorganisatie zonder dat de Nederlandse autoriteiten daarvan op de hoogte waren. De Centrale Toetsingscommissie heeft hierdoor niet kunnen beoordelen of de door de informant gebruikte opsporingstechnieken voor de Nederlandse wet toelaatbaar zijn.

Dit bleek gisteren voor de rechtbank in Rotterdam tijdens de strafzaak tegen drie Nederlandse verdachten. Zij staan terecht op verdenking van de smokkel van 6.100 kilo wiet en grote hoeveelheden grondstoffen voor de aanmaak van xtc en amfetamine. Tegen hen werden gevangenisstraffen tot zes jaar geëist.

Landelijk officier van justitie J. Kuitert wist niet, zo vertelde zij de rechtbank, dat een Engelse expediteur in Nederland in de bende was geïnfiltreerd. Ze liet duidelijk blijken niet gelukkig te zijn met de Britse operatie.

Met name van het gebruik van apparatuur om gesprekken op te nemen, had ze op de hoogte willen zijn. Toetsing van deze voor Nederland bijzondere opsporingsmethode heeft niet plaatsgevonden. In totaal zijn drie Britse infiltranten ingezet.

Volgens de Rotterdamse CID-officier van justitie R. de Groot was aanmelding van alle drie in Nederland werkende buitenlandse infiltranten niet nodig omdat al toestemming voor één infiltrant was gegeven. Kuitert zei inderdaad van een infiltrant te hebben geweten.

Justitie eiste tegen een 49-jarige Rotterdammer zes jaar cel plus een boete van 100.000 gulden. Diens 45-jarige partner hoorde een eis van drie jaar gevangenisstraf. Een 49-jarige Amsterdammer hoorde vier jaar cel eisen.

De bende deed alsof zij grondstoffen voor chemische drugs van Rusland via Nederland naar een legaal laboratorium in Kenia verscheepte. In Nederland vervaardigde zij echter xtc en amfetamine. De drugs waren bestemd voor de Nederlandse en Engelse markt. Behalve grondstoffen voor harddrugs smokkelde de bende ook wiet. (ANP)