Opstand in Chinese provincie Xinjiang

PEKING, 10 FEBR. Een opstand van moslimseparatisten, vorige week in de autonome provincie Xinjiang in West-China, heeft volgens onbevestigde berichten aan ten minste tien mensen het leven gekost. Honderd mensen raakten gewond.

Dat heeft de Chineestalige krant Ming Pao uit Hongkong vandaag gemeld. De Chinese autoriteiten hebben tot dusver geen commentaar geleverd.

Ongeveer duizend Oeigoeren demonstreerden vorige week in de straten van Yining, aan de grens met Kazachstan, 500 kilometer ten westen van de provinciehoofdstad Urumqi, voor de oprichting van een eigen staat. Daarbij zou het tot schermutselingen zijn gekomen met de Han-Chinese bevolking ter plaatse. Politie en militairen van het Volksbevrijdingsleger zouden hebben ingegrepen en vele opstandelingen hebben gearresteerd.

Het is de tweede keer binnen een jaar dat in de in naam autonome provincie onlusten plaatshebben op een dergelijke schaal. In april hadden elders in Xinjiang demonstraties plaats waarbij, aldus de officiële Chinese media, ten minste negen separatisten “met terroristische motieven” werden gedood. Volgens een woordvoerder van het naar Kazachstan uitgeweken Verenigd Nationaal Revolutionair Front van Oost-Turkestan, zijn sinds vorig jaar april zeker vijfduizend Oeigoeren opgepakt en 138 anderen door de Chinese autoriteiten ter dood veroordeeld.

De Chineestalige krant Xinjiang Daily benutte vorige week in zijn Pekingse editie de viering van het Chinese nieuwe jaar om de aandacht te vestigen op het belang van het bestrijden van de onlusten en ondergrondse religieuze activiteit in de provincie.

De krant schreef dat de bevolking van Xinjiang meer energie moet steken in de oproep van partijchef en president Jiang Zemin de etnische eenheid in de overwegend door moslims bevolkte regio te bewaren.

Paina 4: 'Islam heeft een negatieve invloed'

“Tijdens het nieuwe jaar (..) moeten we resoluut optreden tegen etnische separatisten en illegale religieuze activiteiten”, aldus Yusufu Aisha, vice-voorzitter van het provinciebestuur van Xinjiang, in het dagblad.

De Chinese premier Li Peng, die in september een bezoek bracht aan het gebied, heeft gezegd dat China de vrijheid van religie waarborgt, “zolang zij maar de doelstellingen van het socialisme behartigt.” Li verwees daarmee naar de uitkomst van een bijeenkomst van de communistische partij vorig jaar in Xinjiang, die de bestrijding van separatisme als thema had. Daar werd vastgesteld dat de islam “in de afgelopen jaren op zeer negatieve wijze” invloed heeft gehad op het bestuur, de openbare orde, het onderwijs en de gezinsplanning. “Degenen die China's religieuze wetten en politiek telkenmale met voeten treden, hebben enkele onschuldigen onder de bevolking met naïeve denkbeelden aangaande religie aangezet tot separatistische activiteit.”

Volgens de woordvoerder van het Front van Oost-Turkestan in Kazachstan is het jaren oude verzet tegen de aanwezigheid van de Han-Chinese bestuurders toegenomen na het verdrag tussen China, Rusland, en de islamitische grensrepublieken Tadzjikistan, Kazachstan en Kirgizië. Daarin werd overeengekomen de militaire aanwezigheid langs elkaars grenzen te minimaliseren. De Oeigoeren evenwel vermoeden dat het verdrag vooral is bedoeld ter bestrijding van uitgeweken moslimseparatisten.