Franse kruistocht tegen de jeugdwerkloosheid

PARIJS, 11 FEBR. President Chirac had onlangs een kruistocht tegen de jeugdwerkloosheid afgekondigd. Premier Juppé gaf er gisteren blijmoedig een vervolg aan met zijn Nationale Conferentie voor Jeugdwerk. Zeven uur zat hij bijeen met sociale partners, jongeren en ouders, een zeldzaam evenement in Frankrijk.

“We moeten de vicieuze cirkel doorbreken”, zei Juppé. De Franse jeugdwerkloosheid behoort met 25 procent tot de hoogste in Europa. Het getal (het dubbele van de werkloosheid onder de hele bevolking) is extra verontrustend omdat, zoals de premier zei, dit “de langdurig werklozen van morgen” zijn. Daarom lag de nadruk op werkervaring. Samen met werkgevers en vakbonden wil de regering allerlei vormen van stages in het leven roepen.

Voor de Jonge Socialisten was de 'jeugdwerktop' een “publiciteitsstunt om de stemmen van de jonge kiezers terug te winnen”. De vakbeweging liet zich milder uit. Marc Blondel, de voorman van Force Ouvrière, erkende dat de goede wil van iedereen aanwezig was, maar dat het “meer een conferentie over stages dan over banen” was geweest.

De studentenbonden waren bijna het meest tevreden, om een negatieve reden. Zij hadden geconstateerd dat het nieuwste idee van de regering definitief ter ziele was gedragen. Het ging om de 'stage diplômant'. Dat is een negen maanden durende werkervarings-stage waarna de betrokkene aan de universiteit afstudeert en meer op de arbeidsmarkt is voorbereid. Honorering zou liggen op een bedrag dat ligt tussen stagevergoeding en minimumloon.

Voor de studentenbeweging keerde met dit idee, dat een paar maanden de ronde deed in Parijse kantoren, het spook van het minimumjeugdloon ('Smic Jeunes') terug. Onder premier Balladur leidde het plan voor een Contrat d'Insertion Professionelle (CIP, Beroeps-Inwijdings-Contract) in 1994 tot een ware opstand met heftige rellen op straat en een nationale politieke crisis.

Werkgevers zeggen met enige regelmaat dat het feit dat iedere jongere recht heeft op het volledige minimumloon voorkomt dat meer jongeren worden aangenomen. Premier Juppé durft, gezien de kleerscheuren die zijn voorganger opliep, en de hernieuwde onrust over dit jongste plan, niet meer te zeggen dat het minimumloon voor jongeren lager zou moeten beginnen. Een oplopende schaal, zoals in Nederland, is in Frankrijk taboe.

Juppé handhaaft zijn plan voor 'stages diplômants', maar spreekt nu over 'eerste werkervarings-stages'. In 1997 moeten 400.000 plaatsen beschikbaar komen bij overheid en bedrijfsleven. Die moeten als een soort wisselbaden tussen de studie worden ingebouwd. De taaiste gevallen van werkloosheid op jeugdige leeftijd zullen op korte termijn door de arbeidsbureaus bij de hand worden genomen. En 1 miljard francs (330 miljoen gulden) wordt onttrokken aan de landelijke programma's ter bestrijding van werkloosheid om lokaal en regionaal te worden ingezet. De prefecten (regionale dienaren van de rijksoverheid) krijgen een pot om plaatselijke initiatieven mee te kunnen steunen.

Zoals steeds vaker kijkt de Franse pers ook nu naar het buitenland, waar tussen de 'asociale' Angelsaksen en de werkarme Latijnse economieën Nederland ook met jeugdwerkloosheid gunstig lijkt af te steken.