... en de dollar

GENOEG IS GENOEG, aldus de financiële grootmeesters van de wereld. De dollar is voldoende in koers gestegen, stelden de ministers van Financiën en centrale bankiers van de Groep van Zeven (G7) dit weekeinde vast in Berlijn. De G7 oefent nog altijd een formidabele invloed uit op de richting van de belangrijkste wisselkoersen in de wereld.

Dit is een belangrijk gegeven voor Europa nu Frankrijk en Duitsland ruziën over de politieke sturing van het wisselkoersbeleid van de toekomstige euro.

De gestage opmars van de dollar begon met een oproep van de G7 in april 1995 voor een “ordelijk herstel” van de Amerikaanse munt. Sindsdien is de dollar eenderde in koers gestegen ten opzichte van de Japanse yen en met zeventien procent ten opzichte van de D-mark (en gulden). De Amerikaanse economie die dicht tegen volledige capaciteitsbenutting zit, kan een hardere munt goed gebruiken om inflatieverwachtingen te dempen. Anderzijds snakken Japan en de continentale landen van Europa naar een lagere koers van hun munten ter stimulering van hun sukkelende economieën, zonder gevaar van oplopende inflatie. In Frankrijk, waar geregeld wordt opgeroepen om met een nationale devaluatie de economie te stimuleren, drong deze Europese muntverzwakking kennelijk nog niet tot iedereen door. De financiële markten, subtiel aangestuurd door de G7, doen het werk.

VOOR DE Europese Unie heeft het conclaaf van de G7 in Berlijn een belangrijk signaal afgegeven. De politieke autoriteiten (de ministers van Financiën) en de centrale bankiers kunnen met geloofwaardige verklaringen de financiële markten een bepaalde richting induwen. Met interventies in de valutamarkten kunnen ze, mits ze in de richting gaan van de onderliggende economische verhoudingen, wenselijk geachte wisselkoersniveaus nastreven. Dit betekent geen terugkeer naar de gestuurde wisselkoersen uit de jaren tachtig en evenmin een politieke greep op het wisselkoersbeleid zoals sommigen in Europa bepleiten. Het is een bewijs dat wisselkoersbeleid ook mogelijk is met onafhankelijke centrale banken.