Palestijnen willen eindelijk eigen onderwijs

GAZA/RAMALLAH, 10 FEBR. “Begrepen?” vraagt de onderwijzeres en 48 meisjes van zeven jaar oud, met zijn drieën in bankjes voor twee, roepen: “Ja, wij hebben het begrepen!” Dan scanderen zij wat ze zojuist hebben geleerd: “Onze voorouders de farao's...”

Nog altijd wordt de Palestijnse jeugd in Gaza uit Egyptische schoolboekjes onderwezen - een overblijfsel uit de tijd van de Egyptische overheersing. Palestijnse kinderen op de Westelijke Jordaanoever worden geschoold volgens het Jordaanse leerplan. Tot 1967 was de Westelijke Jordaanoever immers in handen van Jordanië. Maar als het aan het Palestijnse Gezag ligt, is het met dat 'vreemde' onderwijs binnenkort afgelopen.

Gestandaardiseerd onderwijs, weten zij, is de lijm van een natie. Hoe eerder alle kinderen door dezelfde molen gaan, hoe beter het is voor het 'nationale gevoel' en de opbouw van een Palestijnse staat. In 1995, een jaar na de intrede van Yasser Arafat in Gaza, werd dan ook een Centrum voor Palestijnse Leerplan Ontwikkeling opgericht. Zojuist heeft dat een voorstel gepresenteerd voor het eerste echte Palestijnse onderwijs in de geschiedenis. “Als je een natie wilt zijn”, vindt Ibrahim Abu Lughud, voormalig vice-president van een universiteit en nu hoofd van het Centrum, “moet je je kinderen onderwijzen in je eigen nationale cultuur en identiteit. En niet in die van een ander of, erger nog, in die van twee andere.”

Abu Lughud is zich, net als andere Palestijnse gezagsdragers, hevig bewust van een 'vaderlandse missie'. Maar hij mist de gejaagdheid van zijn collega's, die vaak bestaande systemen afbreken zonder er iets anders dan holle leuzen voor in de plaats te stellen. Hij heeft zelfs zoveel aanbevelingen dat ze pas vanaf 1999 geleidelijk kunnen worden uitgevoerd. Er moeten nieuwe schoolboekjes worden uitgedacht en geschreven. Alle leraren moeten worden (om)geschoold, en het aantal scholen - die leerlingen nu wegens ruimtegebrek in twee of drie ploegen per dag toelaten - verdubbeld. Kinderen moeten vanaf negen jaar verplicht Engels krijgen, en vanaf twaalf Hebreeuws of (na hevig aandringen van de regering in Parijs) Frans. En stamplessen moeten plaatsmaken voor werkgroepen, want met de zelfwerkzaamheid van de Palestijnen is het volgens het Centrum bedroevend gesteld.

Dit moet “Palestijnen in staat stellen de 21ste eeuw binnen te treden op basis van competentie en gelijkheid met andere naties.” Maar uitvoering ervan kost ten minste 400 miljoen dollar, een bedrag dat van donoren zal moeten komen. Over de maatschappelijke aanvaardbaarheid ervan, een heikel punt, moet het Ministerie van Onderwijs zich nog buigen.

Ook praktisch kleven er bezwaren aan. Volgens het plan moeten kinderen de vaardigheden ontwikkelen waar de natie behoefte aan heeft. Maar welke dat zijn, behalve bestuurlijke, weet niemand nog. Er zijn politici die roepen dat 'Palestina' het Singapore van het Midden-Oosten wordt. Anderen zeggen dat de Palestijnse economie, zoals nu, nauw verbonden zal blijven met de Israelische - en dus meer zal weghebben van een sweatshop-economie. En hoe moeten de kaarten bij aardrijkskunde eruit zien? Het kan jaren duren voor de grootte van het Palestijnse territorium met de Israeliërs is uitonderhandeld. “Och”, zegt Abu Lughud laconiek, “we passen ze onderweg wel aan. Tot nog toe waren er helemaal geen kaarten bij aardrijkskunde. Sterker nog, de woorden 'Palestina' of 'Israel' kwamen niet eens in de schoolboekjes voor.”

In dictees schrijven de kinderen in Gaza 'Lang Leve Egypte!' op. Bij geschiedenis leren ze alles over de piramides van Gizeh en koning Farouk. Voordat de Palestijnen in 1994 autonomie kregen, stond Israel hun niet toe nationale symbolen te gebruiken, helden te bewieroken of langs de officiële weg iets te weten te komen over de geschiedenis van de PLO. Omgekeerd vermelden de Egyptische en Jordaanse boekjes Israel nog steeds niet. De meest zichtbare uiting van de 'Palestinisering' van het onderwijs is vooralsnog dat het volkslied 'Mijn Land' elke ochtend op het schoolplein wordt gezongen, onder de vlag.

Arafats Ministerie van Onderwijs is nog altijd bezig uit te zoeken hoeveel onderwijzers het in dienst heeft en wat het onderhoud van de gebouwen kost - Israel heeft bij de overdracht alle gegevens meegenomen. Meer dan een brochure over 'Palestijns burgerschap', met Jeruzalem op de omslag, hebben de scholen nog niet gekregen. Sinds kort hangen er in klaslokalen in Gaza wel posters met monumenten erop. Ook krijgen onderwijzers daar spoedcursussen 'Gaza-geschiedenis', om mondeling een en ander aan de Egyptische boekjes te kunnen toevoegen. Maar dat zijn lokale, kleinschalige initiatieven van een eenling, die daar van de Nederlandse regering geld voor kreeg. Op de Westelijke Jordaanoever gebeurt dat niet.

“We willen kinderen opleiden om straks de staat te dienen”, zegt Abu Lughud. “Om een gezonde samenleving te bouwen, gebaseerd op Palestijnse normen en waarden. We moeten eerst formuleren wat die normen en waarden zijn.”

In een gefragmenteerde maatschappij als de Palestijnse blijkt dat lastig. Voor fundamentalisten is er maar één leidraad: de Koran. Anderen willen echter gemengde klassen instellen, en zweren bij maatschappijleer-boekjes uit Zweden. Sommigen willen speciale lessen over Israel, en verplicht Hebreeuws. Voor anderen is dat een gotspe. En als Nederlandse schoolboeken nog vermelden dat Karel de Grote een Nederlandse keizer was, dan is het niet verbazend dat ook de Palestijnen hun geschiedenis door een nationalistische bril willen zien.

Zo ontstond laatst op een bijeenkomst met Palestijnse leraren, journalisten en lokale leiders ruzie over de omschrijving van de stad Jaffa in het Palestijnse geschiedenisboek. Toen een aanwezige opmerkte dat de stad tot 1948 Arabisch was en sindsdien Israelisch (maar met een substantiële Palestijnse bevolking), kreeg hij de halve zaal over zich heen. Hoe durfde hij, riep iemand, “Jaffa is en blijft een Arabische stad!”

Abu Lughud beaamt dat nationalisten nooit de beste geschiedschrijvers zijn, althans niet over hun eigen natie. Zo zal het ook voor de Palestijnen moeilijk worden om niet alleen de gruweldaden van Israeliërs, maar ook die van hun eigen mensen te boek te stellen. Of om kinderen te leren dat Oost-Jeruzalem niet de hoofdstad van Palestina is. Maar Jaffa is wat hem betreft een Israelische stad. “Je kunt kinderen toch niet met leugens opvoeden?”