Hij stond dicht bij een ontdekking

“Ik zal het u eerlijk opbiechten. Ik heb dit microscoop gestolen. Daags na mijn afscheid op het instituut ben ik in de lunchpauze teruggegaan en heb hem in mijn boodschappentas gestopt. Met kist en al. Dat had ik al opgemeten, 38x21x21 mat die kist. Er zat nog een briefje in: 'Achromaten uitgeleend aan juffrouw Thieme', met de datum erbij.

Ze is nog op een vreselijke manier aan haar eind gekomen, toen ze uitgezonden was naar Harare. Daar heb ik nooit een traan om kunnen laten. Ik kwam 1 december '21 op het instituut, jong meisje nog met een goede opleiding en veel levensmoed. Bonnincmeijer was hoofd van de afdeling. Geloofde niet in me, scheepte me op met het ergste routine-onderzoek. Ik hield het uit. Hij had nog een jaar te gaan en werd opgevolgd door Van der Voort. Zeer charmante man, had een mahoniehouten jachtje, ging hij De Kaag mee op. Nee, ik ben nooit meegeweest. Zover is het nooit gekomen. Hij had een vrouw om aan te denken en vier kinderen die allemaal uitstekend zijn terecht gekomen. Van der Voort zei: 'Meisje, jij verknoeit je ogen op die oude knol', dat was meen ik een Spencer, alles zat los en hij gaf me de nieuwste Zeiss, een mooi, slank instrument. Hij demonstreerde het voor me, het liefdevolle gebaar waarmee hij het velddiafragma tot aan het kritische punt dichtdraaide, zoals die man een objectief kon immergeren, dat was kunst. Hij bediende micrometer en grofinstelling met één hand. Dat kunnen er niet veel. Weet u, iemand die door een microscoop kijkt, ziet niets van zijn omgeving en ik hoorde dus eigenlijk niet zo goed wat hij zei, was al verkocht als hij zijn bril afzette en zijn oog naar het oculair bracht. Thieme zei nog 'Gut, je lijkt wel verliefd op die man'. Dat geloof ik eigenlijk niet. Ik was wel verliefd, maar meer op dat microscoop omdat Van der Voort dat aan mij had gegeven, omdat het gloednieuw was, omdat zijn handen het hadden beroerd. Ik denk nog steeds dat het dat was. Toen gebeurde het. We moesten negenhonderdtwaalf coupes van Galeopsis doorzoeken naar cellen waaruit plasma zich een weg baande door het capilair endothelium en dat was heel lastig om te zien, daar was je uren mee bezig en dus werd het overwerk want Van der Voort zei dat hij dicht stond bij een ontdekking en Thieme was ziek, ik moest het allemaal alleen doen en ineens stond hij achter me en zei 'Meisje, volgende maand vertrek ik naar Harare en ik had je graag willen meenemen, maar Personeel geeft geen toestemming omdat je te goed bent' en toen hebben we gevrijd, heel lang en heel aandachtig en de maand daarop was hij inderdaad verdwenen en wat hij niet gezegd had, het was een samenzwering, was dat Thieme daar het veldwerk mocht doen, dat hoorde ik een week later pas en wat ik nu nog heb, is een strijkje van een druppel liefdesvocht van hem en die heb ik heel mooi gekleurd met een karmijnsuspensie en een tegenkleuring van karbolfuchsin. En daarom ben ik dat microscoop gaan halen om hem te kunnen bekijken. Ik heb hem goed ontwaterd en omsloten. Hij is nu al tweeënveertig jaar oud en nog steeds mooi. Vooral met de veertig keer in pseudodonkerveld.''

    • Jan van Gelderen