Positie jonge kunstenaars beter dan gedacht

DEN HAAG, 11 FEBR. De positie van jonge kunstenaars op de arbeidsmarkt is veel rooskleuriger dan staatssecretaris Nuis (cultuur) voorspiegelt. Vergeleken met andere hbo-afgestudeerden ligt de werkloosheid onder afgestudeerde kunstenaars nog altijd iets hoger, maar het verschil is niet meer zo groot als het geweest is. Dat blijkt uit de Kunstenmonitor, een uitgave van de HBO-Raad.

In 1981 was 18 procent van de kunstenaars werkloos tegenover 6 procent van de rest van de hbo-afgestudeerden. Nu zijn die percentages respectievelijk 12 en 6. Voorzitter Van der Hek van de HBO-Raad is blij dat er nu eindelijk echte feiten en cijfers beschikbaar zijn over het kunstenonderwijs. De HBO-Raad verzet zich fel tegen de voorstellen van Nuis om 25 miljoen gulden te bezuinigen op kunstacademies en conservatoria. Die bezuinigingen zijn volgens Nuis onontkoombaar, omdat er te veel kunstenaars in de bijstand zitten, er te veel kunstopleidingen zijn die meer van hetzelfde bieden en omdat er te veel onduidelijke pseudo-kunstopleidingen zijn. Nuis wil dat kunstacademies en conservatoria nog slechts zoveel studenten toelaten als er behoefte is op de arbeidsmarkt.

Volgens de Kunstenmonitor krijgen jonge kunstenaars van alle richtingen, autonoom, uitvoerend, toegepast of educatief, werk in de sector en op het niveau waarvoor zij zijn opgeleid. Het kunstenonderwijs scoort hier net zo hoog als de rest van het hbo, namelijk 84 procent. De jonge kunstenaars spelen volgens de raad sterk in op de eigenzinnige arbeidsmarktstructuur van hun vakgebied.

“Zij zijn zeer inventief in het vinden en zelf scheppen van werk binnen hun vakgebied. Zo is 22 procent zelfstandig ondernemer, 15 procent freelancer en 52 procent in loondienst,” aldus de Kunstenmonitor. (ANP)