Ik zou dat nu wel kunnen repareren

“Hij sloeg. Dat was niet het ergste. Als je maar hard genoeg brulde, hield hij wel op. Zette nooit door. Dat was het. Ik haatte die man omdat hij alles wat in zijn handen kwam, liet vallen.

Nooit eens iets naar het einde gebracht. Leerde me figuurzagen. Samen naar zolder. Onder zuchten dat plankje aan de tafel geschroefd. Boorde een gaatje, stak het zaagje erdoor en deed zes slagen voor. En nou jij, zei hij. Het lukte me, kreeg het voor elkaar de bocht door te gaan. Zie je wel, geen kunst aan, zei hij, morgen krijg je geld van me om een voorgedrukte lampenkap te kopen. Neem er maar een met klimop, dat vindt je moeder mooi. Toen ging-ie naar beneden en meteen brak het zaagje. Ik riep Papa, mijn zaagje breekt. Zet er een nieuwe in, zei hij om de hoek van de deur, tandjes naar beneden, en toen was-ie weer weg. Moest naar 'Drie ervaren musici spreken over muziek' luisteren, wist ze allemaal uit elkaar te houden, Johann Friedemann Bach, Carl Philipp Emanuel Bach, Johann Christoph Friedrich, maar nog te bescheten een nieuw zaagje voor zijn jongste te monteren. Ze vielen allemaal op de grond, al die dunne dingetjes en toen ik beneden kwam om om hulp te sméken, zette hij zijn vinger aan zijn lippen, sssst. Rafael Kubelik dirigeerde. Toen het uit was, lachte hij: 'Niks waard die jongen, kan niet eens een zaagje inzetten', en ik moest naar bed en het ging tot me doordringen: hij houdt niet van me. Hij houdt niet van mijn moeder, hij houdt niet van mijn zusje, hij houdt alleen maar van zijn foto's en zijn orgel en zijn muziek en ik wist dat ik iets moest doen om zijn liefde af te dwingen en daarom, op woensdagmiddag, pakte ik zijn Rolleicord want daar had hij van gezegd dat de sluiter bleef hangen en de tijden niet meer klopten en daarmee kon ik zijn liefde winnen want ik zou dat voor hem repareren en er olie in doen en ik zocht een paar schroevendraaiers en een tangetje en ik legde dat netjes op een krant en ik begon en het ging heel goed, zo'n oude Duitse camera, die was met de hand in elkaar gezet, die kon je met de hand ook weer uit elkaar halen en ik kreeg allemaal onderdeeltjes, zoals een spiegeltje dat ik meteen even schoon poetste, en nikkelen knopjes en veel mooie schroefjes die ik netjes op een rijtje legde en ik wilde net aan de sluiter beginnen en had de frontlens er al afgeschroefd, want alleen zo kun je bij de sluiter komen en toen kwam hij thuis en hij keek me aan, even maar en toen naar al die mooie onderdeeltjes op die krant en hij had zijn leren jas nog niet eens aan de kapstok gehangen en hij werd rood, eerst in zijn hals, toen in zijn gezicht en hij keek alleen maar en toen viel hij in zijn stoel en fluisterde: 'Een glas water' en dat haalde ik en daarna heeft hij een paar weken op bed gelegen en hij heeft nooit meer foto's gemaakt en als ik ze nu bekijk, die hij wel heeft gemaakt, vind ik dat ze niet onverdienstelijk zijn, sommige zijn zelfs heel mooi en dit is wat er allemaal van over is, dit opname-objectief, een Triotar 3,5, een ongecoate, kijk eens hoe mooi dat is gemaakt, allemaal koper en die sluiter is ook niet mis, een echte Compur, die doet het nog, hoewel ik denk dat-ie vuil is. Ik zou dat nu wel kunnen repareren.''