Metro van meer dan alleen lokaal belang

In zijn column (27 januari) nam E.J. Bomhoff stelling tegen een rijksbijdrage voor de noord / zuidlijn, de tweede Amsterdamse metrolijn. Hij gebruikte een verbazingwekkend argument: omdat in de hoofdstad relatief meer vrouwen een betaalde baan hebben dan in de andere Nederlandse steden, is een bijdrage van belastingbetalers buiten Amsterdam aan de metrolijn niet gerechtvaardigd.

Een hoge arbeidsparticipatie van vrouwen zou betekenen dat Amsterdam haar eigen boontjes kan doppen en geen steun nodig heeft. Die arbeidsparticipatie zegt echter weinig over sociaal-economische problematiek. En een belangrijk argument voor een rijksbijdrage is juist van sociaal-economische aard. De arbeidsparticipatie van vrouwen is relatief hoog in Amsterdam omdat de stad zeer veel alleenstaande vrouwen huisvest. Dat laat onverlet dat er ook veel werkloosheid is, om precies te zijn: twee keer meer dan het landelijk gemiddelde. In het debat over de rechtvaardigheid van de verdeling van belastinggelden over steden en regio's in Nederland is hoge werkloosheid een beter argument dan arbeidsparticipatie.

Voor dat debat is het verder van belang dat rijksbijdragen aan ontwikkelingsprojecten daadwerkelijk de economische kansen verbeteren. De noord/zuidlijn slaagt volgens objectieve berekeningen van de Universiteit van Amsterdam voor die toets. De lijn levert permanent tienduizend extra banen op, voor de stad en regio Amsterdam. Dat is een belangrijk sociaal argument, bovenop het ook aangetoonde verkeerstechnische nut en de versterkende werking voor de economie. Het economische nut van de metro vloeit vooral voort uit de ligging: de lijn verbetert de verbinding van de binnenstad met de sterk in ontwikkeling zijnde zuidrand van de stad en Schiphol. Daarmee wordt bijgedragen aan de vitaliteit van werkgebieden en functies die van nationaal belang zijn.

De lijn is daarom, anders dan Bomhoff beweert, niet alleen voor Amsterdam nuttig, maar voor een veel groter gebied. Zonder de metro komt de binnenstad, het belangrijkste financiële, toeristische en culturele centrum van het land, door slechte bereikbaarheid in een steeds moeilijker parket. De lijn vormt tevens een essentiële schakel in een regionaal vervoerssystem, dat als geheel de internationale aantrekkingkracht en motorfunctie van de gehele Amsterdamse regio - met 750.000 werkzame personen - mede veilig moet stellen. De metro speelt daarbij niet alleen een rol voor woon-werkverkeer, maar ook voor zakelijk verkeer, recreatie en toerisme. Met een dagelijkse vervoerswaarde van 160.000 personen wordt het de meest intensief gebruikte stadsgewestelijke verbinding in Nederland.

Bomhoff, die ik ken als pleitbezorger voor moderne infrastructuur, zou beter moeten weten. Ik ben er van overtuigd dat de noord/zuidlijn een belangrijke bijdrage kan leveren aan de oplossing van de grote vervoersproblemen in en rond Amsterdam. Gezien het meer dan lokale belang van de lijn acht ik een rijksbijdrage dan ook gerechtvaardigd.