Carl Schmitt

Wat ik niet had gedacht te beleven is dat een vooraanstaand lid van de Partij van de Arbeid, op zoek naar een nieuw beginselprogramma, zich zou beroepen op Carl Schmitt.

Het was in een toespraak die Arie van der Zwan eind vorige maand hield op een conferentie van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de partij. Van der Zwan was tegen het neoliberalisme en voor een sterke staat. Dat was Carl Schmitt ook, hij was trouwens tegen ieder liberalisme, neo of klassiek zou hem niet veel uitgemaakt hebben.

De Duitse denker Carl Schmitt, geboren in 1888, rechtsgeleerde en politiek theoreticus, was een nazi. De sterke staat die hij propageerde noemde hij 'democratisch', maar hij gebruikte dat woord op een andere manier dan wij. Het zou een staat zijn zonder parlement en zonder geredetwist van verschillende belangengroepen. Een staat waar de volkswil en de besluiten van de leider samenvielen. Iets wat hij de 'totale staat' noemde, niet verzwakt door liberalisme en de beginselen van de rechtsstaat. Een morele staat, die geen onpartijdig scheidsrechter tussen individuele belangen wilde zijn, maar zelf goed en kwaad kende en zijn vijanden wist te kiezen. Een staat die kracht en waarde kreeg door de oorlog met de vijand van buiten. De totale staat was agressief naar buiten en innerlijk homogeen.

Over de mensen die niet in het homogene volk wilden of konden passen schreef Schmitt in 1923: “Iedere werkelijke democratie berust erop dat niet alleen het gelijke gelijk behandeld wordt, maar ook, als onvermijdelijke consequentie, het ongelijke ongelijk. Bij de democratie hoort dus noodzakelijk ten eerste homogeniteit en ten tweede - als het nodig is - het apart zetten of de vernietiging van het heterogene.“

Hoewel Schmitt aanvankelijk geen aanhanger van de nazi's was geweest maar van een concurrerende extreem-rechtse beweging onder aanvoering van generaal von Schleicher, besefte hij na de machtsovername door Hitler het gebod van het uur en werd hij lid van de nazi-partij. Met Heidegger was hij waarschijnlijk de meest befaamde intellectueel in de partij, maar Schmitt was veel politieker dan Heidegger.

Na de oorlog werd zijn professoraat hem door de geallieerde bezettingsmacht afgenomen en hij kreeg twee jaar gevangenisstraf. Hij jammerde dat hijzelf even onrechtvaardig behandeld werd als het verslagen Duitsland. Schuldbesef toonde hij niet, en dat was ook niet nodig, want hij werd al snel weer in genade aangenomen en als belangrijk denker geëerd. Hij stierf op hoge leeftijd als een vooraanstaand burger. In de geschriften van de groepen in Duitsland die zich tegenwoordig Nieuw Rechts noemen, kan je bijna geen bladzij opslaan of je vindt een citaat van Carl Schmitt.

En daar was hij dan twee weken geleden in de toespraak van Arie van der Zwan. Van der Zwan bepleitte het primaat van de politiek boven de economie en hij noemde met instemming het begrip 'Das Politische' van Carl Schmitt. Verwijzing naar het boek Begriff des Politischen uit 1927, Schmitts meest woeste tijd.

Van der Zwan citeerde Schmitt: “De moderne staat schijnt werkelijk geworden wat Max Weber erin ziet: een groot bedrijf. Terwijl het politieke hier in het economische of technisch-organisatorische verdwijnt, smelt ze aan de andere kant weg in het eeuwige gesprek van cultuur- en geschied-filosofische algemeenheden. In beide gevallen wordt de kern van de politieke idee, de veeleisende morele beslissing, ontlopen.“

Zo komen links en extreem-rechts samen in de bestrijding van het 'eeuwige gesprek' en van het liberalisme. Hopelijk hebben de toehoorders van Van der Zwan beseft dat Schmitt onder de 'veeleisende morele beslissing' iets anders verstond dan wat in de Partij van de Arbeid gangbaar is.

Ik wil me niet opstellen als een lid van de gedachtenpolitie. Schmitt werd ook door tegenstanders als origineel, erudiet en scherpzinnig beschreven. Men mag zijn wijsheid halen waar die te vinden is, zonder dat er meteen geschreeuwd wordt dat de bron van wijsheid niet politiek correct is.

Maar de lezing van Van der Zwan was niet zomaar een vrijzwevend intellectueel spel. De conferentie waar hij sprak ging over een nieuw beginselprogramma van de Partij van de Arbeid. Dan is het vreemd om je zo nadrukkelijk te beroepen op een nazi-theoreticus. En vreemd is het ook dat zover ik weet niemand van de toehoorders er aanstoot aan nam. Dat zou vroeger wel anders zijn geweest. Politieke correctheid is niet meer een verwijt dat aan de denkers binnen de Partij van de Arbeid gemaakt kan worden. Politieke stuurloosheid misschien wel.

Wie een alternatief wil bedenken voor wat tegenwoordig het neoliberalisme wordt genoemd heeft het moeilijk. Alle sociaal-democratische partijen in Europa bepleiten een liberaal beleid. Dat kan niet zomaar door collectieve hersenverweking en beginselverraad zijn gekomen, er moet een objectieve noodzaak voor zijn geweest, of in ieder geval iets dat op een noodzaak leek.

Is er nog ruimte voor een linkse politiek? De onaangename sociale gevolgen van het neoliberalisme zijn zonneklaar, maar wie iets anders wil bedenken loopt het gevaar terecht te komen bij oplossingen die al door de communisten of door de nazi's zijn bedacht. “Laten we dat nog maar eens proberen, misschien gaat het dan beter“ is een beginselprogramma voor een politiek gekkenhuis.

Zelf heb ik de neiging om af en toe te verzuchten: “Wat de wereld nodig heeft is een nieuwe Lenin.“ Machteloze romantische onzin, want ik weet heel goed dat een nieuwe Lenin wel ongeveer het laatste is waar de wereld behoefte aan heeft. Maar wat dan? Wat we zien bevalt ons niet en iets anders lijkt ons niet haalbaar.

Het is niet alleen bizar als Carl Schmitt te hulp wordt geroepen op een conferentie over de sociaal-democratische beginselen, het is ook een teken van zwakte. Hebben ze hem echt nodig bij de PvdA, is er niets anders? Dan hoeft het neoliberalisme zich voorlopig geen zorgen te maken over intellectuele concurrentie. Als het met Carl Schmitt bestreden moet worden, dan liever niet.