'Geen heksenjacht op vaders'

De recente reeks kindermoorden heeft bij de Raad voor de Kinderbescherming geleid tot discussies over de omgangsregeling na echtscheiding. Hoe moeten signalen over 'lastige' vaders worden gewogen? “We zitten een beetje met de handen in het haar.”

ROTTERDAM, 11 FEBR. De kinderbescherming in Zuid-Nederland adviseerde in januari van dit jaar om de omgangsregeling van een 'lastige' vader uit Montfort met zijn twee kinderen voort te zetten. Een week geleden vermoordde deze man zijn twee kinderen.

Schuldgevoel over dat advies is niet op zijn plaats, vindt directeur van de kinderbescherming Zuid-Nederland, B. van Gent. Het vermoeden dat gescheiden ouders hun kinderen iets zullen aandoen, is volgens hem niet voldoende om hun de omgangsregeling te ontzeggen. Van de man was bekend dat hij zijn vrouw lastigviel - zij had om een straatverbod gevraagd - maar dat maakte het nog niet aannemelijk dat hij zijn kinderen zou doden. “Ik hoop niet dat deze incidenten in de beoordeling van toekomstige gevallen een rol gaan spelen”, zegt Van Gent “Het recht om je kinderen te zien is een groot goed. We moeten vermijden dat er een heksenjacht ontstaat op vaders en omgangsregelingen.”

Welke risico's mag je nemen om ouders na een echtscheiding het recht te geven op omgang met hun kinderen? Nadat vaders achtereenvolgens in Ulvenhout en Montfort hun kinderen ombrachten uit onvrede met hun toestand na een echtscheiding, wordt daar bij de Raad van de Kinderbescherming hevig over gediscussieerd. Er zijn bij de Raad de laatste dagen veel telefoontjes binnengekomen van ouders die bang zijn dat hun ex-partner de kinderen iets zal aandoen. De Raad wil speciale teams opzetten om dergelijke meldingen te onderzoeken.

We moeten voorzichtiger worden, vinden sommigen. Nee, juist nu moeten we ons hoeden voor valse beschuldigingen van ex-echtgenoten, vinden anderen. “We zitten een beetje met de handen in het haar”, zegt J.H. Jansen, directeur van de kinderbescherming in Noord-Nederland. “Door die zaken moeten we ons afvragen of we het wel goed doen. Maar hoe weet je nu vantevoren dat een vader tot zoiets in staat is?”

Het dilemma 'wel of geen omgangsregeling?', bestond altijd al, maar is door de kindermoorden nog groter geworden. Jansen kan zich bijvoorbeeld ook “heel goed voorstellen” dat het argument zal worden misbruikt, dat moeders die hun man geen omgangsregeling gunnen, gaan inspelen op de angst voor kindermoord. “De Raad moet van die uitzonderlijke gevallen niet wakker liggen. Dan kun je je werk niet meer doen”, vindt hij. De kinderbescherming is geen psychiatrische instelling, zegt I. van Iersel, interim-manager van de afdeling West-Brabant, waar de afgelopen weken veel vragen kwamen over de kindermoorden in Ulvenhout. “Wij kunnen niet voorspellen of iemand gekke dingen gaat doen.”

We zullen voorzichtiger worden, meent daarentegen de plaatsvervangend directeur van de kinderbescherming in Noordwest-Nederland, Guido Zuur. “Het criterium blijft dat omgang moet. Maar wij worden door zo'n serie kindermoorden wel beïnvloed. Tot een paar maanden geleden dachten wij als een man dreigde dat hij zijn kinderen iets zou aandoen: 'dat roept hij wel, maar in de praktijk komt dat niet voor.' Als er nu signalen zijn dat een vader agressief is, zullen we daar wat langer bij stilstaan.” Maar aan de andere kant, zegt Zuur, “hoeft wat wordt verteld niet allemaal waar te zijn”. Neem de vele incest-meldingen die, nadat in de jaren tachtig diverse gevallen daarvan bekend werden, bij de Raad binnenstroomden. “Daarvan weten we ook niet altijd of het echt is gebeurd.”

Het is een veel gebruikte strategie van vrouwen die hun man geen omgangsregeling gunnen, zeggen de directeuren van de kinderbescherming, om hem verdacht te maken. Om daarin feit en fictie te onderscheiden is moeilijk, vooral omdat de consequenties van het besluit zo groot zijn. Of incest heeft plaatsgehad is al moeilijk te verifiëren, maar de kans dat iemand zijn kind in de toekomst iets zal gaan aandoen, is onberekenbaar.

Het Salomonsoordeel van de kinderbescherming - de kinderrechter neemt haar adviezen meestal over - is nooit onfeilbaar. “In verhoudingen tussen mensen zit altijd een element van wegen”, zegt directeur Van Gent. Objectieve criteria zijn er niet, de Raad heeft maar één houvast, dat is de wet. Die zegt dat ouders in principe het recht hebben op een omgangsregeling met hun kind, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken.

Incest is zo'n omstandigheid, of mishandeling. Maar dat moet dan wèl worden aangetoond. “Het 'tenzij' moet wel heel goed zijn geformuleerd”, vindt directeur Jansen. “We moeten oppassen voor het Bolderkar-effect (de kleuterschool waar verdenkingen van incest opdoken die nooit werden bewezen, red.) , zegt unit-manager Van Iersel. “In de meeste gevallen gaat het goed. Je kunt je beleid niet op uitzonderingen baseren.” Uitgangspunt, zegt Van Gent, is dat ouders het recht hebben op omgang met hun kinderen. “In die vrijheid moet je als overheid niet te veel gaan zitten mieren.”

Het ontbreekt de Raad aan kennis, zegt directeur Jansen. Hij is van plan op zijn vestiging deskundigen uit te nodigen om over het onderwerp te vertellen, maar welke deskundigen dat moeten zijn, weet hij nog niet. Want ook de wetenschappers zijn nog niet veel verder gekomen dan het vermoeden dat kindermoord met de slechte verwerking van het verlies van dierbaren te maken heeft en dat berichten in de media mogelijk aanstekelijk werken. Meer kennis is nodig, vindt ook directeur Gent, maar met het trekken van algemene conclusies moet je voorzichtig zijn. Het aanwijzen van 'risicogroepen' bijvoorbeeld, kan gevaarlijk zijn. “Moet we dan straks zeggen: u mag uw kind niet zien want u zit in een risicogroep?”.