Koelman speelt 24 Capricci van Paganini met heroïek

Concert: Rudolf Koelman, viool. 8/2 Engelse Kerk Amsterdam.

Als hij niet met ingang van 1 maart dit jaar was benoemd tot concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest, zou het huzarenstuk van violist Rudolf Koelman vermoedelijk nauwelijks iemand zijn opgevallen. Nu zat de Engelse Kerk aan het Amsterdamse Begijnhof, waar Koelman zaterdag met koelbloedigheid alle 24 Capricci van Paganini uitvoerde, vol belangstellenden. In de serie Italiaanse Vioolvirtuozen werden ze door Koelman verrast met violistisch vuurwerk van het allerhoogste niveau.

En dan te bedenken dat Koelman, nadat hij in 1981 zijn studie als een van de laatste leerlingen van de legendarische Jascha Heifetz in Los Angeles erop had zitten, in Nederland niet of nauwelijks werk had, zodat hij om aan de bijstand te ontsnappen in Zwitserland op straat ging spelen. Toch heeft Koelman vermoedelijk juist dankzij die bizarre ervaring als straatviolist de heroïsche vrijgevochtenheid ontwikkeld, die nodig is om alle Capricci op één avond te durven spelen.

Zelf heeft Paganini zijn 24 Capricci, die hij hoogmoedig opdroeg 'Aan de kunstenaars', nooit in het openbaar vertolkt. Maar sinds ze in 1920 als zijn 'Opus 1' in druk verschenen, gelden zijn 24 Capricci samen met de zes Sonates en Partita's voor soloviool van Bach, als de toetssteen voor iedere zichzelf respecterende meesterviolist. Behalve op vioolconcoursen en leerlingenavonden op de conservatoria, hoort men de Capricci van Paganini echter zelden in de concertzaal. Zo af en toe klinkt er eentje als toegift, en violisten als de te jong gestorven Michael Rabin, Itzhak Perlman, Midori en Frank Peter Zimmerman maakten er meesterlijke opnamen van.

In Nederland werden de 24 Capricci twee keer compleet uitgevoerd door de Italiaanse violisten Ruggiero Ricci (in de jaren '80 in Rotterdam) en Salvatore Accardo (zo'n vijf jaar geleden in Amsterdam). En in de jaren '70 speelde de Nederlandse violist Dick Bor verschillende malen alle 24 Capricci van Paganini samen met de Sonates en Partita's van Bach, verspreid over drie avonden, in de Waalse Kerk in Amsterdam. Koelmans eerdere Capricci-stunts in Duitsland en Zwitserland resulteerden in een sublieme live-opname (Wiediscon 7790).

Koelmans optreden in de Engelse Kerk was zo mogelijk nog verpletterender als deze cd, en ontlokte de schaarse vakbroeders die getuige waren van zijn violistische eredienst luide bravo's. Was Koelman tijdens de Capricce nr. 1 nog een beetje nerveus, wat tot uiting kwam in zijn nét niet helemaal zuivere intonatie, vanaf de Capricce nr. 2 wierp Koelman zich in de strijd met een aan het waanzinnige grenzende techniek.

De bijtende staccato's, de duizelingwekkende octavenpassages, hindernisloze arpeggio's en feilloos geïntoneerde dubbelgrepen vlogen met middelpuntvliedende kracht door de kerk, en balden zich samen tot imposante 'miniatuurconcerten', waarbij Koelman met zijn in alle sterktegradaties en toonhoogtes fonkelende en zinderende viooltoon, zijn jongensachtige passie en elegante Heifetz-glissandi ook de muzikale expressie tot diabolische hoogte wist op te voeren. De toegift was een alsnog glaszuivere Capricce nr 1.