Karateka schaakt met handen en voeten

UTRECHT, 10 FEBR. Achtvoudig kampioen van Nederland, vier keer de beste bij de open nationale titelstrijd en vorig jaar in Parijs zowaar de sterkste van Europa. Maar niemand die ooit van hem heeft gehoord, constateert Anthony Boelbaai enigszins verbitterd. “Na afloop van elk kampioenschap kan je een hand krijgen. Of een klop op je schouder en that's it. Daarna mag je naar huis.”

Beroemd zal hij niet snel worden, weet Anthony Boelbaai. Al velt hij nog zoveel tegenstanders, al rijgt hij de ippons (hele punten) en de waza-ari's (halve punten) moeiteloos aaneen. Karate is geen voetbal en Anthony Boelbaai geen Patrick Kluivert. Zelfs binnen de grenzen van zijn woonplaats blijven zijn prestaties onopgemerkt. Voor de uitverkiezing van Sportman van het Jaar van de stad Utrecht kwam Boelbaai nooit in aanmerking. “Maar sporten doe ik in eerste instantie voor mijzelf. Om mijn lichaam en mijn geest steeds verder te ontwikkelen.”

Gisteren voegde de 26-jarige karateka, geboren en getogen op Curaçao, een nieuwe titel toe aan zijn erelijst. In de finale van de strijd om het Nederlands kampioenschap in de klasse tot zeventig kilogram demonstreerde de titelverdediger andermaal zijn specialiteit, de ashi-barai oftewel de beenveeg. “Die werkt namelijk altijd. Of ze nu willen of niet. Ik lok ze uit de tent, zet 'de veeg' in en maak het dan af met een stoot.”

Boelbaai prolongeerde zijn titel op het onderdeel kumité, het lijf-aan-lijf-gevecht waarbij stijl en uitvoering niet gebonden zijn aan vaste regels. Een dag eerder stond Sporthal Lunetten in het teken van het kata, een schijngevecht met een denkbeeldige tegenstander. Boelbaai, in het dagelijks leven groepsleider van een tbs-inrichting, geeft de voorkeur aan de eerste variant, maar niet zozeer uit fysieke overwegingen. “Karate draait om discipline. Stoten moeten gecontroleerd uitgevoerd worden. Karate is meer schaken met handen en voeten dan hard slaan en blindelings schoppen zoals sommigen ten onrechte denken.”

Twintig jaar geleden stond de klassieke Japanse vechtsport synoniem aan de capriolen van met name Otti Roethof. De Nederlander van Antiliaanse afkomst veroverde in 1977 de wereldtitel. Roethof gold in die dagen als een bekend en vooraanstaand sportman, het boegbeeld ook van de Karate-Do Bond Nederland (KBN). Dankbaar maakte de bond gebruik van Roethofs successen. Het ledenbestand groeide tot bijna veertienduizend, maar nam in de daaropvolgende jaren weer even snel af. Volgens ingewijden een gevolg van inefficiënt bondsbeleid.

Anno 1997 telt de KBN nauwelijks negenduizend leden. Velen associëren de eeuwenoude discipline tegenwoordig met knokfilms van het kaliber-Bruce Lee of het doormidden slaan van planken en dakpannen. Verwoede pogingen van de KBN om de sport nieuw leven in te blazen mislukten de laatste jaren een voor een. In 1992 liepen de Europese kampioenschappen in Den Bosch uit op een financiële strop. Het NOC*NSF en het ministerie van WVS dreigden de geldkraan dicht te draaien en binnen de bond vlogen de verwijten over en weer.

Opzien baarde de KBN verder alleen toen Louis van Gaal bijna twee jaar geleden werd benaderd om lid van verdienste te worden. Tijdens de finale van de Champions League uitte de Ajax-trainer zijn onvrede over een (niet bestrafte) overtreding van een verdediger van AC Milan op een van zijn spelers. De wilde sprong leek verdacht veel op een karatetrap en was voor de KBN aanleiding een brief te versturen naar de Ajax-coach. “Uw reactie heeft een positief verband gebracht tussen karate en voetbal”, schreef bondsvoorzitter André Sukel. Van Gaal negeerde de uitnodiging overigens om in Utrecht op te draven voor een huldiging.

Om het verval tegen te gaan formuleerde het bestuur vorig jaar een ambitieus beleidsplan. Binnen twee jaar moet het ledenaantal verdubbeld zijn en de eenheid binnen de Nederlandse karate-sport in ere hersteld. Officieel erkent de KBN in zijn statuten vijf verschillende gevechtsstijlen, maar veel clubs en sportscholen hanteren een eigen methodiek. Zij weigeren zich neer te leggen bij de bondsvoorschriften. Reden waarom tal van concurrerende bonden bestaan.

Onlangs schreef de KBN aan alle clubs en sportscholen een brief met voorstellen voor een versoepeling van de regels. “Wij zijn tot het inzicht gekomen dat ieder mens vrij is om te doen wat hij of zij wil”, zoals KBN-secretaris Eligio Martina het gisteren verwoordde. “Daarom moeten we de drempels wegnemen die een verdere groei in de weg staan.” Volgende maand vormt het onderwerp de inzet van een speciale ledenvergadering.

Als het aan Anthony Boelbaai ligt, gaat de bond nog liever vandaag dan morgen de markt op. “Ze moeten de publiciteit zoeken. De prestaties van de kampioenen uitbuiten. Sinds Otti Roethof heeft Nederland vele kampioenen afgeleverd. Maar zoals gezegd, niemand die ze kent en dat is heel triest.”