Front National tart Franse politiek met winst in Vitrolles

PARIJS, 10 FEBR. De relletjes die gisteravond in het fletse Zuidfranse stadje Vitrolles uitbraken zijn voorlopig minder belangrijk dan het politieke debat op het scherp van de snede dat vanmorgen ontbrandde op Franse radio- en televisiekanalen en in de kranten. Met het veroveren van een vierde stad tart het Front National de Franse politiek tot het uiterste.

Wie spreekt over een opmars van extreem-rechts in Frankrijk overdrijft. De bruinhemden staan niet voor de poorten van Parijs. Ook vòòr het Front National het stadhuis van Vitrolles veroverde, waren de feiten sprekend. Bij de presidentsverkiezingen van 1995 stemde 15 procent op Jean-Marie Le Pen. Een recente enquête gaf aan dat 30 procent van de Fransen de ideeën van het Front National onderschrijft.

Die geestelijke opmars was op zichzelf al reden voor de centrum-rechtse regeringspartijen en de oppositionele socialisten en communisten de krachten te bundelen en te proberen met één kandidaat het Front National de voet in Vitrolles dwars te zetten. Ongelukkigerwijs was dat de socialistische burgemeester tegen wie een strafrechtelijk onderzoek wegens steekpenningen loopt. De strategie werd laat en halfhartig ingezet en de boemerang treft 'de traditionele politiek' des te pijnlijker.

Nu wordt, geheel volgens de stellingen van het Front National, bewezen dat 'de rest één pot nat is', dat 'ze allemaal meedoen aan de knoeiboel', en dat 'alleen de nationale beweging in staat is op te komen voor alle Fransen'. Want dat staat op het spel: een beweging die zich geen partij meer noemt, die allang geen exclusieve padvinderij van neo-nazi's en extreem-katholieke fanaten meer is, die 30 procent van de Franse arbeiders achter zich weet en die volgend jaar bij de parlementsverkiezingen naar voren stapt als hét alternatief voor 'de verrotte, mislukte politiek van links en rechts die 12,6 procent werklozen heeft opgeleverd'.

Daarom was Vitrolles meer dan een (wegens knoeierij in 1995) opnieuw gehouden gemeenteverkiezing in een stadje van amper 40.000 inwoners. Wat hier kan gebeuren, kan zich volgend jaar herhalen in iedere banlieue en uit zijn krachten gegroeide middelmatige industriestad met lelijke flats, veel werklozen, gezichten van allerlei huidskleuren en een tekort aan fatsoenlijke bestuurders. De beroepspolitici van regering en oppositie weten maar al te goed hoe veel er daarvan zijn, van verpauperd Marseille, waar Vitrolles tegen aan schurkt, tot aan de vroeger rode randen van Parijs en de industriële braaklanden van Noord-Frankrijk.

De strijd in Vitrolles was hard en vuil. Toen de overwinning van het Front National zich aftekende reden drie mannen met een auto met opzet twee motorfietsers van de (nog rode) gemeente omver. Winkeliers waarvan het stemgedrag bekend was, konden rekenen op stenen door hun etalage uit de tegengestelde politieke richting. Het is het genre Novecento-incidenten dat onvermijdelijk doet denken aan de opkomst van het fascisme, maar het Front National is eenvoudig niet gelijk te stellen aan dat alles.

Zoals de socioloog Michel Wieviorka me onlangs uitlegde: “Het Front National heeft de laatste vijftien jaar, in stappen, een aanzienlijke vooruitgang onder de kiezers geboekt. Los daarvan zijn racisme en discriminatie in allerlei instituties voortgeschreden, op het werk, in de toewijzing van sociale woningbouw, bij het aannemen van werknemers, en dat soort situaties.

Tot voor kort waren die ontwikkelingen van elkaar gescheiden. Sinds het Front National in '95 drie stadhuizen veroverde en doordringt in de besturen van woningwet-gebouwen begint de politieke logica van extreem rechts zijn eigen praktijk te ontwikkelen. De twee tendenzen gaan elkaar overlappen. Maar het is nog steeds zo dat bestuur en actieve kern van het Front veel fascistischer, racistischer en antisemitischer zijn dan de meeste kiezers. Die stemmers zijn vooral mensen die zich verwaarloosd voelen, tot karikaturen gemaakt door de eeuwige vlotte politici. Het zijn mensen die zeggen: wij waren de echte Fransen, maar nu zijn we gemarginaliseerd door de terreur van de elites in Parijs, door de experts en de immigranten.''

De winst van het Front National in Vitrolles is bovendien het succes van Bruno Mégret. Deze nummer twee van de beweging is een soort anti-Le Pen. Hij heeft zelf overal gestudeerd met de Franse elite, en ook nog in Berkeley. Door zijn echtgenote in te zetten - zelf was hij tijdelijk onverkiesbaar wegens te hoge campagne-uitgaven in '95 - demonstreerde hij handig en machistisch te zijn, twee troeven in Zuid-Frankrijk. Door de luide Le Pen niet toe te laten tot zijn zalen, presenteerde hij zich bovendien als een geduchte opvolger voor de man die volgend jaar zeventig is en niet langer nodig om meerderheden te halen. Voor extreem-rechts, want daarover geen misverstand. Mégret is uit het zelfde hout gesneden, alleen meer gepolijst.