Banken herbergen meer kunst dan de Tate

LONDEN, 12 FEBR. Achter de monumentale façades van banken en financiële instellingen in de Londense City gaat een schat aan moderne kunst schuil. Laat je niet in de luren leggen door al die eenvormig grijze pakken die Bishopsgate en Lombard Street bevolken. Daarbinnen laven ze zich de hele lange werkdag aan kleuren en vormen van moderne Britse artiesten als Simon Lewis en Antoni Malinowski. Misschien verklaart dat in de avondspits hun vederlichte tred.

Lothbury Gallery, 41 Lothbury, Londen EC, open van 10.00 tot 16.00 uur op werkdagen, toegang gratis.

De NatWest Bank, een van de grootste Britse banken, is de eerste die haar verborgen schatten voor het grote publiek heeft ontsloten. In het hoofdkantoor, tegenover de Bank of England, is de majestueuze bankhal die door marmeren zuilen wordt gedragen, ingericht als permanente expositieruimte. In deze galerie, die vandaag is geopend, is een wisselende keuze uit de NatWest-collectie te zien.

NatWest is niet de enige financiële reus in de City die kunst heeft verzameld. Hambros, Midland, Barings, TSB, Barclays, Deutsche Morgan Grenfell, Robert Fleming, al die banken hebben in de loop van soms eeuwen indrukwekkende collecties opgebouwd die makkelijk een hele Tate Gallery en Royal Academy kunnen vullen. En met de stijging van winsten sinds de jaren zestig zijn ook hun aankopen van kunst in aantal gestegen. Jaarlijks vergaren ze naar schatting bijna 400 werken. Daarmee hebben ze zich ontwikkeld tot grootste mecenas van moderne Britse kunst.

Vuig winstbejag speelt bij de aankopen geen rol, snuiven hun curators en kunstadviseurs eendrachtig. Ze beschouwen de werken nadrukkelijk niet als investering. Schilderijen, beeldhouwwerken en installaties dienen om “een geciviliseerde, aangename omgeving” te scheppen voor staf en cliëntèle, zegt Manfred Zisselberger van Deutsche Morgan Grenfell. En volgens adviseur Catherine Cuthbert doet Barclays aan kunst “voor het prestige en om mensen op te vrolijken”.

De portier bij Deutsche Morgan Grenfell prijst zich nog elke dag gelukkig dat er een Howard Hodgkin boven zijn pet hangt. De receptionistes hebben de kleur van hun kleding aangepast aan de Baselitz achter de balie: om niet te detoneren. Vergaderende directieleden kunnen inspiratie putten uit The Great Bear, Simon Pattersons versie van het Londense metrostelsel. En werknemers op de beursvloer hangt onontkoombaar een gigantisch bronskleurig werk van Shirazeh Houshiary boven het hoofd.

De collectie van NatWest telt meer dan 1.500 werken, voornamelijk schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen en gravures, maar ook porselein, meubels en tapijten. De collectie is grofweg onder te verdelen in twee categorieën, zegt Rosemary Harris, de curator die tot eind 1995 bij de Tate heeft gewerkt. Allereerst de werken uit de 17de, 18de en 19de eeuw, afkomstig uit de directiekamers van de meer dan 200 banken die in de loop van de tijden zijn samengekomen in de NatWest Group. Daarbij gaat het om portretten van bankiers, veel landschappen en riviergezichten. Van kunstenaars als Antonio Joli, George Romney, Joshua Reynolds en Gerrit van Honthorst.

Maar verreweg het grootste deel van de collectie bestaat uit moderne Britse kunst die vaak gekocht is bij de ingebruikname van nieuwe bankgebouwen. Zo luisterde NatWest dertig jaar geleden de opening van een regionaal hoofdkantoor in Manchester op met de aanschaf van werken van David Hockney, Frank Auerbach, Mary Fedden en Bridget Riley. Voor de aankleding van de NatWest Tower in de Londense City verwierf de bank meer dan honderd schilderijen, van kunstenaars als Terry Frist, Howard Hodgkin en Patrick Caulfield.

De openingstentoonstelling laat 46 werken zien, de oudste uit 1951 van Merlin Evans (The Meeting), de meeste recente van Callum Innes uit 1996 (Exposed Painting, Cadmium Orange). Persoonlijke favorieten van Rosemary Harris zijn Primrose Hill van Frank Auerbach en San Giorgio van Albert Ervin. De curator heeft vrijheid en middelen gekregen om de collectie verder uit te breiden en, wat zij noemt, “te verrijken”. Dat betekent dat ouder werk verkocht kan worden. Hetzelfde geldt voor schilderijen van buitenlandse artiesten. Daar tegenover staat dat jaarlijks zo'n vijftien nieuwe werken gekocht kunnen worden. “Deze collectie is veel te lang verborgen gehouden”, zegt Rosemary Harris. “Onder het oog van het grote publiek kan ze groeien en gedijen.”