Unilever wil chemie-sector geheel afstoten

ROTTERDAM, 11 FEBR. Zeep- en voedingsmiddelenproducent Unilever gaat zijn chemische bedrijven verkopen omdat het concern zich verder wil concentreren op consumentenprodukten. De vier bedrijven die zullen worden afgestoten hebben een gezamenlijke omzet van 7,7 miljard gulden (goed voor 9 procent van Unilevers totale omzet) en 15.800 van de totaal 306.000 personeelsleden, van wie 2.000 in Nederland.

Dit heeft de bestuursvoorzitter van Unilever, Morris Tabaksblat, vanochtend bekendgemaakt bij de presentatie van de jaarcijfers over 1996. Afgestoten worden de in Nederland gevestigde bedrijven Quest International (geur- en smaakstoffen) en Unichema International (oleochemische produkten en nikkelkatalysatoren), het in de Verenigde Staten gevestigde National Starch and Chemical Company (industriële kleefstoffen, harsen en chemische specialiteiten en zetmeelprodukten), en het in Groot-Brittannië gevestigde Crosfield (anorganische chemicaliën op basis van silicaten en aluminiumoxiden).

Tabaksblat sprak van een “vrij drastische bijsturing” van de strategie van Unilever. Hij wilde vanochtend niet aangeven hoeveel geld Unilever voor de bedrijven wil hebben. De gezamenlijke bedrijfswinst (vóór bijzondere posten) van de vier ondernemingen bedraagt 1,1 miljard gulden. Unilever heeft nog geen contacten met mogelijke gegadigden. Het concern denkt de verkoop nog dit jaar te kunnen afronden.

Als belangrijke reden voor de verkoop van de chemie-bedrijven noemde Unilever vanochtend de wereldwijde concentratiegolf in de chemische sector. “Er vinden nu grote hergroeperingen in de chemische industrie plaats”, aldus Tabaksblat. “Om onze chemiebedrijven een kans te geven hadden we daar aan mee moeten doen.” Unilever geeft er de voorkeur aan zich verder te concentreren op consumentenprodukten. “Verkoop stelt Unilever in staat de beschikbare middelen te richten op krachtige lange-termijngroei van onze bedrijven voor consumentenprodukten, vooral in nieuwe opkomende en zich snel ontwikkelende markten in onder meer Azië en de Pacific”, zegt Tabaksblat. Als bijkomende reden noemde hij dat de chemiebedrijven binnen Unilever minder dwarsverbanden met de andere dochters hebben ontwikkeld dan was verwacht. Tabaksblat onderstreepte dat de verkoop los staat van de al eerder ingezette verkoop en herstructurering van slecht renderende bedrijven, vooral in Europa. Volgens Tabaksblat blijft nog steeds 15 procent van Unilever beneden het gewenste niveau en zullen ondernemingen worden verkocht of gesloten.