Technolease was het meest profijtelijk voor Rabo

In de tot nu toe gevoerde discussies over de toelaatbaarheid van technolease is één aspect ten onrechte nog buiten beeld gebleven.

Dat betreft de opmerking in het rapport van de Algemene Rekenkamer (blz. 40) dat de technolease die Fokker circa 400 miljoen gulden op zou leveren, voor de Rabo een besparing aan vennootschapsbelasting inhield, die de vermogensversterking aan Fokker in zeer ruime mate zou overschrijden. Voor menig fiscalist was dit een raadselachtige opmerking. Immers, als de Rabobank voor 400 miljoen gulden kennis koopt, kan zij slechts op dat bedrag afschrijven. Aangezien het tarief van de vennootschapsbelasting 35 procent is, levert afschrijving van 400 miljoen gulden, afgezien van rente, een belastingbesparing op van 140 miljoen gulden (35 procent van 400 miljoen gulden). Dat betekent derhalve per saldo een verlies voor de Rabobank van 260 miljoen gulden. Uit de inmiddels bekend geworden feiten komt echter naar voren dat Rabo niet op 400 miljoen gulden heeft afgeschreven, maar op twee miljard. Dat levert de Rabo gedurende de afschrijvingstermijn een belastingbesparing op van 700 miljoen gulden (35 procent van twee miljard). Aldus bezien leed de Rabo geen verlies van 260 miljoen gulden, maar verdiende zij netto 300 miljoen gulden, namelijk de belastingbesparing van 700 miljoen minus de 400 miljoen die voor de kennis werd betaald.

De vraag is nu waarom de Rabo op twee miljard mocht afschrijven, terwijl niet meer dan 400 miljoen voor de kennis van Fokker is betaald. Dat blijkt te zijn veroorzaakt door de omstandigheid dat het Rabo in strijd met de fiscale wetgeving is toegestaan af te schrijven op kennis waarvoor zij niets behoefde te betalen en waarover zij geen enkel economisch risico liep. Om dat te illustreren, geef ik in het kort nog even de constructie met gebruikmaking van ronde bedragen weer. Fokker richtte een BV op en bracht daar 400 miljoen aan kennis in. Vervolgens verschafte Fokker aan deze BV een lening van 1,6 miljard gulden. Aangezien Fokker zelf geen geld had, werd ook deze lening in de vorm van kennis verschaft. Kortom, Fokker leent de 1,6 miljard gulden aan kennis aan de BV. Vervolgens werd de BV aan de Rabobank verkocht voor 400 miljoen gulden. Dat was het bedrag van de bezittingen van de BV (twee miljard gulden aan kennis) verminderd met het bedrag van de schulden (de lening ad 1,6 miljard gulden). Bij de Rabobank ging de BV onderdeel uitmaken van een fiscale eenheid, waardoor de resultaten van de BV aan de Rabo werden toegerekend. De activa-kant van de balans van de BV bestaat uit 2 miljard aan kennis. Op de passiva-kant staat het aandelenkapitaal van 400 miljoen en de lening van Fokker van 1,6 miljard.

Fiscaal gezien kan Rabo slechts op de twee miljard gulden kennis afschrijven als zij verplicht is de door Fokker verstrekte lening in geld af te lossen. In werkelijkheid evenwel was Rabo daartoe niet verplicht. Zij kon de lening aflossen door de 1,6 miljard gulden aan kennis waaruit de lening bestond, weer aan Fokker terug te geven. In ieder geval was Rabo niet verplicht aan Fokker het geleende bedrag in geld terug te betalen. Dat betekent dat van de kennis ad 1,6 miljard gulden moet worden weggestreept tegen de lening. Als Rabo immers de lening niet behoeft af te lossen, heeft zij voor 1,6 miljard gulden aan kennis niet betaald en kan zij daarop ook niet afschrijven.

Of om het anders te formuleren: in zoverre de waardedaling van de kennis van Fokker gecompenseerd werd door de waardedaling van de lening van Fokker, droeg de Rabo geen economisch risico van de waardedaling van de kennis en kon zij dus geen afschrijving toepassen. Op geleende spullen kun je nu eenmaal niet afschrijven. Dat weet elke econoom.

In de uitzending van Buitenhof van afgelopen zondag wees oud-minister Andriessen erop dat de presentator toch ook de aanschaf van een stropdas af kon trekken (dat is onjuist, omdat een stropdas geen werkkleding is, maar vooruit). Als de presentator de das echter heeft geleend en de das na afloop van de uitzending weer teruggeeft, valt er zeker niets af te trekken.

Onduidelijk is derhalve waarom bij Rabo afschrijving op de geleende 1,6 miljard gulden aan kennis is toegestaan. Het resultaat van deze gang van zaken is immers dat de Staat nu per saldo aan de Rabo een belastingvoordeel van nominaal 300 miljoen gulden heeft verstrekt. Vanuit dat oogpunt is met deze constructie dan ook geen staatssteun aan Fokker verleend, doch aan de Rabobank.

In een interview in NRC Handelsblad van 19 november 1996 met drs. H. Wijffels van de hoofddirectie van de Rabobank, stelt deze dat de Staat de Rabobank heeft gevraagd de technolease bij Fokker te financieren en dat de Rabobank op dat verzoek positief heeft gereageerd. En hij voegt daaraan toe: “Wij hebben altijd buitengewoon trouw belasting betaald en wij maken een groot deel van onze winst in Nederland”. Kennelijk was dat voldoende rechtvaardiging voor een staatssteun aan deze bank van 300 miljoen gulden. Het zou interessant zijn te weten wie zich dat indertijd gerealiseerd heeft.