Reis door India in kleurige dansen

Voorstelling: Moeder India door Het Internationaal Danstheater. Produktie, regie: Maurits van Geel; choreografie: o.a. Seytjaban Singh, Rangaraju Raman, Saskia Kersenboom, Thérèse Laurant; muzikale leiding: Floor Minnaert; licht: Reier Pos. Gezien: 9/2 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 22/5.

Het Internationaal Danstheater heeft het aangedurfd om een hele produktie te wijden aan dansen uit het reuzenrijk India: meer dan 4.000 jaar oud, 900 miljoen inwoners, honderden talen, vele godsdiensten en een complexe cultuur. De vrees dat het voormalige Folkloristische Danstheater zich aan het onderwerp zou vertillen, bleek echter ongegrond. Moeder India kreeg als ondertitel 'Dans van Goden en Mensen' mee. De nadruk ligt dus niet zozeer op de verfijnde, gestileerde klassieke Indiase dans, maar vooral op de folkloristische dansen zoals die in de dorpen en steden worden uitgevoerd. Moeder India heeft hierdoor niets krampachtigs of geforceerds gekregen, zodat de toeschouwer zich onbekommerd kan laten meeslepen door het hartverwarmende spektakel.

Met een Soetra Dhara als gids reist het publiek mee van Kashmir Jammu in het noorden tot Tamil Nadu in het zuiden en van Rajastan in het westen naar Maniput in het oosten. De rol van de verteller ligt in handen van de innemende, Indiase acteur Adil Hussain. In het eerste deel van de voorstelling maakt hij met relativerende teksten (in het Engels en enkele woorden Nederlands) de zaal wegwijs met de namen van de Hindoegoden en hun eigenschappen. Hij doet dit met behulp van een Kavad, een kast met uitklapbare, beschilderde panelen.

Na de pauze is zijn spreekrol beperkter. De dansers kunnen zich uitleven in traditionele trommel- en stokdansen met hoge sprongen voor de mannen en elegante behendigheidsdansen voor de vrouwen. Hierbij vallen Saskia Franke en Silvia Vrskova op door de zuivere uitvoering van de meer klassieke dansen. De uitbundige gemeenschapsfeesten, waarbij ook ruimte is voor een kolderiek marionettenspel, worden begeleid door authentiek klinkende samenzang van de groep. Het is een vrolijke, maar vooral kleurige vertoning door de prachtige kostuums waarvan veel in eigen atelier zijn (na-)gemaakt.

De voorstelling heeft voor de pauze een aanstekelijk tempo. Dat komt ook door de inbreng van het orkest dat een assortiment aan exotische instrumenten onder zijn hoede heeft. De zeven musici spelen op de vina, de santur of shena alsof zij hun hele leven niets anders hebben gedaan. Jelle van Herwijnen, een etnomusicoloog, verdient extra bewondering voor zijn vertolking van de liederen, evenals de zangeres/danseres Ingrid Jansen. Maar ook het research-team van Het Internationaal Danstheater mag niet onvermeld blijven. De artistieke leiders Ferdinand van Altena en Maurits van Geel legden samen met balletmeester Thérèrse Laurant in 33 dagen 25.000 kilometer af in het onmetelijke land. Het bleek een vruchtbare reis met Moeder India als indrukwekkend resultaat. En was het niet de god Brahma zelf die zei: 'een goede voorstelling maakt iedereen gelukkig'?