Met technolease is niets mis

Technolease-constructies zijn buitengewoon ingewikkeld, maar een uiterst verantwoorde manier om bedrijven in financiële nood te hulp te komen, vindt Herman Wijffels. Er is niets mis mee.

In een opmerkelijk staaltje onderzoeksjournalistiek hebben twee redacteuren van NRC Handelsblad geprobeerd een reconstructie te maken van de gang van zaken rond de technoleases tussen Philips, Fokker en de Rabobank. De publicaties in deze krant hebben geleid tot een stroom van overwegend verwarrende reacties en vervolgberichten.

Verwonderlijk is dat niet, want technoleases zijn complexe financiële transacties, die niet eenvoudig inzichtelijk zijn te maken voor niet-ingewijden. Nu na een week van voornamelijk opwinding de belangstelling zich gaat richten op de juiste feiten wil de Rabobank graag haar kant van de zaak belichten. Uiteindelijk hebben ook wij een vorm van publieke verantwoordingsplicht.

Eerst iets over het waarom van onze betrokkenheid. Voor een coöperatieve bank, die als doelstelling heeft waarde voor de klant te realiseren, is het een opdracht, daar waar dat kan en verantwoord is, te leveren waaraan behoefte is. Tegen die achtergrond is in de relatie tussen Philips en onze bank het initiatief ontstaan een sale-and-lease-backconstructie rondom de technologische kennis van het bedrijf te ontwikkelen. Fokker is later via de overheid bij ons gekomen. In beide gevallen ging het erom nog niet met de fiscus verrekende ontwikkelingskosten via de bank om te zetten in onmiddellijk beschikbaar vermogen. Door aldus bestaande fiscale claims contant te maken konden bepaalde financieringsvraagstukken worden opgelost.

Wij zijn bij het afsluiten van de leasetransacties bepaald niet over één nacht ijs gegaan. Vele interne en externe deskundigen hebben eraan gewerkt. Opinies van onafhankelijke derden hebben de houdbaarheid van de constructie bevestigd. In de richting van de overheid is steeds als voorwaarde gehanteerd dat een eventueel positief besluit van de betrokken belastinginspecteur politiek (kabinet en Kamer) gesanctioneerd zou moeten zijn. Gelet op met name ook het industriepolitieke aspect zouden wij zonder die vorm van instemming de transacties niet hebben gedaan.

NRC Handelsblad reconstrueert dat sommige bewindslieden en ambtenaren bezwaar tegen de constructie hadden. Dat is waar en ook allerminst vreemd. Er werden immers binnen het bestaande fiscale raamwerk geheel nieuwe paden betreden, waarvan de uitwerking moeilijk te overzien was. Feit is dat de overheid, alles afwegende en in lijn met de adviezen die zij zelf inwon, groen licht gaf. Kennelijk ging het om een officieel geaccepteerde en voor elk bedrijf in vergelijkbare omstandigheden openstaande toepassing van de wet. Dat wordt nog eens bevestigd door het feit dat de staatssecretaris van Financiën later nadere regels formuleerde om de mogelijkheden voor technolease te beperken. Hierin ligt ook het sluitende antwoord aan Eurocommissaris Van Miert.

Waar veel misverstand over bestaat, is de aard van de gevolgen van de technolease voor de belastingsinkomsten. In beginsel zijn die zeer beperkt. Wat er gebeurt, is dat als gevolg van de transacties een bestaande fiscale claim van de ene partij wordt overgedragen op de andere, maar door die overdracht verandert de omvang van die claim niet. Er vanuit gaande dat de overdragende partij (weer) voldoende fiscale winst gaat maken, zou die claim ook zonder overdracht vroeg of laat met de fiscus verrekend worden. In dat geval is van een negatief effect op de belastingen dus geen sprake. Zo'n effect treedt wel op als het betrokken bedrijf geen of onvoldoende fiscale winst genereert.

En dan het onderwerp waar ook veel belangstelling voor is, de voordelen voor de Rabobank. Ik geef de getallen afgerond. Via de technoleases met Philips en Fokker heeft de bank fiscale claims overgenomen met een nominale waarde van 1,7 miljard gulden. Dit bedrag zal over een periode van 10 jaar met de fiscus verrekend worden. Rekening houdend met de rentederving tijdens die periode is de contante waarde van de verworven rechten 1,4 miljard gulden. Daarvan is 1,1 miljard gulden direct uitgekeerd aan de betrokken bedrijven, die daarmee hun eigen middelen versterkten. Tevens investeerde de bank als onderdeel van de transactie 100 miljoen gulden in een leasemaatschappij voor Fokker. Hieruit zal duidelijk zijn dat het overgrote deel van de opbrengst van de transacties ten goede is gekomen aan de betrokken bedrijven. De verdeling berust op onderlinge overeenstemming en is, gelet op wat in de markt usance is voor dit soort transacties, niet overdreven voordelig voor de bank. Bovendien moeten uit ons deel nog aanzienlijke kosten en het risico van een tariefsverlaging gedekt worden. De definitieve balans over het voordeel van de bank zal dan ook pas echt na afloop van de tienjaarsperiode gemaakt kunnen worden.

Ook na alle publicaties van de afgelopen week blijven wij van mening, dat wij zorgvuldig en verantwoord hebben gehandeld, zowel naar de betrokken bedrijven, als naar de overheid en naar de mensen, die ons hun middelen hebben toevertrouwd.

    • Herman Wijffels