Van Lanaken tot Rwanda

Verbeter de wereld, begin bij je kinderen.

Zou dat de verborgen bedoeling zijn van al die Nederlandse ouders die tegenwoordig hun kinderen naar strenge internaten in België sturen? Of hebben ze tabak van hun lastige kroost en willen ze eens wat meer tijd voor zichzelf?

Arme kinderen.

Het NPS-programma Vreemd land schetste onder de passende titel Bint in België een beeld van een internaat in Lanaken. De directeur liet zich er voor de camera toe verleiden om verlekkerd uit Bint, de roman van Bordewijk, voor te lezen. Hij vond dat boek niet meer helemaal van deze tijd, maar je hoorde hem desondanks al bijna als de leraar De Bree tegen zijn kinderen zeggen: “Jullie wilt oorlog. Het zal oorlog tussen ons zijn, zonder ophouden, het gehele schooljaar door...”

En dat terwijl die kinderen in Lanaken er uitzagen als gezeglijke bloedjes uit de provincie - dus géén Whimpysinger, Surdie Finnis, Taas Daamde, Klotterbooke, laat staan Van der Karbargenbok.

De Belgische leraren waren vreugdeloze karikaturen uit een slecht jongensboek. Als er een beetje plezier in de klas dreigde te onstaan, zei een leraar steeds lijzig: “Ik vind dat nie om te lachen.” Deze leraar werd intern 'een opvoeder' genoemd. Terwijl ik hem hoorde zaniken en sakkeren, klonken er verre echo's door van de allerslechtste, allerellendigste leerkrachten uit mijn eigen jeugd. Grauwe, gedesillusioneerde mannen (meestal mannen), vastgelopen in de routine van hun vak, en hun wrok afreagerend op alles wat dreigde te léven.

Het waren er maar een paar, en ze werden alleen maar gehandhaafd omdat ze niet ontslagen konden worden. Op deze Belgische internaten worden ze echter als helden beschouwd, de poortwachters van een nieuwe beschaving.

De kinderen ondergingen het met een mengeling van gelatenheid en verontwaardiging. Eén jongen wilde zijn moeder geen afscheidszoen geven, zó kwaad was hij dat ze hem in dat vreselijke oord achterliet. In Lanaken worden romanschrijvers gekweekt.

Een ander kind, een ander verhaal, het kan nog heel wat erger: BBC' Panorama liet onder de titel Valentina's story zien wat de genocide in Rwanda voor sommige kinderen heeft betekend.

De 13-jarige Valentina behoorde tot de weinige Tutsi-kinderen die een slachting door Hutu's in haar dorp overleefde. Ze zag haar vader en broers aan stukken gesneden worden, zelf overleefde ze door zich onder de lijken stil te houden. Vier dagen bleef ze roerloos liggen, daarna kwam ze met een paar andere kinderen tevoorschijn. Haar vingers waren door een machete weggemaaid. Een maand lang hielden de kinderen zich in leven temidden van lijken die door de honden van het dorp werden opgevreten.

Valentina heeft een terugkerende droom: ze ziet haar moeder, kust haar, laat haar haar handen zien en zegt: kijk wat er van me geworden is.

Voor deze kinderen, die zonder familie verder moeten, was het beter geweest als ze óók gedood waren, zei iemand in de reportage. Nu moeten ze toezien hoe de moordenaars terugkomen uit de vluchtelingenkampen in het buitenland. Moordenaars die doorgaans geen enkele spijt tonen. “Ze hebben nooit vergiffenis gevraagd, ze zijn van plan om het weer te doen als ze de kans krijgen”, zei een minister.

Negentigduizend Hutu's wachten nu op hun berechting. Eén van hen is een man die vlakbij Valentina's huis heeft gewoond. “Hoe kon je het doen”, vroeg een opsporingsambtenaar hem, “je hebt zelf acht kinderen.”

“Je kon de kinderen niet sparen”, zei de man. “Je moest het doen, het was een absolute order. Ik volgde de orders die de radio verspreidde. Daarom vermoordde ik onze buren.”

    • Frits Abrahams