Racine prachtig van snit en stof maar wat stijfjes

Voorstelling: Phaedra van Jean Racine door Theater v/h Oosten. Regie: Mark Timmer. Vertaling: Laurens Spoor. Kostuums: Dinorah Iorio. Spel: Hugo Maerten, Margreet Blanken, Thomas de Bres e.a. Gezien: 8/2, Theater a/d Rijn, Arnhem. T/m 9/4 tournee. Inl. 026.4437655.

Hinderen doet het niet, dat het personage Oenone, voedster van de ongelukkig verliefde Phaedra, gespeeld wordt door de jonge actrice Nanette Edens. Carol van Herwijnen, die Theseus, Phaedra's echtgenoot, zou spelen, stapte om die reden op. Misschien was de overtuigingskracht van een oudere vrouw, die Phaedra immers op het dwaalspoor van de leugen moet zetten, aannemelijker geweest. Anderzijds: de titelheldin van Racines tragedie over een verkeerde hartstocht wil zelf ook op dat dwaalspoor belanden. Alles liever dan de schande die haar en haar kinderen zal bezoedelen als blijkt dat zij de zoon van haar man, haar stiefzoon Hippolytus, begeert.

Oenone beschuldigt hem van liefde voor haar meesteres nadat de doodgewaande Theseus toch terugkeert van een lange reis. Zij is het enige echt handelende personage, de enige die actief ingrijpt in de loop der gebeurtenissen. De anderen zijn speelbal van het lot. Maar van 'ouderwets' fatum is bij de moderne Racine geen sprake. De motor van zijn stuk is niet de vloek der goden, maar menselijke emotie: de passie van Phaedra. Daaraan valt vanaf de eerste zin - onheilszwanger al is de spreker de nog volkomen onwetende Hippolytus - tittel noch jota te veranderen.

Vanaf die eerste zin waarin deze vleesgeworden, door 'dodelijke twijfel' bevangen deugdzaamheid zijn vertrek aankondigt, is het drama onontkoombaar - en de granieten logica van de classicist Racine onverstoorbaar.

Dit schitterende stuk waarvan de vorm met de inhoud samenvalt verdient een even vuurvaste enscenering, dat spreekt. Regisseur Mark Timmer heeft dan ook aangestuurd op kaalslag en de emoties moeten juist spreken uit de beheersing ervan. De speelvloer is een arena, met aan weerszijden publiek; aan de ene zijkant een wit doek, aan de andere de enige frivoliteit: een roodfluwelen gedrapeerd gordijn als eindpunt van een theatrale trap, domein van de aarzelende, vertwijfelde, zichzelf dood wensende en door verlangen verteerde Phaedra.

Dit alles en ook de handeling speelt zich af in de tekst, voorbeeldig ritmisch vertaald door Laurens Spoor. Niets blijft onvermeld, broeierig of onbesproken: Racine eist uiterste helderheid gepaard aan opperste gevoeligheid. Aan die combinatie schort het nog in Timmers benadering. Alles is cerebraal, niemand raakt een ander aan, hier wordt de hoogste vorm van strijd bedreven. Maar eerder dan beklemmend is het resultaat stijfjes. Het is als met de kostuums: prachtig van snit en stof maar keurslijven gelijk.

Margreet Blanken als Phaedra neemt Racines haarspeldbochten soms net niet soepel genoeg; ze gaat vooralsnog meer gebukt onder de op zichzelf te verdedigen regie-opvatting dan onder haar ongeluk. Thomas de Bres als Hippolytus verenigt de naïviteit en de welbespraaktheid van zijn personage nog niet volmaakt en Hugo Maerten als Theseus ontbeert nog - laat ik het maar gezag noemen. Het probleem met Racine valt samen met dat van deze voorstelling: bijna perfect is niet goed genoeg.