Geloofsleer

Als het waar is dat de secretaris van de Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving (NRC HANDELSBLAD 28 januari) verklaard heeft dat ook hij meent dat “de beleidsbepalers in Rome af en toe te weinig in de gaten hebben dat katholieken wel grote behoefte hebben aan spiritueel leiderschap van de kerk (bedoeld is vermoedelijk: Kerk) maar niet aan moralistisch leiderschap in engere zin”, dan geeft hij er blijk van de essentie van de christelijke geloofsleer niet te hebben begrepen.

'Christelijke spiritualiteit' immers is niet los verkrijgbaar, maar is geïntegreerd in een geloof dat moet worden beleefd in de gehele inrichting van het leven.

De oproep van paus Johannes Paulus II tot een boycot van kerstkaarten van Unicef is een logisch gevolg van de propagandacampagne van Unicef over gezinsplanning. De RK-kerk heeft krachtens “haar pastorale verantwoordelijkheid te waken over de rechtschapenheid van het gedrag van christenen” (encycliek veritatis splendor, 1993, nummer 26). Dat was de taak van de apostelen en is de taak van de opvolgers van de apostelen, zijnde paus en bisschoppen. Ook de Nederlandse bisschoppen nemen deze taak zeer serieus, vergelijk bijvoorbeeld de recente uitlatingen van kardinaal Simonis naar aanleiding van het abortuspleidooi van minister Borst.

Vraag rijst of een rooms-katholieke instelling kan gedogen dat een functionaris zich op een dergelijke wijze uitlaat. Indien een werknemer van een onderneming publiekelijk verklaart de bedrijfsfilosofie niet of niet meer te onderschrijven, zal geen werkgever dat zonder consequenties laten. Zou dat niet te meer gelden wanneer niet een bedrijfsfilosofie maar de geloofsleer zelf in het geding is?