Pragmatisme

Ofschoon Christophe de Voogd aangeeft niet bij te willen dragen aan de Nederlands-Franse polemiek, doet hij dit (ongewild?) toch middels enkele stellingnamen die nuancering behoeven (NRC HANDELSBLAD, 1 februari).

Duisenberg zou - na Ruding en Lubbers - in de ogen van de Nederlanders “het laatste slachtoffer” zijn van de Franse “streken” en de “arrogantie van Parijs”. Dat Parijs de schijn van arrogantie tegen heeft, zal ik niet bestrijden, maar wel het algemeen gevoelen dat het driemanschap in de ogen van Nederland een kunstje is geflikt door de Fransen alleen; een vorm van stemmingmakerij die De Voogd even later zelf eenvoudigheidshalve ontkracht.

Voorts haalt De Voogd aan dat de benoeming van Duisenberg door geen enkel gemeenschappelijk akkoord is bevestigd. Daarbij gaat hij evenwel voorbij aan een eventueel gerechtvaardigde (politieke) verwachting van Nederland gezien de (recente) verdeling van instellingen en posities binnen de Unie.

Het politieke falen van Nederland in EU-verband schrijft De Voogd toe aan de gebrekkige voorbereiding van de Nederlandse initiatieven. Dit is deels juist, maar zowel voor 'Maastricht' als het drugsdebat kan evenzeer worden aangevoerd dat de Nederlandse politiek mede wordt gekenmerkt door vooruitstrevendheid. Waar De Voogd dan ook spreekt van pragmatisme en koelbloedigheid als typische eigenschappen van de Nederlanders, zou ik daaraan vooruitstrevendheid willen toevoegen. Vooruitstrevendheid behoeft de overtuiging van het eigen gelijk, anders blijft daarvan niet veel over.

De conclusie van zijn betoog is dat Nederland de huidige euforische stemming in Frankrijk over ons sociaal-economisch model (op pragmatische wijze) moet aangrijpen om onszelf aan de Fransen te verkopen. Laten we onze huid dan tenminste duur verkopen door terloops - en koelbloedig - melding te maken van het inmiddels in brede kring gedeelde 'gelijk' over het Nederlandse drugsbeleid onder de noemer vooruitstrevend pragmatisme.