Quasthoff, Pires: ijzige Winterreise

Recital: Thomas Quasthoff (basbariton) en Maria João Pires, piano. Gehoord: 30/1 Philharmonie Keulen. Herhaling: 15/2 Concertgebouw Amsterdam. Tv: 16/2 11 uur WDR; radio: 11/2 16.30 uur WDR 3.

Een van de bijzonderste recitals in dit Schubert-herdenkingsjaar wordt slechts twee keer gegeven: onlangs in Keulen en aanstaande zaterdag in Amsterdam. De liederencyclus Winterreise wordt uitgevoerd door basbariton Thomas Quasthoff en pianiste Maria João Pires. Een wereldberoemde solo-pianist als lied-begeleider is een zeldzaamheid en Quasthoff is een formidabele liedzanger.

Het Keulse recital, vastgelegd door WDR-tv en radio, is onderdeel van een unieke Schubertserie. Onder de artistieke leiding van Dietrich Fischer-Dieskau zijn er 36 recitals, waarin door tal van zangers en pianisten vrijwel alle eenstemmige liederen uit Schuberts oeuvre van meer dan 600 liederen ten gehore worden gebracht.

Thomas Quasthoff is met te korte armen en benen geboren als gevolg van het middel Contergan. De uitstraling van zijn enorme persoonlijkheid en de geweldige overtuigingskracht van zijn prachtige stem met de sonore laagte en de gemakkelijke hoogte doen zijn handicap onmiddellijk vergeten. Eind vorig jaar imponeerde hij in het Amsterdamse Concertgebouw met een Don Carlos-aria bij de viering van het 25-jarig jubileum van impresario Pieter Alferink. Na zijn Amsterdamse Winterreise treedt hij nog twee keer op in het Concertgebouw: in Brahms' Ein Deutsches Requiem en Liebesliederwalzer (5 mei) en in een operaconcert (17 juni).

Maria João Pires en Thomas Quasthoff voelen elkaar op vanzelfsprekende wijze aan. Tijdens hun Keulse recital was er nauwelijks visueel contact. Pires zat als een schooljuffrouw onopvallend achter de vleugel, Quasthoff bewoog zich nauwelijks en beiden toonden slechts een onverstoorbare concentratie op de 24 liederen van Winterreise op gedichten van Wilhelm Müller, door Schubert zelf bij de eerste uitvoering 'schrikwekkend' genoemd.

Onmiskenbaar hoorbaar was beider bewogenheid om deze late Schubertliederenten ten diepste te peilen in hun afwisseling van verkillende nuchterheid over het heden - 'Fremd bin ich eingezogen, fremd zieh' ich wieder aus' - (Gute Nacht) en de melancholieke herinnering aan het verleden - 'Ich träumt' in seinem Schatten, so manchen süssen Traum' (Der Lindenbaum), dat ook al niet leidde tot blijvend geluk. En wat is desolater dan het slotlied Der Leiermann: de liereman, barrevoets op het ijs, draait met verkleumde vingers aan zijn instrument, niemand die hem hoort. En dan eindigt het lied met 'Willst du zu meinen Liedern deine Leier dreh'n?'

'Schrikwekkend' was in Keulen inderdaad de opbouw van Winterreise - of moet men hier spreken van 'afbouw'? Naar het einde toe werd de sfeer steeds ijzingwekkender, om in Der Leiermann geheel te verstarren: de muziek klonk daarin toonloos, emotieloos, nog slechts mechanisch, net als die nutteloos klinkende draailier.